Getypt ambtelijk voorstel/advies (mogelijk een doorslag of stencil).
Origineel
Getypt ambtelijk voorstel/advies (mogelijk een doorslag of stencil). (De transcriptie volgt de originele regelafloop en spelling)
dagmarkten een plaats kunnen krijgen, hetgeen krachtens het
nieuwe lid van artikel 6 verboden is. Het gaat trouwens niet
om twee vaste plaatsen op een weekmarkt (het komt wel voor,
dat een koopman op dezelfde weekmarkt, bijvoorbeeld Uilen-
burg twee vaste plaatsen heeft), doch om plaatsen op twee
weekmarkten.
Daarbij komt, dat mijns inziens niet eerst bij het
toewijzen van een nieuwe vaste plaats door den koopman moet
worden gekozen op welke markt hij zich wenscht te vestigen,
doch dat deze keus reeds bij het uitreiken van de voorkeurs-
kaart moet geschieden. Immers de houder van een voorkeurs-
kaart is (krachtens artikel 10 b) verplicht de markt geregeld
te bezoeken. Ook hij zal dus, bij invoering van de Reglements-
wijzigingen drie keer per week ter markt moeten komen. Aan
deze verplichting kan hij geen gevolg geven als hij reeds
drie dagen per week op een andere dagmarkt en twee dagen op
twee weekmarkten moet komen.
Al hetgeen ik hierboven sub II heb besproken, wordt
mijns inziens tot uitdrukking gebracht door de onderstaande
wijziging van artikel 16, welke ik hierbij voorstel:
Ingevoegd worde een nieuw eerste lid, luidende:
"Een zelfde persoon kan, hetzij alleen hetzij met
zijn echtgenoote, ten hoogste over één vaste plaats op een
algemeene dagmarkt en over vaste plaatsen op twee weekmarkten
beschikken. Voor de toepassing van deze bepaling wordt degene,
wien een voorkeurskaart als bedoeld in artikel 8 is uitge-
reikt, aangemerkt als te beschikken over een vaste plaats op
de markt, waarvoor de voorkeurskaart is verleend."
[X in marge] Het eerste lid wordt tweede lid en komt te luiden:
"Onverminderd het bepaalde in het vorige lid, komen
uit elk gezin, op dezelfde markt, ten hoogste twee personen
voor een vaste plaats in aanmerking, namelijk het gezins-
hoofd of zijn echtgenoote en een der andere gezinsleden".
Teneinde het voorts mogelijk te maken, dat de in-
schrijving op de sollicitantenlijst wordt doorgehaald van den-
gene, die, als hij de voorkeurskaart komt in ontvangst nemen,
verkiest de vaste marktplaats, die hij reeds heeft, te be-
houden, stel ik voor aan artikel 10 sub a toe te voegen:
"Voor de toepassing van deze bepaling wordt de in-
[X in marge] geschrevene ook geacht in gebreke te blijven, wanneer hem op
grond van het bepaalde in artikel 16 lid 1 geen voorkeurs-
kaart kan worden uitgereikt."
III. Bij de Uwerzijds voorgestelde wijzigingen van
artikel 8 lid 1 en van artikel 7 lid 2 wordt blijkbaar ervan
uitgegaan, dat voorkeurskaarten telkens voor een dag worden
verleend. Dit is geenszins het geval; De voorkeurskaarten
worden eens voor al verstrekt; de houder eener dergelijke
kaart is een losse koopman, die binnenkort vaste-plaatshouder
zal worden en daarom reeds tot regelmatig marktbezoek wordt
verplicht, door middel van de voorkeurskaart, die krachtens
artikel 7 lid 1 ("in de tweede plaats") voor losse kooplie-
den onmisbaar is om een vaste plaats te kunnen krijgen.
Uit het vorenstaande volgt, dat artikel 8 geen wij-
ziging behoeft. Alleen artikel 7 lid 2 worde gewijzigd door
daarin onder "in de tweede plaats" te lezen:
"degenen, wien een voorkeurskaart als bedoeld in
artikel 8 is verstrekt, in de volgorde van hun inschrijving
op de in artikel 5 genoemde sollicitantenlijst, met dien ver- De tekst betreft een juridisch-ambtelijke discussie over de inrichting van marktverordeningen. De auteur betoogt dat er beperkingen moeten komen op het aantal vaste standplaatsen dat één persoon of gezin mag bezetten. Een belangrijk punt is de status van de "voorkeurskaart": de auteur stelt voor dat het bezit van zo'n kaart juridisch gelijkgesteld wordt aan het hebben van een vaste plaats, om te voorkomen dat kooplieden rechten op te veel verschillende markten cumuleren.
Daarnaast wordt een technisch punt gecorrigeerd: voorkeurskaarten worden niet per dag uitgegeven (zoals de geadresseerde blijkbaar dacht), maar zijn een permanent bewijs dat de houder verplicht tot regelmatig marktbezoek. De handgeschreven kruisen in de marge bij specifieke teksten voor artikel 16 en artikel 10 suggereren dat deze specifieke formuleringen tijdens het overlegproces zijn verworpen of gemarkeerd voor herziening. Het taalgebruik (zoals "echtgenoote", "den koopman", "inziens") en de typografie wijzen op een datering tussen circa 1930 en 1955. De referentie naar "Uilenburg" duidt zeer waarschijnlijk op de markt in de Amsterdamse Uilenburgerstraat. In deze periode was de regulering van markten een belangrijk instrument voor gemeenten om de openbare orde en een eerlijke verdeling van schaarse economische ruimte (de standplaatsen) te handhaven. De "voorkeurskaart" was een systeem om 'trouwe' losse kooplieden voorrang te geven bij het vrijkomen van felbegeerde vaste plekken, een voorloper van de huidige anciënniteitsregelingen op Nederlandse warenmarkten.