Archief 745
Inventaris 745-313
Pagina 192
Dossier 100
Jaar 1940
Stadsarchief

Ambtelijke brief / intern schrijven.

22 augustus 1940. Van: De Directeur (vermoedelijk van een gemeentelijke marktdienst).

Origineel

Ambtelijke brief / intern schrijven. 22 augustus 1940. De Directeur (vermoedelijk van een gemeentelijke marktdienst). [Handgeschreven rechtsboven:]
Mr. Müller

[Midden boven:]
VP/HG.

20/33/1 M.
22 Augustus 1940.

Kwijtschelding marktgeld voor
kooplieden met textielgoederen.

den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .

Op grond van distributievoorschriften is het in de
week van 5 tot 12 Augustus jl. aan marktkooplieden met textiel-
producten verboden geweest, hun plaatsen op de markten te be-
zetten. Van de zijde van verscheidene dezer kooplieden komen
verzoeken in om, gedurende die week, van de betaling van markt-
geld, dat zij voor hun vaste plaatsen verschuldigd zijn, te
worden vrijgesteld. Inwilliging van dit verzoek lijkt mij bil-
lijk, aangezien de kooplieden ten gevolge van een maatregel der
Overheid zijn verhinderd geweest, hun plaatsen te bezetten.
Ik heb mitsdien de eer U beleefd te verzoeken wel te
willen bevorderen, dat bij besluit van Burgemeester en Wethou-
ders, ingevolge artikel 10 van de Verordening op de heffing van
markt-, standplaats- en ventgelden, aan marktkooplieden, die
textielproducten verkoopen, kwijtschelding van door hen ver-
schuldigd marktgeld wordt verleend voor de periode van één
kalenderweek.

De Directeur,

[Handgeschreven onderaan:]
52 / 4,00 / 0,08 * Kernboodschap: De directeur van een gemeentelijke dienst verzoekt de wethouder om een groep marktkooplieden (textielhandelaars) vrij te stellen van hun betalingsverplichting voor stageld over de week van 5 t/m 12 augustus 1940.
* Argumentatie: De reden voor dit verzoek is dat deze kooplieden door overheidsmaatregelen ("distributievoorschriften") verboden werd hun waar te verkopen. De directeur acht het billijk dat zij niet hoeven te betalen voor een plek die zij op last van de overheid niet mochten innemen.
* Juridisch kader: Het verzoek beroept zich op artikel 10 van de geldende gemeentelijke verordening betreffende markt-, standplaats- en ventgelden.
* Toon: De brief hanteert een strikt formele en ambtelijke stijl, gebruikelijk voor de periode ("mitsdien de eer U beleefd te verzoeken"). Dit document stamt uit de vroege periode van de Duitse bezetting van Nederland (augustus 1940). Het biedt een directe inkijk in hoe lokale overheden moesten omgaan met de economische gevolgen van de nieuwe distributiewetten. Al vrij snel na de inval in mei 1940 werd de handel in diverse goederen, waaronder textiel, aan banden gelegd door de bezetter om schaarste te beheersen en voorraden te controleren.

De "Wethouder voor de Levensmiddelen" was in die tijd een cruciale post, belast met de coördinatie van de schaarste en distributie op stedelijk niveau. De handgeschreven naam "Mr. Müller" zou kunnen verwijzen naar Mr. J. Müller, destijds een hoge ambtenaar of mogelijk de wethouder zelf in een specifieke gemeente (gezien de structuur vermoedelijk een grote stad als Amsterdam of Den Haag). De handgeschreven cijfers onderaan lijken op een latere administratieve verwerking of berekening van de gederfde inkomsten.

Samenvatting

  • Kernboodschap: De directeur van een gemeentelijke dienst verzoekt de wethouder om een groep marktkooplieden (textielhandelaars) vrij te stellen van hun betalingsverplichting voor stageld over de week van 5 t/m 12 augustus 1940.
  • Argumentatie: De reden voor dit verzoek is dat deze kooplieden door overheidsmaatregelen ("distributievoorschriften") verboden werd hun waar te verkopen. De directeur acht het billijk dat zij niet hoeven te betalen voor een plek die zij op last van de overheid niet mochten innemen.
  • Juridisch kader: Het verzoek beroept zich op artikel 10 van de geldende gemeentelijke verordening betreffende markt-, standplaats- en ventgelden.
  • Toon: De brief hanteert een strikt formele en ambtelijke stijl, gebruikelijk voor de periode ("mitsdien de eer U beleefd te verzoeken").

Historische Context

Dit document stamt uit de vroege periode van de Duitse bezetting van Nederland (augustus 1940). Het biedt een directe inkijk in hoe lokale overheden moesten omgaan met de economische gevolgen van de nieuwe distributiewetten. Al vrij snel na de inval in mei 1940 werd de handel in diverse goederen, waaronder textiel, aan banden gelegd door de bezetter om schaarste te beheersen en voorraden te controleren.

De "Wethouder voor de Levensmiddelen" was in die tijd een cruciale post, belast met de coördinatie van de schaarste en distributie op stedelijk niveau. De handgeschreven naam "Mr. Müller" zou kunnen verwijzen naar Mr. J. Müller, destijds een hoge ambtenaar of mogelijk de wethouder zelf in een specifieke gemeente (gezien de structuur vermoedelijk een grote stad als Amsterdam of Den Haag). De handgeschreven cijfers onderaan lijken op een latere administratieve verwerking of berekening van de gederfde inkomsten.

Kooplieden in dit dossier 62

A. Boersen Uilenburg — " —
A. Cuijpstr Waterlooplein
A. Cuypstraat Waterlooplein 89
A. Cuypstraat Waterlooplein
B. Schmiedemind Uilenburg v. Burg en Dijkema
B. Schmiedemind Uilenburg — " —
G. Burgers Uilenburg — " —
G. Hillegers Uilenburg — " —
G. Hillegers Uilenburg v. Burg.
G. Hillegers Uilenburg Renz en Uitvlugt
G. Hillegers Uilenburg — " —
J. Hillegers Uilenburg Uitvlugt
J. J. Reenslag. Uilenburg — " —
J. Hillegers Uilenburg Moerkerken en Bakker
J. Trapman Uilenburg — " —
J. v.d. Beek Uilenburg — " —
L. Scholten Uilenburg — " —
M.A.J. Roozen Uilenburg — " —
Op Zaterdag 12 October meerdere
Op Zaterdag 12 October meerdere
Op Zaterdag 15 Februari meerdere
B.J. Maart meerdere
Op Zaterdag 1 Februari meerdere
B.J. Maart meerdere
Op Zaterdag 22 Februari meerdere
B.J. Maart meerdere
Alle 62 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 2