Archief 745
Inventaris 745-313
Pagina 274
Dossier 24
Jaar 1940
Stadsarchief

Doorslag van een getypt concept (conceptbrief).

Ongeveer oktober/november 1940 (gebaseerd op de referentie in de tekst naar "11 Oct." en eerdere besluiten uit januari 1940). Van: Een ambtenaar of afdelingshoofd van de gemeente Amsterdam (ondertekend met de paraaf/naam "/kleine"). Aan: Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen te Amsterdam.

Origineel

Doorslag van een getypt concept (conceptbrief). Ongeveer oktober/november 1940 (gebaseerd op de referentie in de tekst naar "11 Oct." en eerdere besluiten uit januari 1940). Een ambtenaar of afdelingshoofd van de gemeente Amsterdam (ondertekend met de paraaf/naam "/kleine"). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen te Amsterdam. [Rechtsboven handgeschreven:] WE

Concept.

Den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r.

Onderwerp:
Voorstellen van Nederlandsch
Arbeidsfront tot wijziging
Reglement op de Markten.

Onder terugzending van het met Uw kantbrief d.d. ---- dezer om advies ontvangen stuk no. ..... L.M.1940 heb ik de eer U te berichten, dat ik met den heer De Hartog van het Nederlandsche Arbeidsfront, die mij verklaarde, dat hij de indiener van het onderhavige stuk is, ~~had~~ [doorgehaald] afgesproken op 17 dezer dienaangaande een bespreking te zullen hebben. De heer De Hartog, noch iemand van zijnentwege is evenwel op de bedoelde bespreking verschenen. Dit houdt stellig verband met het schrijven van het Arbeidsfront van 11 Oct., # waarvan reeds de vraag opgeworpen werd, [handgeschreven tussenregel]

[Marge links, handgeschreven bijbehorende kanttekening:] + of het Arbeidsfront wel terecht dit advies maakt.

Het onderhavige stuk kan worden onderscheiden in twee gedeelten, namelijk een algemeen deel, dat werd ingedeeld in de punten A tot en met E, benevens een aantal voorstellen tot wijziging van het Reglement op de Markten, genummerd van 1 tot en met 12. Elk der bedoelde deelen zal hier thans verder afzonderlijk worden besproken.

Algemeen deel.
Het systeem, volgens hetwelk vaste plaatsen op de markten worden uitgegeven, is hier op juiste wijze beschreven. Niet juist is alleen de opmerking, dat ook een groep Duitsche Joden, die al jaren de Amsterdamsche markten bezoeken, voor vaste marktplaatsen in aanmerking zijn gekomen. Het desbetreffende besluit van Burgemeester en Wethouders d.d. 19 Januari 1940 (No. 552 L.M.1939) betreft 33 met name genoemde buitenlanders, waarvan 19 Duitschers zijn, zonder dat bekend of het Joden dan wel niet-Joden zijn, voorts 3 Italianen, 5 Polen, 1 Rus, 2 Hongaren, 2 Turken, en 1 Chech, omtrent welke kooplieden evenmin iets anders bekend is, dan dat zij reeds sedert jaren te Amsterdam losse marktplaatsen bezetten.

[Marge links onder, handgeschreven:] Terwijl reeds gedurende vele jaren in Nederland waren gevestigd.

In dit verband diene nog, dat het op mijn voorstel was, dat Burgemeester en Wethouders in 1934 hebben besloten aan buitenlanders geen vaste plaatsen meer op de markten te verleenen. Tevoren waren dergelijke uitzonderingsbepalingen niet bekend.
De onder B gedane mededeeling, dat op de markt Albert Cuypstraat een/groep van kooplie...

/kleine Dit document is een ambtelijk advies van de gemeente Amsterdam over een poging van het Nederlandsch Arbeidsfront (NAF) om de marktreglementen te beïnvloeden. Het NAF was een nationaalsocialistische organisatie die tijdens de bezetting de vakbonden verving.

