Officieel schrijven/beschikking van de Dienst der Markten (vermoedelijk).
Origineel
Officieel schrijven/beschikking van de Dienst der Markten (vermoedelijk). 2 januari 1941. De Directeur (van de marktdienst, Amsterdam). [Handgeschreven, rechtsboven:]
M. de Boer
[Rechtsonder de naam:]
D/HG.
[Handgeschreven, midden boven:]
Verzonden 2/1
[Adresseringsblok, rechts van het midden:]
den Heer L. Kanes,
Maritzstraat 17 II,
Amsterdam-Oost.
[Rechtsonder het adres:]
Wijk 20.
[Linksboven de tekst:]
33/112/2 M. 1940
[Rechtsboven de tekst:]
2 Januari 1941.
[Inhoud van de brief:]
Naar aanleiding van Uw briefkaart d.d. 16 December jl. verleen ik U hierbij gedurende twee weken na dato dezes toestemming Uw plaats op de markt Westerstraat niet te bezetten. Het terzake verschuldigde marktgeld dient echter regelmatig wekelijks aan den dienstdoenden marktambtenaar te worden betaald.
[Afsluiting, rechtsonder:]
De Directeur, Dit document is een formele toestemming van de Amsterdamse marktdienst aan een marktkoopman, de heer L. Kanes. Naar aanleiding van een verzoek per briefkaart van 16 december 1940, krijgt de heer Kanes verlof om zijn standplaats op de Westerstraatmarkt gedurende twee weken (vanaf 2 januari 1941) onbezet te laten.
Opvallend is de administratieve striktheid: hoewel hij er niet hoeft te staan, blijft de verplichting bestaan om het marktgeld wekelijks aan de ambtenaar ter plaatse te voldoen. Het document weerspiegelt de bureaucratische controle over de openbare markten in Amsterdam tijdens de vroege oorlogsjaren. De handgeschreven aantekening "Verzonden 2/1" diende als interne verificatie dat de brief op de dag van datering ook daadwerkelijk was uitgegaan. De brief is gedateerd op 2 januari 1941, een cruciale periode in de Tweede Wereldoorlog onder de Duitse bezetting van Nederland. De geadresseerde, L. Kanes, woonde in de Maritzstraat in Amsterdam-Oost. Dit was een straat in de Transvaalbuurt, een wijk die in die tijd een zeer grote Joodse populatie kende. De familienaam Kanes kwam veelvuldig voor binnen de Joodse gemeenschap van Amsterdam.
In de periode dat deze brief werd verstuurd, nam de druk op Joodse burgers en ondernemers snel toe. Kort na deze datum, in februari 1941, zouden de spanningen in Amsterdam leiden tot de Februaristaking. Voor Joodse marktkooplieden werd het werken op de markten in de loop van 1941 steeds moeilijker en uiteindelijk verboden door de bezetter. Dit document is een tastbaar bewijs van het dagelijks leven en de kleine ondernemersvrijheid die op dat moment nog bestond, maar die door de bureaucratie en de naderende deportaties spoedig vernietigd zou worden. L. Kanes M. de Boer