Archief 745
Inventaris 745-313
Pagina 93
Dossier 90
Jaar 1940
Stadsarchief

Getypte brief (waarschijnlijk een doorslag/archiefkopie op dun papier).

24 juni 1940. Van: Onbekend, referentie "vdL/HG." (mogelijk een veterinaire autoriteit of visdeskundige). Aan: Den Heer C.H. de Boer, Secretaris van de vereniging "Dierenvrienden", Amsterdam-Oost.

Origineel

Getypte brief (waarschijnlijk een doorslag/archiefkopie op dun papier). 24 juni 1940. Onbekend, referentie "vdL/HG." (mogelijk een veterinaire autoriteit of visdeskundige). Den Heer C.H. de Boer, Secretaris van de vereniging "Dierenvrienden", Amsterdam-Oost. vdL/HG.

24 Juni 1940.

den Heer C.H.de Boer,
Secretaris van "Dierenvrienden",
Linnaeusstraat 45 a,
Amsterdam-Oost.

Zeer Geachte Heer,

Door drukke werkzaamheden kom ik er eerst heden
toe om Uw brief van 12 dezer te beantwoorden.
De vraag, of het verzuim van het aanbrengen van
een snede achter de kop bij aal zonder meer te constateeren
is aan de hand van de reactie van het dier bij het villen,
moet beslist ontkennend worden beantwoord. Wel laat zich aal,
na het aanbrengen van de bewuste snede, in het algemeen veel
gemakkelijker villen dan wanneer die snede niet is aange-
bracht - dit spreekt immers vanzelf - , doch het trekken van
een conclusie uit het al of niet slap afhangen is zonder
eenigen twijfel een ernstige fout. Immers, ik heb zelf ette-
lijke malen met eigen oogen gezien, dat de eene aal na het
aanbrengen van een flinke snede achter de kop blijft kronke-
len om de hand, alsof de aal niet gesneden was, terwijl in
andere gevallen ongesneden aal zich zonder meer gemakkelijk
laat villen, dus eenvoudig slap afhangt (met een enkele
lichte beweging). Is in het eerste geval in het algemeen
sprake van sterke, levende, exemplaren, in het laatste geval
is in het algemeen sprake van flauwe aal. Uiteraard heeft
dus de toestand waarin de exemplaren verkeeren grooten in-
vloed op hunne reactie bij het villen. Geen rekening houden
met dezen toestand, die voor iedere aal (ook uit een bepaal-
de bak of partij), zeer wisselend is, is een ernstige fout.
Ik hoop U hiermede duidelijk te hebben ingelicht.

Hoogachtend, * Kernboodschap: De schrijver reageert op een vraag van de vereniging "Dierenvrienden" over het controleren van de slachtmethode bij aal. De centrale stelling is dat men niet enkel op basis van het gedrag van de aal tijdens het villen (het al dan niet "slap afhangen") kan concluderen of de vereiste dodelijke snede achter de kop is gezet.
* Argumentatie: De schrijver voert aan dat vitale ("sterke") exemplaren zelfs na een dodelijke snede nog reflexmatig kunnen kronkelen, terwijl verzwakte ("flauwe") exemplaren slap kunnen hangen zonder dat ze behandeld zijn. Het uiterlijke gedrag is dus geen betrouwbare indicator voor het al dan niet nageleefd hebben van de voorschriften.
* Toon: De brief is formeel en zakelijk-deskundig. De schrijver spreekt vanuit eigen observatie ("met eigen oogen gezien") en wijst de ontvanger op een "ernstige fout" in de redenering van de vereniging.
* Status van het document: Het ontbreken van een handtekening en de aanwezigheid van een referentiecode linksboven wijzen op een kopie voor het eigen archief. * Historische achtergrond: De brief is gedateerd 24 juni 1940, slechts enkele weken na de Duitse inval in Nederland. Ondanks de bezetting ging het reguliere maatschappelijke verkeer en de correspondentie van verenigingen zoals "Dierenvrienden" in eerste instantie gewoon door.
* Dierenwelzijn: De vereniging "Dierenvrienden" (gevestigd aan de Linnaeusstraat, nabij Artis) hield zich destijds waarschijnlijk bezig met de controle op de humane behandeling van dieren in de voedselindustrie. Het doden en villen van aal was (en is) een punt van discussie vanwege de taaiheid van het dier en de reflexmatige bewegingen na de dood.
* Technische context: Het aanbrengen van een snede achter de kop dient om de ruggengraat en het zenuwstelsel te onderbreken, wat wordt beschouwd als de meest humane methode om de vis te doden voordat deze gevild wordt. De correspondentie suggereert dat "Dierenvrienden" probeerde vast te stellen of handelaren deze stap wel altijd uitvoerden.

