Archiefdocument
Origineel
- Een verplichting om minstens drie dagen per week een marktplaats op een dagmarkt te bezetten, doch niet tot drie uur maar tot vijf uur.
- De vaste plaatsen, die vaste plaatshouders van het Waterlooplein en de Nieuwmarkt op de andere markten bezitten, behooren te worden ingetrokken en ter beschikking te worden gesteld van werkelijke rechthebbende distribuanten.
- Onherroepelijk worden de plaatsen van steuntrekkers na drie maanden steun in het tijdsverloop van 1 jaar ingetrokken en toegewezen aan de werkelijke marktbouwers.
- Compagnonschappen, doch geregistreerd bij Marktwezen, worden in het belang der goederentoevoer en aantrekkelijkheid der markten bevorderd.
- Door ouders opgebouwde marktzaken kunnen aan kinderen, die minstens tien jaren onafgebroken hun ouders op de marktplaats behulpzaam zijn geweest en geregistreerd zijn bij Marktwezen, worden overgedaan zoodat zij op die plaatsen mede de vruchten kunnen plukken van hetgeen door de ouders met het kind is opgebouwd.
- Dezelfde faciliteiten onder dezelfde voorwaarden als onder 5 genoemd, behooren te worden toegepast op personeel en compagnons, die vaak met de plaatshouders en de marktplaatsen zijn samengegroeid en broodeloos zou worden door het verdwijnen van den patroon of compagnon.
- De Uilenburgmarkt moet verdwijnen als zijnde in strijd met de grondgedachte van het Nederlandsche Volk. De godsdienstige overwegingen der joden spelen geen rol meer, op welke gronden deze markt jaren terug bij de wet werd geregeld. (wijziging Zondagswet). Deze markt kan 's Zaterdags gehouden worden op het Waterlooplein en omgeving met de kooplieden als aanvulling, genoemd onder sub 2 die van de overige markten verdwenen zijn. Op Israelietische feestdagen wordt deze markt de laatste jaren eveneens gehouden, in tegenstelling met een twaalf jaar terug, zoodat het op de sabbath evenmin bezwaarlijk kan zijn, dat de kooplieden van Uilenburg die toch in hoofdzaak tevens Waterlooplein kooplieden zijn, haar Zaterdag bezetten.
- Elke vaste plaatshouder op een dagmarkt kan tevens vaste plaatshouder zijn op een weekmarkt. Het karakteristieke Amstelveld met zijn standwerkers en beesten, de Noordermarkt met haar schilderachtige omgeving, op Maandag gestoffeerd met uitdragerijen. Dergelijke markten moeten behouden blijven.
- Verboden wordt, dat een koopman zeven dagen per week kan markten, zooals thans het geval is, bijv. Maandag t.e.m. Vrijdag op het Waterlooplein, 's Zaterdags in de Dapperstraat of Sumatrastraat en 's Zondags op Uilenburg, hetgeen mogelijk is, zoolang deze markt niet verdwenen is. Het is bovendien oneerlijk tegenover de winkeliers, die wel gebonden zijn door de winkelsluitingswet.
- Opheffing der markt in de Sumatrastraat en bijvoeging bij de dagmarkt in de Dapperstraat. Een groote, bloeiende markt is belangrijker dan versnipperde markten in Oost, terwijl de ruimte vrij is op de Dapperstraatmarkt.
- Vroegere beeindiging der markten op Zaterdagavond.
- Voorkeurskaarthouders worden Zaterdags een plaats toegewezen naar ouderdomsrecht, waarbij het aantal marktdagen, dat door hen in dezelfde week op de markt is doorgebracht, mede het plaatstoewijzingsrecht beïnvloedt.
ANALYSE
De tekst is een beleidsdocument dat tot doel heeft het marktwezen in Amsterdam te reguleren en te centraliseren. De analyse brengt drie kernpunten naar voren:
* Ideologische uitsluiting: Punt 7 is het meest cruciaal. Hier wordt de opheffing van de Uilenburgmarkt (gelegen in de van oudsher Joodse buurt) geëist op basis van nationaalsocialistische retoriek. De argumentatie dat Joodse religieuze wetten (Sabbath) niet langer gerespecteerd hoeven worden, is een directe aanval op de Joodse gemeenschap.
