Archiefdocument
Origineel
19 Juli 1940. De Directeur (vermoedelijk van de Marktwezen/Marktadministratie). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier. [Doorgehaalde tekst bovenaan:]
plaats op de markten den laatsten tyd belangryk is toegenomen, terwyl het aantal beschikbare losse plaatsen betrekkelyk gering is, doordat de vaste plaatshouders in verband met het
extra
D/G.
20/28/2 M
n 2
19 Juli 1940.
Uitgifte van plaatsen
op de markten.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Onder terugzending van de met Uw kantbrief d.d. 8 Juli jl. om advies ontvangen stukken no.645 L.M.1940 heb ik de eer U het volgende te berichten.
Adressante schryft, dat haar echtgenoot reeds 15 jaar marktkoopman is. By myn dienst is hy echter als zoodanig niet bekend; uit de administratie der markten is gebleken, dat Kesteren nimmer een vaste plaats op de markten heeft bezet; het is mogelyk, dat hy gedurende den laatsten tyd wel eens op een der markten ter verkryging van een losse plaats aan de loting heeft deelgenomen; hieromtrent staan my echter geen gegevens ter beschikking.
Het is een feit, dat het aantal gegadigden voor een plaats op de markten den laatsten tyd belangryk is toegenomen, terwyl het aantal beschikbare losse plaatsen betrekkelyk gering is, doordat de vaste plaatshouders in verband met het zomerseizoen een intensief gebruik van hun plaatsen maken. Bovendien hebben de vaste plaatshouders, die in militairen dienst zyn geweest, zoo goed als allen hun plaatsen weder ingenomen, terwyl een groot aantal vaste plaatshouders, die in steun waren, genoodzaakt zyn geworden, hun plaatsen weder in te nemen. Een en ander heeft tot gevolg gehad, dat er vooral op Zaterdag, niet veel losse plaatsen uitgegeven kunnen worden. Dat het aantal gegadigden voor losse plaatsen belangryk is toegenomen, moet mede worden gezocht in het feit, dat de zoogenaamde buitenmarkten voor de kooplieden moeilyker te bereiken zyn dan voorheen (byvoorbeeld door transportmoei-lykheden); deze personen probeeren thans in Amsterdam een plaats te krygen; terwyl anderen, welke zonder werk waren of zyn gekomen, thans eveneens trachten op de markten hun brood te verdienen.
De uitgifte der beschikbare plaatsen op de markten geschiedt overigens geheel volgens het bepaalde by artikel 7 van het Reglement op de Markten. Aan deze bepaling wordt steeds, zonder aanzien des persoons, de hand gehouden.
Ik geef U beleefd in overweging den Secretaris-Generaal, wnd.Hoofd van het Departement van Handel, Nyverheid en Scheepvaart, onder overlegging van een Reglement op de Markten, van het bovenstaande mededeeling te doen.
De Directeur, Dit document is een ambtelijk advies aan de Wethouder voor de Levensmiddelen van Amsterdam over de schaarste aan marktplaatsen. De aanleiding is een verzoek van een vrouw ("adressante") die een plek op de markt wil voor haar man, Kesteren. De directeur van het marktwezen stelt vast dat deze man niet als vaste koopman bekend is en dat de kans op een 'losse' plaats (via loting) momenteel zeer klein is.
De tekst schetst een duidelijk beeld van de sociaal-economische druk op de markten:
1. Toegenomen vraag: Werklozen en mensen die voorheen van de 'steun' (sociale uitkering) leefden, proberen nu op de markt hun inkomen te verdienen.
2. Beperkt aanbod: Gevestigde kooplieden benutten hun plekken volledig. Ook gedemobiliseerde soldaten zijn teruggekeerd naar hun vaste standplaatsen.
3. Logistieke problemen: Markten buiten de stad zijn slechter bereikbaar geworden, waardoor kooplieden zich massaal op de Amsterdamse markten concentreren.
De directeur benadrukt dat de uitgifte strikt volgens het reglement verloopt om de schijn van willekeur te vermijden. De datum, 19 juli 1940, plaatst dit document in de eerste maanden van de Duitse bezetting van Nederland. De maatschappij ondervindt de eerste grote gevolgen van de oorlog:
* Mobilisatie en demobilisatie: De opmerking over militairen die hun plaatsen weer innemen, wijst op de terugkeer van Nederlandse soldaten na de overgave in mei 1940.
* Transportmoeilijkheden: Het feit dat buitenmarkten moeilijk bereikbaar zijn, hangt samen met de vordering van voertuigen en schaarste aan brandstof door de oorlogsomstandigheden.
* Bestuurlijke structuur: De verwijzing naar de "Secretaris-Generaal" als hoofd van het departement weerspiegelt de situatie tijdens de bezetting, waarbij de Nederlandse ministers waren vertrokken en de Secretarissen-Generaal onder Duits toezicht de departementen runden.
* Economische nood: De toename van gegadigden op de markt weerspiegelt de groeiende werkloosheid en economische onzekerheid direct na de inval. De markt was een laagdrempelige manier voor "noodhulp" of zelfredzaamheid.