Samenvatting

  • Kernboodschap: De schrijver reageert op een vraag van de vereniging "Dierenvrienden" over het controleren van de slachtmethode bij aal. De centrale stelling is dat men niet enkel op basis van het gedrag van de aal tijdens het villen (het al dan niet "slap afhangen") kan concluderen of de vereiste dodelijke snede achter de kop is gezet.
  • Argumentatie: De schrijver voert aan dat vitale ("sterke") exemplaren zelfs na een dodelijke snede nog reflexmatig kunnen kronkelen, terwijl verzwakte ("flauwe") exemplaren slap kunnen hangen zonder dat ze behandeld zijn. Het uiterlijke gedrag is dus geen betrouwbare indicator voor het al dan niet nageleefd hebben van de voorschriften.
  • Toon: De brief is formeel en zakelijk-deskundig. De schrijver spreekt vanuit eigen observatie ("met eigen oogen gezien") en wijst de ontvanger op een "ernstige fout" in de redenering van de vereniging.
  • Status van het document: Het ontbreken van een handtekening en de aanwezigheid van een referentiecode linksboven wijzen op een kopie voor het eigen archief.

Historische Context

  • Historische achtergrond: De brief is gedateerd 24 juni 1940, slechts enkele weken na de Duitse inval in Nederland. Ondanks de bezetting ging het reguliere maatschappelijke verkeer en de correspondentie van verenigingen zoals "Dierenvrienden" in eerste instantie gewoon door.
  • Dierenwelzijn: De vereniging "Dierenvrienden" (gevestigd aan de Linnaeusstraat, nabij Artis) hield zich destijds waarschijnlijk bezig met de controle op de humane behandeling van dieren in de voedselindustrie. Het doden en villen van aal was (en is) een punt van discussie vanwege de taaiheid van het dier en de reflexmatige bewegingen na de dood.
  • Technische context: Het aanbrengen van een snede achter de kop dient om de ruggengraat en het zenuwstelsel te onderbreken, wat wordt beschouwd als de meest humane methode om de vis te doden voordat deze gevild wordt. De correspondentie suggereert dat "Dierenvrienden" probeerde vast te stellen of handelaren deze stap wel altijd uitvoerden.

Kooplieden in dit dossier 62

A. Boersen Uilenburg — " —
A. Cuijpstr Waterlooplein
A. Cuypstraat Waterlooplein 89
A. Cuypstraat Waterlooplein
B. Schmiedemind Uilenburg v. Burg en Dijkema
B. Schmiedemind Uilenburg — " —
G. Burgers Uilenburg — " —
G. Hillegers Uilenburg — " —
G. Hillegers Uilenburg v. Burg.
G. Hillegers Uilenburg Renz en Uitvlugt
G. Hillegers Uilenburg — " —
J. Hillegers Uilenburg Uitvlugt
J. J. Reenslag. Uilenburg — " —
J. Hillegers Uilenburg Moerkerken en Bakker
J. Trapman Uilenburg — " —
J. v.d. Beek Uilenburg — " —
L. Scholten Uilenburg — " —
M.A.J. Roozen Uilenburg — " —
Op Zaterdag 12 October meerdere
Op Zaterdag 12 October meerdere
Op Zaterdag 15 Februari meerdere
B.J. Maart meerdere
Op Zaterdag 1 Februari meerdere
B.J. Maart meerdere
Op Zaterdag 22 Februari meerdere
B.J. Maart meerdere
Alle 62 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 2