Archief 745
Inventaris 745-330
Pagina 42
Dossier 5
Jaar 1940
Stadsarchief

Archiefdocument

3 januari 1941 (betreft onderzoek van medio april 1940) Van: Onbekend (waarschijnlijk een ambtenaar of afdelingshoofd)

Origineel

3 januari 1941 (betreft onderzoek van medio april 1940) Onbekend (waarschijnlijk een ambtenaar of afdelingshoofd) 39/2/1 M

[handgeschreven: extra] G.

3 Januari 1941.

Onderzoek standplaatshouders
met bloemen.

den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .

Naar aanleiding van Uw brief d.d. 6 Maart 1940 no.248 L.M.1940 heb ik de eer U te berichten, dat ik in verband met de daarin gestelde vragen een uitgebreid onderzoek heb doen instellen. Het resultaat daarvan doe ik U onderstaand toekomen.

Het aantal bloemenstandplaatsen bedroeg medio April 1940: 195; hierby waren 4 dubbele plaatsen; er waren dus 191 plaatshouders. Hiervan zyn er voor het onderhavige onderzoek 143 geenquêteerd; 48 vergunninghouders werden niet ondervraagd; 9 hiervan waren in militairen dienst; 8 in steun en 31 werden nimmer op hun standplaats aangetroffen.

Van de omstandigheden, waaronder de bloemenstandplaatshouders hun koophandel dryven, zyn vooral de volgende van belang.

Het aankoopen van den handel.

Dit geschiedt door 72% der standplaatshouders op veilingen, die het voordeel bieden van goedkooperen handel by ruime sorteering. Als veiling is voornamelyk van belang: Aalsmeer; verder de veiling op de Centrale Markt te Amsterdam en de veilingen in Westland en de Bollenstreek. (Deze veilingen worden meest in den voormiddag gehouden, kunnen soms echter tot 13 à 14 uur duren). Bovendien voorziet men zich van bloemen op de bloemenmarkt, welke drie maal per week in de vroege morgemuren op de Centrale Markt wordt gehouden.

28% der standplaatshouders koopt by commissionnairs, ondanks de hoogere pryzen en de beperkte sorteering. Zy doen dit voornamelyk, omdat zy uit geldgebrek handel op crediet moeten koopen (25%), dan wel omdat zy door drukke werkzaamheden in een winkel, geen tyd kunnen vinden voor veilingbezoek (3%). (Zy, die op crediet koopen, handelen feitelyk met het geld van den commissionnair en laten deze nog wel eens voor een "strop" opdraaien. Deze stroppen moet de commissionnair weer in zyn pryzen verrekenen.)

De groote beteekenis van het veilingbezoek voor den standplaatshouder blykt uit de volgende cyfers. * Inhoud: Het document is een rapportage over de economische positie en inkoopgewoonten van bloemenverkopers met een vaste standplaats in Amsterdam. Het splitst de groep op in zij die direct op veilingen kopen (de meerderheid, 72%) en zij die via tussenpersonen (commissionnairs) kopen (28%).
* Statistiek: Van de 191 plaatshouders konden er 143 worden ondervraagd. De uitval van 48 personen wordt verklaard door militaire dienst (vlak voor de Duitse inval), het trekken van een steunuitkering, of simpelweg afwezigheid.
* Economische inzichten: Er wordt een duidelijk onderscheid gemaakt tussen ondernemers met voldoende kapitaal (veilingkopers) en ondernemers die afhankelijk zijn van krediet bij commissionnairs. Het rapport merkt kritisch op dat kredietkopers vaak verliezen ("stroppen") veroorzaken voor de tussenhandelaren, wat de prijzen voor de hele sector opdrijft.
* Taalgebruik: Het document hanteert de toen gebruikelijke spelling (bijv. "dryven", "pryzen", "cyfers") en de formele ambtelijke stijl van de vroege 20e eeuw. * Tijdsgewricht: Het rapport is gedateerd januari 1941, ruim een half jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De data die worden besproken stammen echter uit april 1940, de laatste maand voor de invasie. Dit verklaart waarom er nog gesproken wordt over standplaatshouders in "militairen dienst" (de mobilisatie).
* Locatie: De verwijzing naar de "Centrale Markt te Amsterdam" en de adressering aan de "Wethouder voor de Levensmiddelen" duiden erop dat dit een document is uit het archief van de Gemeente Amsterdam.
* Bestuur: Tijdens de bezetting bleven veel ambtelijke molens aanvankelijk doordraaien zoals voorheen. De focus op "Levensmiddelen" suggereert dat de handel in bloemen nauwlettend werd gevolgd in het kader van de distributie en economische regulering tijdens de oorlogsjaren.

