Getypte ambtelijke notitie of brief.
Origineel
Getypte ambtelijke notitie of brief. 19 september 1940. De markten Lindengracht en Waterlooplein moeten hierbij buiten be-
schouwing blijven, daar een groot deel der kooplieden van de Lindengracht
des Maandags plaatsen inneemt op de Westerstraat en Noordermarkt, terwijl
de kooplieden van het Waterlooplein daar deze markt des Zaterdags niet
wordt gehouden, op dien dag plaatsen op tal van andere markten innemen.
Amsterdam, 19 September 1940.
De Inspecteur, De tekst is een korte, zakelijke mededeling van een Amsterdamse inspecteur. De kern van de boodschap is een logistieke rechtvaardiging om twee specifieke markten (Lindengracht en Waterlooplein) buiten beschouwing te laten bij een (niet nader genoemd) onderzoek of een nieuwe regeling. De reden hiervoor is dat de kooplieden van deze markten op andere dagen op andere locaties staan (Westerstraat, Noordermarkt of "tal van andere markten"). Dit suggereert dat men dubbeltellingen wilde voorkomen of dat een specifieke maatregel die voor andere markten gold, hier niet praktisch uitvoerbaar was vanwege de mobiliteit van deze specifieke groepen handelaren.
Opvallend is de doorschijnende tekst op de achterzijde van het papier, wat suggereert dat dit blad onderdeel was van een groter dossier of dat papier schaars was en aan beide zijden werd gebruikt. De datum, 19 september 1940, is van groot historisch belang. De Duitse bezetting van Nederland was op dat moment vier maanden oud. In deze periode begon de bezetter, vaak met medewerking van het Nederlandse ambtenarenapparaat, met het inventariseren en reguleren van diverse aspecten van het openbare leven, waaronder de markthandel.
De vermelding van het Waterlooplein is hierbij cruciaal. Het Waterlooplein was het hart van de Amsterdamse Jodenbuurt en de markt had een overwegend Joods karakter. In de loop van 1940 en 1941 voerden de nazi's steeds strengere beperkingen in voor Joodse marktkooplieden, wat uiteindelijk leidde tot hun volledige uitsluiting en de instelling van aparte 'Joodse markten'. Deze notitie zou een vroeg stadium kunnen zijn van de administratieve voorbereidingen voor dergelijke segregatiemaatregelen, waarbij de inspecteur de ingewikkelde patronen van de markthandel in kaart brengt of juist probeert de status quo te handhaven door de complexiteit van de spreiding van de kooplieden te benadrukken.
Samenvatting
De tekst is een korte, zakelijke mededeling van een Amsterdamse inspecteur. De kern van de boodschap is een logistieke rechtvaardiging om twee specifieke markten (Lindengracht en Waterlooplein) buiten beschouwing te laten bij een (niet nader genoemd) onderzoek of een nieuwe regeling. De reden hiervoor is dat de kooplieden van deze markten op andere dagen op andere locaties staan (Westerstraat, Noordermarkt of "tal van andere markten"). Dit suggereert dat men dubbeltellingen wilde voorkomen of dat een specifieke maatregel die voor andere markten gold, hier niet praktisch uitvoerbaar was vanwege de mobiliteit van deze specifieke groepen handelaren.
Opvallend is de doorschijnende tekst op de achterzijde van het papier, wat suggereert dat dit blad onderdeel was van een groter dossier of dat papier schaars was en aan beide zijden werd gebruikt.
Historische Context
De datum, 19 september 1940, is van groot historisch belang. De Duitse bezetting van Nederland was op dat moment vier maanden oud. In deze periode begon de bezetter, vaak met medewerking van het Nederlandse ambtenarenapparaat, met het inventariseren en reguleren van diverse aspecten van het openbare leven, waaronder de markthandel.
De vermelding van het Waterlooplein is hierbij cruciaal. Het Waterlooplein was het hart van de Amsterdamse Jodenbuurt en de markt had een overwegend Joods karakter. In de loop van 1940 en 1941 voerden de nazi's steeds strengere beperkingen in voor Joodse marktkooplieden, wat uiteindelijk leidde tot hun volledige uitsluiting en de instelling van aparte 'Joodse markten'. Deze notitie zou een vroeg stadium kunnen zijn van de administratieve voorbereidingen voor dergelijke segregatiemaatregelen, waarbij de inspecteur de ingewikkelde patronen van de markthandel in kaart brengt of juist probeert de status quo te handhaven door de complexiteit van de spreiding van de kooplieden te benadrukken.