Archief 745
Inventaris 745-313
Pagina 83
Dossier 15
Jaar 1940
Stadsarchief

Typoscript (doorslag of kopie) met handgeschreven kanttekeningen.

8 oktober 1940. Van: Onbekend (vermoedelijk een afdelingshoofd of adviseur binnen de gemeentelijke administratie). Aan: Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier.

Origineel

Typoscript (doorslag of kopie) met handgeschreven kanttekeningen. 8 oktober 1940. Onbekend (vermoedelijk een afdelingshoofd of adviseur binnen de gemeentelijke administratie). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier. [Handgeschreven, rechtsboven:]
H. Müller
M. de Beer

[Linksboven:]
20/29/4 M.
1

[Midden:]
VP/HG.

[Handgeschreven, midden:]
Verzonden 9/10

[Rechtsmidden:]
8 October 1940.

Verzoek van Venters- en Markt-
koopliedenvereeniging "Ons
Belang" om vermindering markt-
geld i.v.m. verduistering.

den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .

Onder terugzending van het met Uw kantbrief d.d. 25 September jl. om advies ontvangen stuk no.890 L.M.1940 heb ik de eer U te berichten, dat, zooals ook adressante in haar brief doet uitkomen, op de markten hier ter stede geen afzonderlijke heffing bestaat voor het feit, dat de kramen electrisch kunnen worden verlicht. Alleen is het marktgeld op de markten, waar dit kan geschieden, volgens de Heffingsverordening hooger, dan op markten, waar geen electrische verlichting bestaat.

Adressante verzoekt om aan de marktkooplieden, die op markten staan, waar de kramen electrisch verlicht kunnen worden, teruggave en kwijtschelding te verleenen van een bedrag aan marktgeld, dat overeenstemt met de kosten voor stroomlevering. Het staat geenszins vast, wat onder deze kosten moet worden begrepen. Dank zij een zeer bijzonder tarief, dat het Gemeente Energiebedrijf aan mijn dienst in rekening brengt, wordt aan zuivere stroomkosten slechts een gering bedrag per jaar betaald (in 1939 bedroeg dit ƒ 1452,-) Daarbij kwam een bedrag van ƒ 893,-, wegens ~~door het~~ Gemeente Energiebedrijf terzake van de verlichting gemaakte onkosten en voorts een bedrag van ƒ 1552,-, wegens de verzorging van de uitgifte der voor de verlichting benoodigde snoeren. In totaal werd derhalve in 1939 een bedrag van rond ƒ 3.900,- uitgegeven. Zou men alleen dit bedrag op het verschuldigde marktgeld in mindering brengen, dan zou dit uiteraard op de vele duizenden marktplaatsen, die jaarlijks worden uitgegeven, slechts een uiterst geringe reductie uitmaken, welke voor de kooplieden geen enkel belang zou hebben. Voor het in mindering brengen van de kosten van rente en afschrijving der marktverlichting, bestaat mijns inziens hoegenaamd geen reden, omdat deze kosten moeten worden opgebracht, daargelaten de vraag of de verlichting al dan niet wordt gebruikt.

Terwijl dus het alleen in mindering brengen van de kosten van stroomlevering voor de belanghebbenden geen beteekenis heeft, heb ik, zooals ik U onlangs reeds mondeling... [tekst breekt af] * Kern van het geschil: De vereniging "Ons Belang" wil een korting op het marktgeld omdat er vanwege de "verduistering" (oorlogsmaatregel) geen gebruik gemaakt kan worden van de elektrische verlichting op de markten, terwijl de standplaatsen waar verlichting mogelijk is wel een hoger tarief kennen.
* Argumentatie ambtelijk advies:
1. De daadwerkelijke variabele kosten (stroom) zijn zeer laag door een gunstig tarief van het Gemeente Energiebedrijf (GEB).
2. Wanneer men de totale kosten (ca. 3900 gulden) zou omslaan over alle duizenden marktplaatsen, is de korting per koopman verwaarloosbaar ("geen enkel belang").
3. De vaste kosten (rente en afschrijving van de infrastructuur) lopen gewoon door en moeten worden gedekt, ongeacht of de lampen branden.
* Toon: Technisch en afwijzend. De ambtenaar adviseert de wethouder feitelijk om niet in te stemmen met het verzoek om reductie. Dit document stamt uit oktober 1940, de vroege fase van de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. De term "verduistering" verwijst naar de strikte voorschriften om steden 's nachts volledig donker te houden, zodat geallieerde bommenwerpers geen oriëntatiepunten hadden. Dit had grote impact op de handel en het dagelijks leven; marktkooplieden die vroeg in de ochtend of laat in de middag stonden, konden hun kramen niet meer verlichten.