Samenvatting

  • Inhoud: Het document is een rapportage over de economische positie en inkoopgewoonten van bloemenverkopers met een vaste standplaats in Amsterdam. Het splitst de groep op in zij die direct op veilingen kopen (de meerderheid, 72%) en zij die via tussenpersonen (commissionnairs) kopen (28%).
  • Statistiek: Van de 191 plaatshouders konden er 143 worden ondervraagd. De uitval van 48 personen wordt verklaard door militaire dienst (vlak voor de Duitse inval), het trekken van een steunuitkering, of simpelweg afwezigheid.
  • Economische inzichten: Er wordt een duidelijk onderscheid gemaakt tussen ondernemers met voldoende kapitaal (veilingkopers) en ondernemers die afhankelijk zijn van krediet bij commissionnairs. Het rapport merkt kritisch op dat kredietkopers vaak verliezen ("stroppen") veroorzaken voor de tussenhandelaren, wat de prijzen voor de hele sector opdrijft.
  • Taalgebruik: Het document hanteert de toen gebruikelijke spelling (bijv. "dryven", "pryzen", "cyfers") en de formele ambtelijke stijl van de vroege 20e eeuw.

Historische Context

  • Tijdsgewricht: Het rapport is gedateerd januari 1941, ruim een half jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De data die worden besproken stammen echter uit april 1940, de laatste maand voor de invasie. Dit verklaart waarom er nog gesproken wordt over standplaatshouders in "militairen dienst" (de mobilisatie).
  • Locatie: De verwijzing naar de "Centrale Markt te Amsterdam" en de adressering aan de "Wethouder voor de Levensmiddelen" duiden erop dat dit een document is uit het archief van de Gemeente Amsterdam.
  • Bestuur: Tijdens de bezetting bleven veel ambtelijke molens aanvankelijk doordraaien zoals voorheen. De focus op "Levensmiddelen" suggereert dat de handel in bloemen nauwlettend werd gevolgd in het kader van de distributie en economische regulering tijdens de oorlogsjaren.

Locaties

De verwijzing naar de "Centrale Markt te Amsterdam" en de adressering aan de "Wethouder voor de Levensmiddelen" duiden erop dat dit een document is uit het archief van de Gemeente Amsterdam.

Kooplieden in dit dossier 100

J. Izaks Waterlooplein 20,91
A. Dotsch Waterlooplein " 1,98
A. Dotsch Waterlooplein " 1,98
Abraham Prins Waterlooplein " -,58
Abraham Prins Waterlooplein " -,58
J. Premsela Waterlooplein 139,75
C. Beek Waterlooplein 23,46
J. Premsela Waterlooplein 605,63
P. Bond Waterlooplein 65,72
J. Premsela Waterlooplein 170,36
W.F. Siebert Waterlooplein 992,67
J. Cohen Nieuwmarkt 892,55
S. Cohen Zwanenburgwal 28,45
C. Puul Waterlooplein " 5,50
C. Puul Waterlooplein " 5,50
D. de Wit Waterlooplein " 18,36
D. de Wit Waterlooplein " 18,36
en Joh. Koning) Waterlooplein 53,24
J. Dotsch Waterlooplein 59,34
A. Dotsch Waterlooplein 328,62
D. den Dulk Waterlooplein 43,90
E. Zwaan Waterlooplein " -,52
J. Ferwerda Waterlooplein 99,45
V.V.Z. Roode Waterlooplein 522,67
F. Tuyp Waterlooplein " -,32
F. Tuyp Waterlooplein " -,32
Geverding (Suppletie) Waterlooplein 1,80
Geverding (Suppletie) Waterlooplein " 1,80
P. Gomes Waterlooplein 5063,71
geboren 29-10-1907 te Wijk aan Zee). + 2x Veiling + commissionair
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 6