Archiefdocument
Origineel
1939
GEMEENTEBLAD
Afdeeling 3
Volgn. 80
[Wapenschild van Amsterdam]
WIJZIGING REGLEMENT OP DE MARKTEN.
BURGEMEESTER en WETHOUDERS van Amsterdam brengen ter algemeene
kennis, dat zij in hun vergadering van 16 Juni 1939 hebben besloten met
ingang van 1 November 1939 aan art. 21 van het Reglement op de Markten,
vastgesteld bij hun besluit van 24 Juli 1936 (Gemeenteblad 1936, afd. 3,
volgn. 138), laatstelijk gewijzigd bij hun besluit van 21 October 1938 (Ge-
meenteblad 1938, afd. 3, volgn. 107) toe te voegen een tweede lid, luidende
als volgt :
„Onverminderd het in het eerste lid onder d bepaalde, mag als brandstof
voor de met vloeibare brandstof gevulde marktlampen geen benzine worden
gebruikt, terwijl de naaldafsluiter, welke zich bevindt in de brandstofleiding
tusschen het brandstofreservoir en de lichtbron, van een aanslag voor den
open stand moet zijn voorzien”.
Burgemeester en Wethouders voornoemd,
DE VLUGT
de Secretaris,
VAN LIER
Verschenen 11 Juli 1939 Dit document is een officiële wijziging van de Amsterdamse marktverordening uit 1939. De kern van het besluit is een verscherping van de veiligheidsvoorschriften voor verlichting op de markt.
Er worden twee specifieke eisen gesteld aan marktlampen die op vloeibare brandstof werken:
1. Verbod op benzine: Het gebruik van benzine als brandstof wordt expliciet verboden. Dit was waarschijnlijk bedoeld om brandgevaar en explosiegevaar te beperken, aangezien benzine veel vluchtiger en licht ontvlambaarder is dan bijvoorbeeld petroleum.
2. Technische eis aan de afsluiter: De naaldafsluiter (de kraan die de brandftostoevoer regelt) moet voorzien zijn van een 'aanslag' voor de open stand. Dit is een mechanische blokkering die voorkomt dat de naald te ver kan worden uitgedraaid, wat lekkage of een oncontroleerbare steekvlam zou kunnen veroorzaken.
Het besluit refereert aan eerdere regelgeving uit 1936 en 1938, wat duidt op een voortdurende zorg van het stadsbestuur voor de openbare veiligheid op de drukke Amsterdamse markten. In 1939 waren markten een essentieel onderdeel van de Amsterdamse economie en voedselvoorziening. Elektriciteit was op de marktplaatsen nog niet overal standaard aanwezig voor individuele kramen, waardoor kooplieden afhankelijk waren van draagbare lampen (zoals carbidlampen of olielampen) om hun waar in de vroege ochtend of late middag te verlichten.
De burgemeester die het stuk ondertekende, Willem de Vlugt, was een langstzittende burgemeester van Amsterdam (1921-1939). Dit document dateert van kort voor zijn overlijden in het najaar van 1939 en vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De regelgeving weerspiegelt de bureaucratische zorgvuldigheid van het vooroorlogse Amsterdamse bestuur op het gebied van brandveiligheid in de openbare ruimte.