Getypte rapportpagina (waarschijnlijk deel van een sociaal-economisch onderzoek of een gemeentelijk verslag).
Origineel
Getypte rapportpagina (waarschijnlijk deel van een sociaal-economisch onderzoek of een gemeentelijk verslag). Bladz.2.
48% der plaatshouders laat de standplaats tydens het veilingbezoek onbezet, waaruit blykt, dat de voordeelen van dit veilingbezoek opwegen tegen den minderen verkoop door het onbezet laten der standplaats.
42% der plaatshouders heeft vergunning zich op hun standplaats te laten vervangen, terwyl
10% der plaatshouders standplaatsvergunningen hebben op dagen en/of uren, die buiten de uren van het veilingbezoek vallen.
Vervanging.
In hoofdzaak is vergunning tot vervanging aangevraagd en verleend voor veilingbezoek. Slechts enkele plaatshouders (sters) deden dit om andere redenen, n.l. 3 voor het verrichten van huiselyke bezigheden; 3 voor het gebruiken van maaltyden; 2 om gezondheidsredenen en 1 voor organisatiewerk. 21 der plaatshouders met vervangingsvergunning gaven op, dat zy den tyd, hun daarin toegestaan, behalve voor veilingbezoek, ook voor het nuttigen van maaltyden gebruikten.
Dat 48% der veiling-bezoekende plaatshouders geen vergunning tot vervanging hebben aangevraagd, komt, omdat zy daarvoor geen vertrouwd persoon kunnen aanwyzen.
Bergplaatsen.
In de meeste gevallen beschikt de standplaatshouder over een bergruimte, waar hy zyn handel kan verzorgen en zoo noodig bewaren kan, Dit kan zyn de loods van den verhuurder van handkar of bakfiets, waarop wordt uitgestald, dan wel een bergplaats door den vergunninghouder alleen, of in combinatie met anderen gehuurd.
Bloemstukken.
De standplaatshouders verkoopen vrywel uitsluitend losse snybloemen. Zelfs voor zoover zy tevens winkels houden, doen zy niet veel meer dan de bloemen, zooals die van de veiling komen, overbossen. Een passend lint moet van losse bloemen, eventueel met behulp van potplanten en van mand of vaas, een bloemstuk maken. Het samenstellen van goede bloemstukken (bindwerk) eischt een prima opleiding, goede smaak, veel vakkennis en goed betalende klanten, vier voorwaarden, die by een bloemenstandplaatshouder, althans tesamen, niet gevonden worden.
Twee standplaatshouders hebben op begraafplaatsen graven in onderhoud, terwyl een door onderhoud van tuinen wat tracht by te verdienen.
Naar hun wyze van werken kunnen de standplaatshouders in de volgende groepen worden onderverdeeld: Dit document is een statistische en beschrijvende weergave van de dagelijkse praktijk van bloemenverkopers met een vaste standplaats. De belangrijkste punten zijn:
- Logistiek versus Verkoop: De noodzaak om zelf naar de veiling te gaan wordt belangrijker geacht dan de gemiste verkoop tijdens de afwezigheid. Bijna de helft van de verkopers laat de kraam onbezet achter.
- Personeelsproblematiek: Er is een significant gebrek aan vertrouwd personeel ("vertrouwd persoon"), waardoor veel ondernemers geen vervanging kunnen regelen, zelfs als zij dit zouden willen.
- Huisvesting en Opslag: De logistiek is nauw verweven met de verhuurders van vervoersmiddelen (handkarren en bakfietsen), die vaak ook de opslagruimte (loods) faciliteren.
- Professionalisering: Er wordt een scherp onderscheid gemaakt tussen het simpelweg verkopen van bossen bloemen en het vervaardigen van "bindwerk" (bloemstukken). De auteur merkt kritisch op dat standplaatshouders over het algemeen niet beschikken over de opleiding en smaak die hiervoor nodig zijn.
- Neveninkomsten: De marge in de bloemenhandel lijkt krap, aangezien sommigen bijverdienen met tuin- of grafonderhoud. Het document dateert vermoedelijk uit het midden van de 20e eeuw (ca. 1930-1950), gezien de spelling (bijv. "tydens", "vrywel", "zooals") en de verwijzing naar handkarren en bakfietsen als primair uitstalmateriaal. Het lijkt een onderdeel van een sociaal-economische studie naar de middenstand of de ambulante handel. De toon is observerend en licht neerbuigend ten aanzien van het vakmanschap van de straathandelaren vergeleken met de "echte" bloemist die bindwerk levert.