De kern van het document betreft de status van buitenlandse marktkooplieden. Het NAF had blijkbaar kritiek geuit op het feit dat "Duitsche Joden" vaste standplaatsen zouden hebben gekregen. De ambtenaar weerspreekt dit door te stellen dat er geen onderscheid werd gemaakt op basis van religie/afkomst, maar dat het ging om een groep van 33 buitenlanders die simpelweg al jarenlang als 'losse' koopman op de markt stonden. Bovendien wijst de schrijver erop dat het Amsterdamse beleid ten aanzien van buitenlanders al sinds 1934 (onder druk van de economische crisis en de vluchtelingenstroom) zeer restrictief was. De brief is geschreven kort na het begin van de Duitse bezetting (najaar 1940). Het markeert een kantelpunt in de geschiedenis van de Amsterdamse markten:
1. De opkomst van de NAF: De bezetter probeerde via organisaties als het NAF grip te krijgen op de economie en de beroepsbevolking.
2. Begin van de Jodenvervolging: Hoewel de ambtenaar hier nog een zakelijke, procedurele toon aanslaat ("zonder dat bekend of het Joden dan wel niet-Joden zijn"), is de politieke druk om Joodse Amsterdammers uit te sluiten van het openbare leven reeds voelbaar in de vragen van het NAF.
3. Continuïteit van beleid: De verwijzing naar 1934 laat zien dat er al vóór de oorlog sprake was van protectionisme en beperkingen voor buitenlanders, waar de bezetter nu op voortborduurde om een specifiek antisemitisch beleid door te voeren. Kort na dit schrijven zouden de eerste expliciete verordeningen volgen die Joden volledig van de markten zouden weren.

Samenvatting

Dit document is een ambtelijk advies van de gemeente Amsterdam over een poging van het Nederlandsch Arbeidsfront (NAF) om de marktreglementen te beïnvloeden. Het NAF was een nationaalsocialistische organisatie die tijdens de bezetting de vakbonden verving.

De kern van het document betreft de status van buitenlandse marktkooplieden. Het NAF had blijkbaar kritiek geuit op het feit dat "Duitsche Joden" vaste standplaatsen zouden hebben gekregen. De ambtenaar weerspreekt dit door te stellen dat er geen onderscheid werd gemaakt op basis van religie/afkomst, maar dat het ging om een groep van 33 buitenlanders die simpelweg al jarenlang als 'losse' koopman op de markt stonden. Bovendien wijst de schrijver erop dat het Amsterdamse beleid ten aanzien van buitenlanders al sinds 1934 (onder druk van de economische crisis en de vluchtelingenstroom) zeer restrictief was.

Historische Context

De brief is geschreven kort na het begin van de Duitse bezetting (najaar 1940). Het markeert een kantelpunt in de geschiedenis van de Amsterdamse markten:
1. De opkomst van de NAF: De bezetter probeerde via organisaties als het NAF grip te krijgen op de economie en de beroepsbevolking.
2. Begin van de Jodenvervolging: Hoewel de ambtenaar hier nog een zakelijke, procedurele toon aanslaat ("zonder dat bekend of het Joden dan wel niet-Joden zijn"), is de politieke druk om Joodse Amsterdammers uit te sluiten van het openbare leven reeds voelbaar in de vragen van het NAF.
3. Continuïteit van beleid: De verwijzing naar 1934 laat zien dat er al vóór de oorlog sprake was van protectionisme en beperkingen voor buitenlanders, waar de bezetter nu op voortborduurde om een specifiek antisemitisch beleid door te voeren. Kort na dit schrijven zouden de eerste expliciete verordeningen volgen die Joden volledig van de markten zouden weren.

Kooplieden in dit dossier 62

A. Boersen Uilenburg — " —
A. Cuijpstr Waterlooplein
A. Cuypstraat Waterlooplein 89
A. Cuypstraat Waterlooplein
B. Schmiedemind Uilenburg v. Burg en Dijkema
B. Schmiedemind Uilenburg — " —
G. Burgers Uilenburg — " —
G. Hillegers Uilenburg — " —
G. Hillegers Uilenburg v. Burg.
G. Hillegers Uilenburg Renz en Uitvlugt
G. Hillegers Uilenburg — " —
J. Hillegers Uilenburg Uitvlugt
J. J. Reenslag. Uilenburg — " —
J. Hillegers Uilenburg Moerkerken en Bakker
J. Trapman Uilenburg — " —
J. v.d. Beek Uilenburg — " —
L. Scholten Uilenburg — " —
M.A.J. Roozen Uilenburg — " —
Op Zaterdag 12 October meerdere
Op Zaterdag 12 October meerdere
Op Zaterdag 15 Februari meerdere
B.J. Maart meerdere
Op Zaterdag 1 Februari meerdere
B.J. Maart meerdere
Op Zaterdag 22 Februari meerdere
B.J. Maart meerdere
Alle 62 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 2