Archief 745
Inventaris 745-313
Pagina 313
Dossier 23
Jaar 1940
Stadsarchief

Getypte brief of rapportage (doorslag).

Origineel

Getypte brief of rapportage (doorslag). daan zoodat zij op die plaatsen mede de vruchten kunnen plukken, van hetgeen door de ouders met het kind is opgebouwd.

  1. Dezelfde faciliteiten onder dezelfde voorwaarden als onder 5 genoemd, behooren te worden toegepast op personeel en compagnons, die vaak met de plaatshouders en de marktplaatsen zijn samengegroeid en broodeloos zou worden door het verdwijnen van den patroon of compagnon.

  2. De Uilenburgermarkt moet verdwijnen als zijnde in strijd met de grondgedachte van het Nederlandsche Volk. De godsdienstige overwegingen der joden spelen geen rol meer, op welke gronden deze markt jaren terug bij de wet werd geregeld. (wijziging Zondagswet). Deze markt kan 's Zaterdags gehouden worden op het Waterlooplein en omgeving met de kooplieden als aanvulling, genoemd onder sub 2 die van de overige markten verdwenen zijn. Op Israelitische feestdagen wordt deze markt de laatste jaren eveneens gehouden, in tegenstelling met een twaalf jaar terug, zoodat het op de sabbath evenmin bezwaarlijk kan zijn, dat de kooplieden van Uilenburg die toch in hoofdzaak tevens Waterlooplein kooplieden zijn, haar Zaterdag bezetten.

  3. Elke vaste plaatshouder op een dagmarkt kan tevens vaste plaatshouders zijn op een weekmarkt. Het karakteristieke Amstelveld met zijn standwerkers en beesten, de Noordermarkt met haar schilderachtige omgeving, op Maandag gestoffeerd met uidragerijen. Dergelijke markten moeten behouden blijven.

  4. Verboden wordt, dat een koopman zeven dagen per week kan markten, zooals thans het geval is, bijv. Maandag t.e.m.Vrijdag op het Waterlooplein, 's Zaterdags in de Dapperstraat of Sumatrastraat en 's Zondags op Uilenburg, hetgeen mogelijk is, zoolang deze markt niet verdwenen is. Het is bovendien oneerlijk tegenover de winkeliers, die wel gebonden zijn door de winkelsluitingswet.

  5. Opheffing der markt in de Sumatrastraat en bijvoeging bij de dagmarkt in de Dapperstraat. Een groote, bloeiende markt is belangrijker dan versnipperde markten in Oost, terwijl de ruimte vrij is op de Dapperstraatmarkt.

  6. Vroegere beëindiging der markten op Zaterdagavond.

  7. Voorkeurskaarthouders worden Zaterdags een plaats toegewezen naar ouderdomsrecht, waarbij het aantal marktdagen, dat door hen in dezelfde week op de markt is doorgebracht, mede het plaatstoewijzingsrecht beinvloedt.

Hiermede meen ik thans te moeten sluiten. Het ventwezen is een vraagstuk op zichzelf, waar ook nog wel een woordje over te zeggen valt. Dit document bevat een reeks beleidsvoorstellen voor de regulering van markten in Amsterdam. De tekst is zakelijk en administratief van toon, maar bevat een expliciete politieke en ideologische lading.

Belangrijkste punten:
* Punt 7 (Ideologische kern): Dit is het meest opvallende deel. Er wordt gepleit voor de afschaffing van de Uilenburgermarkt (een van oorsprong joodse markt). De argumentatie is gebaseerd op de "grondgedachte van het Nederlandsche Volk", een eufemisme voor de nationaalsocialistische ideologie. Men probeert de historische uitzonderingspositie van de joodse markt (handelen op zondag in plaats van de sabbat) te delegitimeren.
* Economische argumenten: In punt 9 wordt de "oneerlijke concurrentie" met winkeliers aangehaald. Dit werd vaak gebruikt als voorwendsel om de (vaak joodse) straathandel in te perken.
* Stadsplanning: Voorstellen om kleine markten (Sumatrastraat) samen te voegen met grotere (Dapperstraat) om de efficiëntie te verhogen.
* Arbeidsregulering: Het verbieden van zeven dagen per week werken en het formaliseren van plaatstoewijzing op basis van anciënniteit (ouderdomsrecht). Het document moet geplaatst worden in de context van de vroege jaren van de Duitse bezetting van Nederland (ca. 1941). De nazi-autoriteiten en pro-Duitse ambtenaren streefden naar de uitsluiting van joden uit de economie en het publieke leven.

