Archief 745
Inventaris 745-313
Pagina 77
Dossier 82
Jaar 1940
Stadsarchief

Ambtelijke brief/adviesnota.

19 juli 1940. Van: De Directeur (ondertekend door M. de Boer(?)).

Origineel

Ambtelijke brief/adviesnota. 19 juli 1940. De Directeur (ondertekend door M. de Boer(?)). Handgeschreven tekst bovenaan (fragment):
... terwijl het aantal beschikbare losse plaatsen betrekkelijk gering is, doordat de vaste plaatshouders in verband met het
Handgeschreven handtekening: M. de Boer (?)

20/28/2 M
n 2

Verzonden 19/7 (handgeschreven)
D/G.

19 Juli 1940.

Uitgifte van plaatsen op de markten.

den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .

Onder terugzending van de met Uw kantbrief d.d. 8 Juli jl. om advies ontvangen stukken no.645 L.M.1940 heb ik de eer U het volgende te berichten.
Adressante schrijft, dat haar echtgenoot reeds 15 jaar marktkoopman is. Bij mijn dienst is hij echter als zoodanig niet bekend; uit de administratie der markten is gebleken, dat Kesteren nimmer een vaste plaats op de markten heeft bezet; het is mogelijk, dat hij gedurende den laatsten tijd wel eens op een der markten ter verkrijging van een losse plaats aan de loting heeft deelgenomen; hieromtrent staan mij echter geen gegevens ter beschikking.
Het is een feit, dat het aantal gegadigden voor een plaats op de markten den laatsten tijd belangrijk is toegenomen, terwijl het aantal beschikbare losse plaatsen betrekkelijk gering is, doordat de vaste plaatshouders in verband met het zomerseizoen een intensief gebruik van hun plaatsen maken. Bovendien hebben de vaste plaatshouders, die in militairen dienst zijn geweest, zoo goed als allen hun plaatsen weder ingenomen, terwijl een groot aantal vaste plaatshouders, die in steun waren, genoodzaakt zijn geworden, hun plaatsen weder in te nemen. Een en ander heeft tot gevolg gehad, dat er vooral op Zaterdag, niet veel losse plaatsen uitgegeven kunnen worden. Dat het aantal gegadigden voor losse plaatsen belangrijk is toegenomen, moet mede worden gezocht in het feit, dat de zoogenaamde buitenmarkten voor de kooplieden moeilijker te bereiken zijn dan voorheen (bijvoorbeeld door transportmoeilijkheden); deze personen probeeren thans in Amsterdam een plaats te krijgen; terwijl anderen, welke zonder werk waren of zijn gekomen, thans eveneens trachten op de markten hun brood te verdienen.
De uitgifte der beschikbare plaatsen op de markten geschiedt overigens geheel volgens het bepaalde bij artikel 7 van het Reglement op de Markten. Aan deze bepaling wordt steeds, zonder aanzien des persoons, de hand gehouden.
Ik geef U beleefd in overweging den Secretaris-Generaal, wnd. Hoofd van het Departement van Handel, Nijverheid en Scheepvaart, onder overlegging van een Reglement op de Markten, van het bovenstaande mededeeling te doen.

De Directeur,
(Handtekening) Dit document is een ambtelijke reactie op een verzoek van een vrouw ("adressante") die een marktplaats probeert te bemachtigen voor haar echtgenoot (Kesteren). De toon is formeel, bureaucratisch en strikt volgens de regels ("zonder aanzien des persoons").

De kern van de brief is de afwijzing of nuancering van de claim van de aanvrager. De administratie spreekt de bewering tegen dat de man al 15 jaar een bekende marktkoopman is. De directeur legt uit dat er een enorme schaarste is ontstaan aan "losse plaatsen" (dagplaatsen). De redenen hiervoor zijn meervoudig:
1. Seizoensinvloeden: In de zomer worden vaste plaatsen vaker gebruikt.
2. Demobilisatie: Soldaten die na de overgave van mei 1940 uit dienst kwamen, namen hun oude plekken weer in.
3. Economische nood: Mensen die voorheen "in de steun" (bijstand) zaten, worden gedwongen weer te gaan werken. Ook werklozen proberen nu via de markt een inkomen te genereren.
4. Infrastructuur: Door transportproblemen trekken kooplieden van buiten de stad naar de Amsterdamse markten. De datum, 19 juli 1940, is cruciaal. Nederland is op dat moment net twee maanden bezet door nazi-Duitsland. De brief weerspiegelt de directe maatschappelijke gevolgen van de inval en de beginnende bezetting:
* De terugkeer van gemobiliseerde soldaten in het burgerleven.
* De verstoring van het transport ("transportmoeilijkheden"), waarschijnlijk door brandstofschaarste en vorderingen van voertuigen door de bezetter.
* De verslechterende economische situatie waarbij de markt wordt gezien als een laatste vluchtheuvel voor werklozen.

