Archief 745
Inventaris 745-313
Pagina 377
Dossier 100
Jaar 1940
Stadsarchief

Archiefdocument

Maart 1941.

Origineel

Maart 1941. (Linkerpagina, pag. 10 - Katern 'Mercurius')

Mercurius [blz.] 3

of reeds ter ziele, doch voor hen die medeleven met een organisatie, of overtuigd zijn, van het vele werk dat een bestuur offert om het apparaat steeds aan de gang te houden en te werken in het belang der leden, aan hen draag ik deze regels op, die uiteraard beknopt weergegeven moeten worden in beperkte ruimte.

**

De inzet van het nieuwe jaar begon met een vorstperiode, die door haar omvang het gros onzer leden buiten het bedrijf plaatste. Velen van hen moesten door volledige steun door de instelling van M.S. geholpen worden. Door de welwillende medewerking van deze instelling, kon het bestuur de aanvragen en afhandeling vlot laten verlopen.
Na verloop van acht weken kon men weer met handel beginnen, doch toen moesten er wederom heel wat avonden werk verzet worden om te bewerkstelligen, dat onze leden door middel van handelsgeld hun bedrijf konden voortzetten of opbouwen. Door de medewerking van Chef en Ambtenaren bij Maatschappelijk Steun is het ons gelukt in de meeste gevallen den leden in deze vorstperiode bij te staan.
Een woord van dank mag hier niet achterwege blijven.

Congres Nederl. Bond
De Februarimaand (25/2 1940) bracht ons het Congres van de Nederlandse bond, waarna met veel belangstelling werd uitgezien, vele leden waren er getuige van, dat onze Voorzitter M. Neeter wederom plaats kon nemen in het bestuur van de Nederlandse Bond.
De samenwerking tussen de Top Organisatie en de Amsterdamse Bond „Mercurius” werd hierdoor bezegeld waardoor naar wij hopen een band gesmeed is, die nimmer meer is te verbreken. Dit zal mijn ideaal waarvoor ik in de toekomst zal werken, naderbij brengen, nml. èèn Nederlandse Bond en wij haar grootste afdeling in het land als gecentraliseerde organisatie. Een jaarverslag is niet de plaats hierover uit te wijden, doch de tijd zal leren.

Jaarvergadering
Deze moest door breed opgezette reorganisatievoorstellen vele avonden in beslag nemen.
Op 1 Februari hield onze bond onder voorzitterschap van den vice-voorzitter L. Haringman een grote huishoudelijke vergadering waarin door M. Neeter de reeks van reorganisatievoorstellen werden behandeld en verdedigd. Voor deze bijeenkomst in het Forestergebouw waren de leden met hun dames uitgenodigd waardoor ook zij iets meer op de hoogte konden komen van het werk in de organisatie. Het orgaan van „Mercurius” Febr.-Maart heeft U volledig verslag van deze avond gegeven.
Hierna waren 6, 7 en 13 Maart bestemd om de reorganisatievoorstellen te behandelen, deze werden breedvoerig besproken en gedeeltelijk aangenomen. De contributieverhoging echter die wij nodig zouden hebben werd met meerderheid van stemmen verworpen, waardoor geen mogelijkheid werd geschapen onze plannen uit te voeren.

Verkiezingen
De bestuursverkiezingen ontstaan door aftreden en vacatures werd alsvolgt geregeld:
De drie aftredende bestuurders werden herkozen en in de vacature door aftreden van Hagenaar en Pam werden verkozen de heren A. Peereboom en I. Smit, terwijl met grote instemming de leden Hagenaar en Pam tot ereleden werden benoemd.
Niet lang mocht Hagenaar deze eretitel dragen, na ruim 40 jaar het werk van de organisatie voorbeeldig te hebben verricht werd hij na een ziekbed zijn familie en onze bond ontnomen. Beter dan de Voorzitter van Mercurius dit reeds in het orgaan, en aan het graf van deze eerlijke kameraad heeft afscheid genomen kan ik het niet doen. Alleen een eresaluut namens bestuur en leden in dit jaarverslag.