Het document illustreert hoe de gemeentelijke bureaucratie ook onder bezettingstijd in eerste instantie volgens de bestaande financiële logica bleef functioneren: contractuele verplichtingen en vaste lasten (rente en afschrijving) bleven voor het stadsbestuur leidend, ondanks de overmachtssituatie waarin de burgers (de kooplieden) verkeerden.

Samenvatting

  • Kern van het geschil: De vereniging "Ons Belang" wil een korting op het marktgeld omdat er vanwege de "verduistering" (oorlogsmaatregel) geen gebruik gemaakt kan worden van de elektrische verlichting op de markten, terwijl de standplaatsen waar verlichting mogelijk is wel een hoger tarief kennen.
  • Argumentatie ambtelijk advies:
    1. De daadwerkelijke variabele kosten (stroom) zijn zeer laag door een gunstig tarief van het Gemeente Energiebedrijf (GEB).
    2. Wanneer men de totale kosten (ca. 3900 gulden) zou omslaan over alle duizenden marktplaatsen, is de korting per koopman verwaarloosbaar ("geen enkel belang").
    3. De vaste kosten (rente en afschrijving van de infrastructuur) lopen gewoon door en moeten worden gedekt, ongeacht of de lampen branden.
  • Toon: Technisch en afwijzend. De ambtenaar adviseert de wethouder feitelijk om niet in te stemmen met het verzoek om reductie.

Historische Context

Dit document stamt uit oktober 1940, de vroege fase van de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. De term "verduistering" verwijst naar de strikte voorschriften om steden 's nachts volledig donker te houden, zodat geallieerde bommenwerpers geen oriëntatiepunten hadden. Dit had grote impact op de handel en het dagelijks leven; marktkooplieden die vroeg in de ochtend of laat in de middag stonden, konden hun kramen niet meer verlichten.

Het document illustreert hoe de gemeentelijke bureaucratie ook onder bezettingstijd in eerste instantie volgens de bestaande financiële logica bleef functioneren: contractuele verplichtingen en vaste lasten (rente en afschrijving) bleven voor het stadsbestuur leidend, ondanks de overmachtssituatie waarin de burgers (de kooplieden) verkeerden.

Kooplieden in dit dossier 62

A. Boersen Uilenburg — " —
A. Cuijpstr Waterlooplein
A. Cuypstraat Waterlooplein 89
A. Cuypstraat Waterlooplein
B. Schmiedemind Uilenburg v. Burg en Dijkema
B. Schmiedemind Uilenburg — " —
G. Burgers Uilenburg — " —
G. Hillegers Uilenburg — " —
G. Hillegers Uilenburg v. Burg.
G. Hillegers Uilenburg Renz en Uitvlugt
G. Hillegers Uilenburg — " —
J. Hillegers Uilenburg Uitvlugt
J. J. Reenslag. Uilenburg — " —
J. Hillegers Uilenburg Moerkerken en Bakker
J. Trapman Uilenburg — " —
J. v.d. Beek Uilenburg — " —
L. Scholten Uilenburg — " —
M.A.J. Roozen Uilenburg — " —
Op Zaterdag 12 October meerdere
Op Zaterdag 12 October meerdere
Op Zaterdag 15 Februari meerdere
B.J. Maart meerdere
Op Zaterdag 1 Februari meerdere
B.J. Maart meerdere
Op Zaterdag 22 Februari meerdere
B.J. Maart meerdere
Alle 62 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 2