De verwijzing naar de Secretaris-Generaal van het Departement van Handel, Nijverheid en Scheepvaart is typerend voor deze periode. Omdat de ministers naar Engeland waren gevlucht, lag de hoogste bestuursmacht bij de Secretarissen-Generaal, die onder toezicht van de Duitsers stonden. De brief toont aan dat het dagelijks leven en de lokale economie in Amsterdam direct onder druk kwamen te staan door de nieuwe politieke realiteit.

Samenvatting

Dit document is een ambtelijke reactie op een verzoek van een vrouw ("adressante") die een marktplaats probeert te bemachtigen voor haar echtgenoot (Kesteren). De toon is formeel, bureaucratisch en strikt volgens de regels ("zonder aanzien des persoons").

De kern van de brief is de afwijzing of nuancering van de claim van de aanvrager. De administratie spreekt de bewering tegen dat de man al 15 jaar een bekende marktkoopman is. De directeur legt uit dat er een enorme schaarste is ontstaan aan "losse plaatsen" (dagplaatsen). De redenen hiervoor zijn meervoudig:
1. Seizoensinvloeden: In de zomer worden vaste plaatsen vaker gebruikt.
2. Demobilisatie: Soldaten die na de overgave van mei 1940 uit dienst kwamen, namen hun oude plekken weer in.
3. Economische nood: Mensen die voorheen "in de steun" (bijstand) zaten, worden gedwongen weer te gaan werken. Ook werklozen proberen nu via de markt een inkomen te genereren.
4. Infrastructuur: Door transportproblemen trekken kooplieden van buiten de stad naar de Amsterdamse markten.

Historische Context

De datum, 19 juli 1940, is cruciaal. Nederland is op dat moment net twee maanden bezet door nazi-Duitsland. De brief weerspiegelt de directe maatschappelijke gevolgen van de inval en de beginnende bezetting:
* De terugkeer van gemobiliseerde soldaten in het burgerleven.
* De verstoring van het transport ("transportmoeilijkheden"), waarschijnlijk door brandstofschaarste en vorderingen van voertuigen door de bezetter.
* De verslechterende economische situatie waarbij de markt wordt gezien als een laatste vluchtheuvel voor werklozen.

De verwijzing naar de Secretaris-Generaal van het Departement van Handel, Nijverheid en Scheepvaart is typerend voor deze periode. Omdat de ministers naar Engeland waren gevlucht, lag de hoogste bestuursmacht bij de Secretarissen-Generaal, die onder toezicht van de Duitsers stonden. De brief toont aan dat het dagelijks leven en de lokale economie in Amsterdam direct onder druk kwamen te staan door de nieuwe politieke realiteit.

Kooplieden in dit dossier 62

A. Boersen Uilenburg — " —
A. Cuijpstr Waterlooplein
A. Cuypstraat Waterlooplein 89
A. Cuypstraat Waterlooplein
B. Schmiedemind Uilenburg v. Burg en Dijkema
B. Schmiedemind Uilenburg — " —
G. Burgers Uilenburg — " —
G. Hillegers Uilenburg — " —
G. Hillegers Uilenburg v. Burg.
G. Hillegers Uilenburg Renz en Uitvlugt
G. Hillegers Uilenburg — " —
J. Hillegers Uilenburg Uitvlugt
J. J. Reenslag. Uilenburg — " —
J. Hillegers Uilenburg Moerkerken en Bakker
J. Trapman Uilenburg — " —
J. v.d. Beek Uilenburg — " —
L. Scholten Uilenburg — " —
M.A.J. Roozen Uilenburg — " —
Op Zaterdag 12 October meerdere
Op Zaterdag 12 October meerdere
Op Zaterdag 15 Februari meerdere
B.J. Maart meerdere
Op Zaterdag 1 Februari meerdere
B.J. Maart meerdere
Op Zaterdag 22 Februari meerdere
B.J. Maart meerdere
Alle 62 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 2