Diverse acties
Kort na de jaarvergadering traden wij in contact met de firma Jamin te Rotterdam om de ijsventers te laten rijden tegen een loon van 16 % in Mei en de overige maanden 15 %. Vroeger betaalde deze firma 13 ½ % zodat wij tevreden waren met de toezegging dat op deze voorwaarden de zomer 1940 de ijsventers konden werken. Tegelijkertijd slaagden wij er in de bestaande ijsventers organisatie te doen ontbinden, en zouden grote ledenwinst geboekt hebben, indien niet de oorlog dit had verhinderd. Het vele werk hiervoor gedaan was dus tevergeefs geweest.
De moeilijke dagen, die toen kwamen als gevolg van de oorlog, zullen later door geschiedschrijvers vermeld moeten worden, ook wij kwamen na de 10e Mei in grote moeilijkheid te verkeren, zó zelfs, dat wij vreesden de organisatie, die ons lief is, niet de nodige kracht bezat deze tijd te doorstaan. Er werden echter maatregelen genomen om alles intact te laten, hoewel verschillende leden reeds bedankten. Deze moeilijkheden had niet Amsterdam alleen. Ik heb hier niet meer te memoreren wat in ’t bijzonder in Rotterdam en Middelburg plaats had gevonden.
Het bestuur kwam bijeen om vóór alles onze Rotterdamse collega’s te helpen, waarvan velen alles hadden verloren. Besloten werd f 500.— aan te bieden ten einde in de ergste nood te voorzien overtuigd dat deze niet door onze gehele bond gedragen werd. Ook het Steunfonds heeft, zijn plicht kennende, gehandeld.

Distributiebeslommeringen
De moeilijkheden bij de textielregeling en de gehele distributie werden breedvoerig in het bondsorgaan behandeld, daar onze krant „Mercurius” tegelijk met Rotterdam en Standwerkers opgenomen werd in het bondsblad. Het gemis aan een eigen krant moest noodwendig haar uitwerking hebben, doch langzamerhand zal het bondsorgaan ingeburgerd zijn en wij met dezelfde energie hieraan medewerken.
De samenwerking met het Textielbureau te ’s-Gravenhage via den Bondsvoorzitter is voor ons van groot belang, zodat vele leden inzake de distributie van deze bemiddeling gebruik maakten.
Indien de on- of verkeerd georganiseerde kooplieden bij benadering zouden beseffen welke uitstekende resultaten onze bond bij de talrijke Rijksbureaus voor de distributie van diverse artikelen, dan twijfelde zij geen moment aan de noodzaak voor het lidmaatschap van „Mercurius”.
Het verbod, dat kooplieden uit andere plaatsen niet in de kustzone mochten handelen heeft ook vele onzer leden gedupeerd, tevens het verbod van den Burgemeester van Amsterdam, dat vanaf 14 September j.l. geen markten mochten worden gehouden. Er werden onmiddellijk maatregelen getroffen en besprekingen gevoerd met het Marktwezen en tweemaal met den Burgemeester. Het is het bestuur gelukt dit verbod ongedaan te maken, waardoor deze zaak, die angstig door onze leden werd ontvangen ongedaan werd gemaakt. Vele leden, zelfs niet-leden hebben ons naar aanleiding hiervan hun sympathie betuigd.

H. FRANK.
(Wordt vervolgd).

[pag.] 10


(Rechterpagina, pag. 11 - 'De Standwerker')

18e JAARGANG — MAART 1941 — No. 3 * Context van de Tweede Wereldoorlog: De tekst ademt de sfeer van de vroege bezettingsjaren. Er wordt expliciet gerefereerd aan de "10e Mei" (de Duitse inval) en de bombardementen in Rotterdam en Middelburg. De "verduisteringsbepalingen" worden genoemd als reden waarom avondvergaderingen moeilijk zijn.
* Economische druk: De standwerkers hebben het zwaar door distributieregelingen (textiel), de strenge winter van 1940 en de beperkingen die door de bezetter werden opgelegd (zoals het handelsverbod in de kustzone).
* Vakbondsstrijd: Er is een duidelijke beweging naar centralisatie. De Amsterdamse bond Mercurius integreert in de Nederlandse Standwerkersbond. Er is echter interne spanning over de contributie: de leden weigeren een verhoging, terwijl velen hun huidige contributie niet betalen ("nalatigheid").
* Sociale functie: De bond fungeert niet alleen als belangenbehartiger bij de overheid, maar ook als sociaal vangnet via het Ziekenfonds en Steunfonds. De noodhulp aan Rotterdamse collega's die "alles hadden verloren" is een concreet voorbeeld van solidariteit. Dit document is een cruciale bron voor de sociaal-economische geschiedenis van de Nederlandse straathandel tijdens de Duitse bezetting. Standwerkers vormden een unieke beroepsgroep die sterk afhankelijk was van mobiliteit en de beschikbaarheid van goederen.