Vóór de oorlog hadden joodse marktkooplui het recht om op zondag markt te houden omdat zij op zaterdag (sabbat) rustten. De "Zondagswet" bood hiervoor ruimte. In 1941 werd de Uilenburgermarkt door de bezetter verboden als onderdeel van de anti-joodse maatregelen. De termen "grondgedachte van het Nederlandsche Volk" en de aanval op de joodse godsdienstige tradities passen naadloos in het proces van 'Gleichschaltung' (gelijkschakeling) van de Nederlandse maatschappij. De schrijver is waarschijnlijk een (NSB-gezinde) ambtenaar of adviseur op het gebied van marktwezen.

Samenvatting

Dit document bevat een reeks beleidsvoorstellen voor de regulering van markten in Amsterdam. De tekst is zakelijk en administratief van toon, maar bevat een expliciete politieke en ideologische lading.

Belangrijkste punten:
* Punt 7 (Ideologische kern): Dit is het meest opvallende deel. Er wordt gepleit voor de afschaffing van de Uilenburgermarkt (een van oorsprong joodse markt). De argumentatie is gebaseerd op de "grondgedachte van het Nederlandsche Volk", een eufemisme voor de nationaalsocialistische ideologie. Men probeert de historische uitzonderingspositie van de joodse markt (handelen op zondag in plaats van de sabbat) te delegitimeren.
* Economische argumenten: In punt 9 wordt de "oneerlijke concurrentie" met winkeliers aangehaald. Dit werd vaak gebruikt als voorwendsel om de (vaak joodse) straathandel in te perken.
* Stadsplanning: Voorstellen om kleine markten (Sumatrastraat) samen te voegen met grotere (Dapperstraat) om de efficiëntie te verhogen.
* Arbeidsregulering: Het verbieden van zeven dagen per week werken en het formaliseren van plaatstoewijzing op basis van anciënniteit (ouderdomsrecht).

Historische Context

Het document moet geplaatst worden in de context van de vroege jaren van de Duitse bezetting van Nederland (ca. 1941). De nazi-autoriteiten en pro-Duitse ambtenaren streefden naar de uitsluiting van joden uit de economie en het publieke leven.

Vóór de oorlog hadden joodse marktkooplui het recht om op zondag markt te houden omdat zij op zaterdag (sabbat) rustten. De "Zondagswet" bood hiervoor ruimte. In 1941 werd de Uilenburgermarkt door de bezetter verboden als onderdeel van de anti-joodse maatregelen. De termen "grondgedachte van het Nederlandsche Volk" en de aanval op de joodse godsdienstige tradities passen naadloos in het proces van 'Gleichschaltung' (gelijkschakeling) van de Nederlandse maatschappij. De schrijver is waarschijnlijk een (NSB-gezinde) ambtenaar of adviseur op het gebied van marktwezen.

Kooplieden in dit dossier 62

A. Boersen Uilenburg — " —
A. Cuijpstr Waterlooplein
A. Cuypstraat Waterlooplein 89
A. Cuypstraat Waterlooplein
B. Schmiedemind Uilenburg v. Burg en Dijkema
B. Schmiedemind Uilenburg — " —
G. Burgers Uilenburg — " —
G. Hillegers Uilenburg — " —
G. Hillegers Uilenburg v. Burg.
G. Hillegers Uilenburg Renz en Uitvlugt
G. Hillegers Uilenburg — " —
J. Hillegers Uilenburg Uitvlugt
J. J. Reenslag. Uilenburg — " —
J. Hillegers Uilenburg Moerkerken en Bakker
J. Trapman Uilenburg — " —
J. v.d. Beek Uilenburg — " —
L. Scholten Uilenburg — " —
M.A.J. Roozen Uilenburg — " —
Op Zaterdag 12 October meerdere
Op Zaterdag 12 October meerdere
Op Zaterdag 15 Februari meerdere
B.J. Maart meerdere
Op Zaterdag 1 Februari meerdere
B.J. Maart meerdere
Op Zaterdag 22 Februari meerdere
B.J. Maart meerdere
Alle 62 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 2