Archief 745
Inventaris 745-330
Pagina 49
Dossier 2A
Jaar 1940
Stadsarchief

Archiefdocument

Medio april 1940

Origineel

Medio april 1940 Resumé uit het
Rapport Enquête Bloemenstandplaatsen
Medio April 1940

Bloemen, de koopwaar der bloemenstandplaats-
houders, zijn zeer gevoelig voor warmte en koude, regen en wind.
Een bloemenstandplaatshouder is dan ook zeer afhankelijk van
de weersomstandigheden, juist door het spoedig bederven van zijn
handel. Daarom zal een doelmatige beschutting de rentabiliteit
van de standplaats ten goede komen.

De bloemenstandplaatshouder is over het algemeen
weinig kapitaalkrachtig en moet goedkoop kunnen verkoopen.
Hij zal trachten zelf zijn aankopen te doen, ten einde de kosten
van den tusschenhandel te besparen. 72% der standplaatshouders
koopt dan ook zelf op de veilingen.

Door het veilingbezoek blijft de koopman op de hoogte
van het prijsverloop en van de soorten die worden aangeboden;
hij kan profiteeren van de oogenblikken dat de handel goedkoop is,
(vooral aan het einde van den veilingdag) maar moet à contant
betalen en heeft daarvoor dus geld noodig.

Is het hem om finantiëele redenen onmogelijk om op
een veiling te koopen, dan kan hij nog terecht bij een commissionair,
die hem op crediet bloemen levert. Door de omstandigheden waar-
onder de commissionair moet werken, aankoop en verzending der bloemen,
kan worden aangenomen, dat de prijzen bij hem ± 1/3 hooger zijn,
dan bij aankoop direct op de veiling. Bovendien krijgt de commis-
sionair stroppen te incasseeren van kooplieden, die hun handel
niet kunnen betalen, zoodat deze stroppen ook weer in de prijs
verdisconteerd moeten worden.

De meeste bloemen worden gekocht op de veilingen van
Aalsmeer, verder aan „de Kant” en de veiling op de Centrale Markt te
Amsterdam en ook op de veilingen van Westland en Bollenstreek.

Deze veilingen worden meestal in den voormiddag
gehouden, doch kunnen tot 13 of 14 uur duren.

De straatkoopman wacht het einde van de veiling af,
omdat dan de prijzen meestal dalen; hij moet daarna zijn han-
del inpakken, naar Amsterdam brengen, daar zijn handel verzorgen
en dan meestal nog eten voordat hij, pas laat op den dag, op zijn
standplaats aanwezig kan zijn. Het document biedt een gedetailleerd inzicht in de precaire economische positie van bloemenstandplaatshouders in 1940. De belangrijkste bevindingen zijn:

  1. Risicofactoren: De handel is extreem weersafhankelijk. Bederfelijkheid is het grootste risico voor de rentabiliteit. De roep om "doelmatige beschutting" (marktkramen of vaste kiosken) is een directe aanbeveling ter verbetering van de sector.
  2. Inkoopstrategie: Er is een duidelijke tweedeling. De meerderheid (72%) koopt zelf in op de veiling om marges te beschermen. Een minderheid is afhankelijk van commissionairs (tussenpersonen).
  3. Financiële druk: Inkoop op de veiling vereist directe liquiditeit ("à contant"). Wie geen kapitaal heeft, is aangewezen op krediet bij commissionairs, maar betaalt daarvoor een enorme premie van circa 33%. Deze meerprijs dekt het risico op oninbare vorderingen ("stroppen") die de commissionair loopt.
  4. Logistieke zwaarte: Het document schetst een zwaar dagritme. De koopman moet wachten op de prijsdaling aan het eind van de veiling (vaak pas in de vroege middag), waarna transport, verzorging en verkoop nog moeten volgen. Dit resulteert in zeer lange werkdagen waarbij de standplaats pas laat op de dag bezet wordt. Dit resumé is geschreven in april 1940, slechts enkele weken voor de Duitse inval in Nederland op 10 mei 1940. Het document weerspiegelt de professionele ordening van de Amsterdamse straathandel in die tijd. De genoemde locaties zoals "Aalsmeer" en de "Centrale Markt te Amsterdam" (tegenwoordig het Food Center Amsterdam aan de Jan van Galenstraat) waren toen al de spil van de Nederlandse bloemensector.

