Doorslag van een getypte brief (administratief archiefstuk).
Origineel
Doorslag van een getypte brief (administratief archiefstuk). 7 november 1940. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Markten, Amsterdam). [Handschrift linksboven, diagonaal:] verzonden 8/11
[Handschrift rechtsboven, onduidelijk:] m. de Boer [?]
[Getypt rechtsboven:] VP/HG.
den Heer M.Aarons,
Nwe.Heerengracht 137,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 2.
33/92/2 M. 7 November 1940.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 19 October jl. bericht ik U, dat het daarin vervatte verzoek niet voor inwilliging in aanmerking kan komen. Indien U voortaan Uw plaats op de markt Westerstraat niet regelmatig, dat wil zeggen ten minste drie maal per vier weken, bezet, zal deze plaats worden ingetrokken, overeenkomstig de desbetreffende bepalingen van het Reglement op de Markten.
De Directeur, De brief is een formele afwijzing van een verzoek dat de heer M. Aarons op 19 oktober 1940 had ingediend. De inhoud van dat verzoek wordt niet expliciet vermeld, maar de reactie is streng: niet alleen wordt het verzoek afgewezen, de heer Aarons krijgt ook een waarschuwing. Als hij zijn standplaats op de markt in de Westerstraat niet minimaal drie keer per vier weken bezet, zal zijn vergunning worden ingetrokken conform het Marktreglement.
Het document is een doorslag op dun, grijsachtig papier, wat typisch is voor de administratieve dossiervorming van die tijd. De handgeschreven aantekening "verzonden 8/11" duidt op de feitelijke verzending van de originele brief één dag na datering. De datum van de brief, 7 november 1940, plaatst het document in het begin van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De geadresseerde, de heer M. Aarons, woonde aan de Nieuwe Herengracht, een straat in de toenmalige Joodse buurt van Amsterdam. Het is zeer waarschijnlijk dat de heer Aarons een Joodse marktkoopman was.
In deze periode begonnen de bezettingsautoriteiten en het collaborerende of meewerkende Amsterdamse stadsbestuur de grip op Joodse burgers te verstrakken. Hoewel de brief formeel verwijst naar het "Reglement op de Markten", werden dergelijke administratieve regels in 1940 en 1941 steeds vaker strikt gehandhaafd of aangepast om Joodse ondernemers uit het economische leven te verdrijven. Niet lang na deze brief, in 1941, werden Joodse marktkooplui gedwongen zich te verplaatsen naar speciale "Joodse markten", voordat hen het werken op markten volledig onmogelijk werd gemaakt. Dit document vormt een schakel in de bureaucratische uitsluiting van Joodse Amsterdammers. M. Aarons