Archiefdocument
Origineel
Juli - september 1940. (In stempel linksboven:)
BIJBLAD VAN:
M. - No. 33/74/1 1940
DOORGEZONDEN: 31/8-'40
(Rechtsboven:) 606
S. Velleman pl 173 Westerstraat
zo Juli is gewaarschuwd geregeld
van plaats gebruik te maken.
Aan mevr. S. Velleman, kan m.i.
~~in verband met ziekte van haar echtgenoot~~
worden toegestaan om gedurende
ten hoogste vier weken haar plaats
op de markt Westerstraat niet in
te nemen.
Zij moet echter zorg dragen
dat het ook tijdens haar afwezigheid
verschuldigde marktgeld, wekelijks
wordt betaald.
(Met marktopzichter besproken)
(Aantekeningen in de marge en onderaan:)
oproepen
4-9-'40
de Han
p 6/9 - 9 uur
Spoed Jhr Wolff
advies
6-9-'40
de Han
10-9-'40
de Han
13/9/40 14 33/74/2
(Linksonder, gedrukt:)
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 Dit document betreft de administratieve afhandeling van een verzoek tot tijdelijke afwezigheid van een marktkoopvrouw op de markt aan de Westerstraat in Amsterdam. Mevr. S. Velleman, die standplaats 173 bezet, was in juli 1940 al gewaarschuwd dat zij haar plaats regelmatig moest gebruiken (op straffe van verlies van de vergunning).
Er wordt voorgesteld om haar een ontheffing van maximaal vier weken te verlenen. Opvallend is dat de oorspronkelijke reden, "in verband met ziekte van haar echtgenoot", is doorgehaald. De voorwaarde voor de tijdelijke afwezigheid is dat het verschuldigde marktgeld wel wekelijks wordt voldaan. De diverse handgeschreven krabbels tonen het proces van de ambtenaren (waaronder de heer 'de Han') die de zaak in september 1940 behandelen, inclusief een oproep voor een gesprek op 6 september om 9 uur. Het document is opgesteld in de eerste maanden van de Duitse bezetting van Nederland (september 1940). In deze periode werden marktreglementen strikt gehandhaafd. De naam Velleman is een veelvoorkomende Joodse familienaam in de Amsterdamse marktwereld. Hoewel de grote uitsluiting van Joodse markthandelaren pas later in de bezetting (vanaf 1941) systematisch werd doorgevoerd, toont dit document de vroege bureaucratische controle op standplaatshouders. Dergelijke dossiers bleven vaak bewaard omdat ze later dienden als bewijs voor de (on)rechtmatige ontneming van marktplaatsen van Joodse Amsterdammers. S. Velleman