Handgeschreven brief (verzoekschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift). 14 februari 1940. S. de Vries. Amsterdam 14 – 2 – 1940
Mijnheer.
Daar ik onder dokters behandeling ben, en deze mij verboden heeft de Winter maanden op de markt in de Westerstraat te staan. Verzoek ik u beleefd mij daar voorloopig zoo lang ik onder behandeling ben den Winter voorloopig vrijstelling van de markt te geven. Mijn marktgeld zal ik wekelijks bij den heer Wolf betalen. Hopende u mij dit verzoek zult toestaan teeken ik Hoogachtend,
S. de Vries
Zwanenburgwal 92 II
Amsterdam. * Inhoud: De schrijver, S. de Vries, verzoekt om een tijdelijke ontheffing van de verplichting om op de markt in de Westerstraat te staan. De reden hiervoor is medisch: de huisarts heeft het werken in de buitenlucht tijdens de wintermaanden verboden.
* Financiële toezegging: Om de marktplaats niet te verliezen, biedt de afzender aan om het verschuldigde marktgeld wekelijks te blijven doorbetalen aan een zekere "heer Wolf" (vermoedelijk een marktmeester of administratief beambte).
* Schrift en taal: Het betreft een zeer net en leesbaar handschrift. Het taalgebruik is formeel en beleefd, passend bij een officieel verzoek aan een instantie in die tijd. Opvallend is de spelling "weeklyks" (wekelijks) en "voorloopig" (volgens de toenmalige spelling-Marchant). * Historisch kader: De brief is gedateerd februari 1940, slechts enkele maanden voor de Duitse inval in Nederland. Op dat moment functioneert het Amsterdams stadsbestuur nog onder normale omstandigheden.
* Locatie: De Westerstraat-markt in de Jordaan is nog steeds een bekende Amsterdamse markt. De Zwanenburgwal, waar de afzender woonde, lag in het hart van de toenmalige Joodse buurt. Gezien de naam "De Vries" en de locatie is het aannemelijk dat de afzender van Joodse afkomst was, wat een tragische laag toevoegt aan de context van dit document in de maanden vlak voor het uitbreken van de Jodenvervolging.
* Administratieve praktijk: Het document toont de strikte regelgeving rondom marktplaatsen; men kon niet zomaar wegblijven zonder de plek kwijt te raken, tenzij er officieel uitstel werd verleend en de leges werden doorbetaald. S. de Vries