De publicatie laat zien hoe een specifieke beroepsgroep probeerde te overleven onder het nieuwe regime. Interessant is de vermelding van de firma Jamin, die in die tijd een grote werkgever was voor ijsventers. Ook de strijd tegen marktverboden in steden als Haarlem en Zwolle toont aan dat de bond al vóór de oorlog een moeizame relatie had met lokale overheden, een situatie die door de oorlog verergerde.

De redacteur, A. Morpurgo, en andere genoemde bestuursleden (zoals M. Neeter en L. Frenkel) waren bekende figuren in de Joodse gemeenschap van Amsterdam en binnen de standwerkerswereld. Gezien de datum (maart 1941, vlak na de Februaristaking) en de Joodse achtergrond van veel standwerkers, is de tekst ook een stil getuigenis van een gemeenschap die onder enorme druk stond, hoewel de specifieke anti-Joodse maatregelen in dit bondsblad nog niet expliciet benoemd worden; men spreekt in algemenere termen over "de tijdsomstandigheden".

Samenvatting

  • Context van de Tweede Wereldoorlog: De tekst ademt de sfeer van de vroege bezettingsjaren. Er wordt expliciet gerefereerd aan de "10e Mei" (de Duitse inval) en de bombardementen in Rotterdam en Middelburg. De "verduisteringsbepalingen" worden genoemd als reden waarom avondvergaderingen moeilijk zijn.
  • Economische druk: De standwerkers hebben het zwaar door distributieregelingen (textiel), de strenge winter van 1940 en de beperkingen die door de bezetter werden opgelegd (zoals het handelsverbod in de kustzone).
  • Vakbondsstrijd: Er is een duidelijke beweging naar centralisatie. De Amsterdamse bond Mercurius integreert in de Nederlandse Standwerkersbond. Er is echter interne spanning over de contributie: de leden weigeren een verhoging, terwijl velen hun huidige contributie niet betalen ("nalatigheid").
  • Sociale functie: De bond fungeert niet alleen als belangenbehartiger bij de overheid, maar ook als sociaal vangnet via het Ziekenfonds en Steunfonds. De noodhulp aan Rotterdamse collega's die "alles hadden verloren" is een concreet voorbeeld van solidariteit.

Historische Context

Dit document is een cruciale bron voor de sociaal-economische geschiedenis van de Nederlandse straathandel tijdens de Duitse bezetting. Standwerkers vormden een unieke beroepsgroep die sterk afhankelijk was van mobiliteit en de beschikbaarheid van goederen.

De publicatie laat zien hoe een specifieke beroepsgroep probeerde te overleven onder het nieuwe regime. Interessant is de vermelding van de firma Jamin, die in die tijd een grote werkgever was voor ijsventers. Ook de strijd tegen marktverboden in steden als Haarlem en Zwolle toont aan dat de bond al vóór de oorlog een moeizame relatie had met lokale overheden, een situatie die door de oorlog verergerde.

De redacteur, A. Morpurgo, en andere genoemde bestuursleden (zoals M. Neeter en L. Frenkel) waren bekende figuren in de Joodse gemeenschap van Amsterdam en binnen de standwerkerswereld. Gezien de datum (maart 1941, vlak na de Februaristaking) en de Joodse achtergrond van veel standwerkers, is de tekst ook een stil getuigenis van een gemeenschap die onder enorme druk stond, hoewel de specifieke anti-Joodse maatregelen in dit bondsblad nog niet expliciet benoemd worden; men spreekt in algemenere termen over "de tijdsomstandigheden".

Kooplieden in dit dossier 62

A. Boersen Uilenburg — " —
A. Cuijpstr Waterlooplein
A. Cuypstraat Waterlooplein 89
A. Cuypstraat Waterlooplein
B. Schmiedemind Uilenburg v. Burg en Dijkema
B. Schmiedemind Uilenburg — " —
G. Burgers Uilenburg — " —
G. Hillegers Uilenburg — " —
G. Hillegers Uilenburg v. Burg.
G. Hillegers Uilenburg Renz en Uitvlugt
G. Hillegers Uilenburg — " —
J. Hillegers Uilenburg Uitvlugt
J. J. Reenslag. Uilenburg — " —
J. Hillegers Uilenburg Moerkerken en Bakker
J. Trapman Uilenburg — " —
J. v.d. Beek Uilenburg — " —
L. Scholten Uilenburg — " —
M.A.J. Roozen Uilenburg — " —
Op Zaterdag 12 October meerdere
Op Zaterdag 12 October meerdere
Op Zaterdag 15 Februari meerdere
B.J. Maart meerdere
Op Zaterdag 1 Februari meerdere
B.J. Maart meerdere
Op Zaterdag 22 Februari meerdere
B.J. Maart meerdere
Alle 62 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 2