* Economische rationalisering: Diverse punten (1, 3, 9, 10) streven naar een "efficiëntere" markt door de aanwezigheid van handelaren te verplichten, steuntrekkers uit te sluiten en kleinere markten samen te voegen. Ook de bescherming van de winkeliers tegen "oneerlijke" concurrentie (punt 9) wordt als argument gebruikt.
* Continuïteit en beheer: Punten 5 en 6 regelen de erfopvolging binnen marktfamilies, wat aantoont dat men de stabiliteit van de (niet-Joodse) markthandel wilde waarborgen.
CONTEXT
Dit document weerspiegelt de actieve 'nazificatie' van de Amsterdamse openbare ruimte en economie tijdens de Tweede Wereldoorlog. De afdeling Marktwezen van de gemeente Amsterdam voerde onder druk van (of in samenwerking met) de bezetter maatregelen in die specifiek gericht waren op het verdringen van Joodse handelaren uit de economie. De Uilenburgmarkt was een centrum van Joodse straathandel; door deze op te heffen en de handelaren te verplichten op zaterdag (de Sabbath) op andere locaties te werken, werd hun bestaansrecht effectief ondermijnd. Dit document dient als historisch bewijs van de bureaucratische uitvoering van de Jodenvervolging op lokaal niveau. De tekst is een beleidsdocument dat tot doel heeft het marktwezen in Amsterdam te reguleren en te centraliseren. De analyse brengt drie kernpunten naar voren:
* Ideologische uitsluiting: Punt 7 is het meest cruciaal. Hier wordt de opheffing van de Uilenburgmarkt (gelegen in de van oudsher Joodse buurt) geëist op basis van nationaalsocialistische retoriek. De argumentatie dat Joodse religieuze wetten (Sabbath) niet langer gerespecteerd hoeven worden, is een directe aanval op de Joodse gemeenschap.
* Economische rationalisering: Diverse punten (1, 3, 9, 10) streven naar een "efficiëntere" markt door de aanwezigheid van handelaren te verplichten, steuntrekkers uit te sluiten en kleinere markten samen te voegen. Ook de bescherming van de winkeliers tegen "oneerlijke" concurrentie (punt 9) wordt als argument gebruikt.
* Continuïteit en beheer: Punten 5 en 6 regelen de erfopvolging binnen marktfamilies, wat aantoont dat men de stabiliteit van de (niet-Joodse) markthandel wilde waarborgen.
CONTEXT
Dit document weerspiegelt de actieve 'nazificatie' van de Amsterdamse openbare ruimte en economie tijdens de Tweede Wereldoorlog. De afdeling Marktwezen van de gemeente Amsterdam voerde onder druk van (of in samenwerking met) de bezetter maatregelen in die specifiek gericht waren op het verdringen van Joodse handelaren uit de economie. De Uilenburgmarkt was een centrum van Joodse straathandel; door deze op te heffen en de handelaren te verplichten op zaterdag (de Sabbath) op andere locaties te werken, werd hun bestaansrecht effectief ondermijnd. Dit document dient als historisch bewijs van de bureaucratische uitvoering van de Jodenvervolging op lokaal niveau. Dit document weerspiegelt de actieve 'nazificatie' van de Amsterdamse openbare ruimte en economie tijdens de Tweede Wereldoorlog. De afdeling Marktwezen van de gemeente Amsterdam voerde onder druk van (of in samenwerking met) de bezetter maatregelen in die specifiek gericht waren op het verdringen van Joodse handelaren uit de economie. De Uilenburgmarkt was een centrum van Joodse straathandel; door deze op te heffen en de handelaren te verplichten op zaterdag (de Sabbath) op andere locaties te werken, werd hun bestaansrecht effectief ondermijnd. Dit document dient als historisch bewijs van de bureaucratische uitvoering van de Jodenvervolging op lokaal niveau. Gemeente Amsterdam Marktwezen