Interessant is de vermelding van "de Kant". Dit verwijst naar de historische Amsterdamse bloemenmarkt aan de Singel (de Bloemenmarkt), waar handelaren "aan de kant" van het water hun waar inkochten of verkochten. Het document is een typisch voorbeeld van sociaal-economische verslaglegging die bedoeld was om het beleid rondom marktwezen en standplaatsvergunningen te onderbouwen.

Samenvatting

Het document biedt een gedetailleerd inzicht in de precaire economische positie van bloemenstandplaatshouders in 1940. De belangrijkste bevindingen zijn:

  1. Risicofactoren: De handel is extreem weersafhankelijk. Bederfelijkheid is het grootste risico voor de rentabiliteit. De roep om "doelmatige beschutting" (marktkramen of vaste kiosken) is een directe aanbeveling ter verbetering van de sector.
  2. Inkoopstrategie: Er is een duidelijke tweedeling. De meerderheid (72%) koopt zelf in op de veiling om marges te beschermen. Een minderheid is afhankelijk van commissionairs (tussenpersonen).
  3. Financiële druk: Inkoop op de veiling vereist directe liquiditeit ("à contant"). Wie geen kapitaal heeft, is aangewezen op krediet bij commissionairs, maar betaalt daarvoor een enorme premie van circa 33%. Deze meerprijs dekt het risico op oninbare vorderingen ("stroppen") die de commissionair loopt.
  4. Logistieke zwaarte: Het document schetst een zwaar dagritme. De koopman moet wachten op de prijsdaling aan het eind van de veiling (vaak pas in de vroege middag), waarna transport, verzorging en verkoop nog moeten volgen. Dit resulteert in zeer lange werkdagen waarbij de standplaats pas laat op de dag bezet wordt.

Historische Context

Dit resumé is geschreven in april 1940, slechts enkele weken voor de Duitse inval in Nederland op 10 mei 1940. Het document weerspiegelt de professionele ordening van de Amsterdamse straathandel in die tijd. De genoemde locaties zoals "Aalsmeer" en de "Centrale Markt te Amsterdam" (tegenwoordig het Food Center Amsterdam aan de Jan van Galenstraat) waren toen al de spil van de Nederlandse bloemensector.

Interessant is de vermelding van "de Kant". Dit verwijst naar de historische Amsterdamse bloemenmarkt aan de Singel (de Bloemenmarkt), waar handelaren "aan de kant" van het water hun waar inkochten of verkochten. Het document is een typisch voorbeeld van sociaal-economische verslaglegging die bedoeld was om het beleid rondom marktwezen en standplaatsvergunningen te onderbouwen.

Kooplieden in dit dossier 100

J. Izaks Waterlooplein 20,91
A. Dotsch Waterlooplein " 1,98
A. Dotsch Waterlooplein " 1,98
Abraham Prins Waterlooplein " -,58
Abraham Prins Waterlooplein " -,58
J. Premsela Waterlooplein 139,75
C. Beek Waterlooplein 23,46
J. Premsela Waterlooplein 605,63
P. Bond Waterlooplein 65,72
J. Premsela Waterlooplein 170,36
W.F. Siebert Waterlooplein 992,67
J. Cohen Nieuwmarkt 892,55
S. Cohen Zwanenburgwal 28,45
C. Puul Waterlooplein " 5,50
C. Puul Waterlooplein " 5,50
D. de Wit Waterlooplein " 18,36
D. de Wit Waterlooplein " 18,36
en Joh. Koning) Waterlooplein 53,24
J. Dotsch Waterlooplein 59,34
A. Dotsch Waterlooplein 328,62
D. den Dulk Waterlooplein 43,90
E. Zwaan Waterlooplein " -,52
J. Ferwerda Waterlooplein 99,45
V.V.Z. Roode Waterlooplein 522,67
F. Tuyp Waterlooplein " -,32
F. Tuyp Waterlooplein " -,32
Geverding (Suppletie) Waterlooplein 1,80
Geverding (Suppletie) Waterlooplein " 1,80
P. Gomes Waterlooplein 5063,71
geboren 29-10-1907 te Wijk aan Zee). + 2x Veiling + commissionair
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 6