Officiële openbare kennisgeving (bekendmaking).
Origineel
Officiële openbare kennisgeving (bekendmaking). 3 januari 1941. No. 8.
GEMEENTE AMSTERDAM
OPENBARE KENNISGEVING
Sluitingsuur markten.
Burgemeester en Wethouders van Amsterdam brengen ter openbare
kennis van marktbezoekers en marktkooplieden, dat de markten hier
ter stede, in verband met de verduisteringsmaatregelen, uiterlijk een
half uur vóór zonsondergang door de marktkooplieden moeten zijn ont-
ruimd.
Derhalve moeten de markten in de week van 6 tot
en met 11 Januari 1941 uiterlijk om 17.20 uur zijn ontruimd.
Amsterdam, 3 Januari 1941..
EL
Burgemeester en Wethouders voornoemd,
KROPMAN
Weth.
de Secretaris,
J.F. FRANKEN
l.s. * **Inhoud:** De kennisgeving stelt een strikte regel vast voor de ontruiming van markten in Amsterdam. Vanwege verplichte verduistering moeten markten een half uur voor zonsondergang leeg zijn. Voor de specifieke week van 6 tot 11 januari 1941 wordt dit tijdstip vastgesteld op 17:20 uur.
- Vorm: Het betreft een getypt officieel document met de standaardindeling van de gemeente Amsterdam uit die tijd. De tekst is zakelijk en dwingend.
- Ondertekening: Namens het college van B&W is de kennisgeving ondertekend door wethouder Kropman en gemeentesecretaris J.F. Franken. De afkorting "l.s." (loco sigilli) duidt op de plaats van het zegel. * Historische periode: Januari 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog.
- Verduisteringsmaatregelen: Deze maatregelen waren door de bezetter opgelegd om te voorkomen dat geallieerde bommenwerpers zich 's nachts op de lichten van de stad konden oriënteren. Dit had een enorme impact op het openbare leven en de economie; winkels en markten moesten hun tijden aanpassen aan het daglicht.
- Lokaal belang: Dit document illustreert hoe het dagelijks leven in Amsterdam werd beïnvloed door de oorlog. Slechts een maand na deze kennisgeving, in februari 1941, zou de situatie in Amsterdam escaleren met de Februaristaking.
- Bestuur: Hoewel Nederland bezet was, bleef het burgerlijk bestuur (zoals de gemeente) in de eerste jaren grotendeels functioneren onder toezicht van de Duitsers, waarbij zij dergelijke praktische verordeningen bleven uitvoeren.