Archief 745
Inventaris 745-330
Pagina 73
Dossier 21
Jaar 1940
Stadsarchief

Archiefdocument

20 juli 1940 (verzonden op 22 juli 1940). Van: De Directeur (vermoedelijk van de Dienst Marktwezen).

Origineel

20 juli 1940 (verzonden op 22 juli 1940). De Directeur (vermoedelijk van de Dienst Marktwezen). [Handgeschreven: W. de Boer (?)]
VD/HG.
[Handgeschreven: Verzonden 22/7]
39/182/3 N.
n 2
20 Juli 1940.

Klacht Bloemenhuis "Godetia"
over het innemen van clande-
stiene standplaatsen.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .

Onder terugzending van de met Uw kantbrief d.d. 2
Juli jl. om advies ontvangen stukken no. 622 L.M. 1940 heb ik
de eer U te berichten, dat de klacht van adressante over het
innemen van clandestiene standplaatsen door venters nabij
haar winkel als juist moet worden erkend. Dezerzijds wordt
echter regelmatig tegen dergelijke clandestiene standplaats-
houders opgetreden en zoo is de in het adres genoemde Van der
Zee nog op 5 Juni jl. geverbaliseerd wegens het innemen van
een standplaats en wegens beleediging. In dit verband merk ik
nog op, dat ik op 16 Juli jl. ben getelefoneerd door een
"Beauftragter des Reichskommissars", telefoon 92249, die mij
verzocht in min of meer gebiedenden zin, om clandestiene
standplaatshouders, die slechts enkele minuten stil staan,
bijvoorbeeld om ergens even geld te wisselen, voortaan niet
te verbaliseeren. Hij merkte op, dat deze menschen, die reeds
zeer moeilijk in hun levensonderhoud kunnen voorzien, niet
gehinderd moeten worden door ambtenaren, die als het ware
"op de loer" liggen om hen te verbaliseeren. Hij had namelijk
een klacht van die strekking ontvangen, al kon hij mij geen
enkel nader detail dier klacht geven. Ik heb dezen Beauftrag-
ter daarop meegedeeld, dat ik zijn opvatting volkomen deel en
dat de ambtenaren van het Marktwezen slechts opdracht hebben
om verbaliseerend op te treden tegen venters die regelmatig
op dezelfde plaats een standplaats innemen. De Beauftragter
herhaalde slechts, dat hij beslist niet wenschte, dat deze
venters al te zeer bemoeilijkt zouden worden. In verband hier
mede heb ik daarom het desbetreffende personeel van mijn
dienst nog eens opnieuw aanwijzingen gegeven (zie hieromtrent
de in bijlage dezes overgelegde kennisgeving no. 84).
Tevens bepaalde ik, dat geen proces-verbaal tegen
een clandestiene standplaatshouder mag worden doorgezonden
zonder dat ik dit persoonlijk heb goedgekeurd.
Het leek mij gewenscht U van het vorenstaande mede-
deeling te doen.

De Directeur, Deze brief illustreert de directe bemoeienis van de Duitse bezettingsmacht met het lokale Nederlandse bestuur, zelfs in kleinschalige zaken zoals straathandel.

  • Conflict: Bloemenhuis "Godetia" klaagt over oneerlijke concurrentie van illegale straatverkopers (venters) voor de deur. De directeur erkent de klacht, maar wordt van bovenaf beperkt in zijn handelen.
  • Duitse inmenging: Een functionaris van de Reichskommissar (de hoogste Duitse autoriteit in Nederland) grijpt in ten gunste van de venters. De motivatie is ogenschijnlijk sociaal: deze arme mensen moeten niet worden lastiggevallen door ijverige ambtenaren als ze even stilstaan.
  • Strategie van de Directeur: De directeur kiest voor een diplomatieke weg. Hij zegt de Duitse functionaris formeel toe zijn beleid te versoepelen, maar trekt tegelijkertijd de controle naar zich toe: voortaan mag geen enkel proces-verbaal meer worden uitgeschreven zonder zijn persoonlijke toestemming. Dit is een typisch voorbeeld van 'meebuigen om niet te barsten' in de vroege bezettingsjaren. Het document is gedateerd op 20 juli 1940, slechts twee maanden na de Nederlandse capitulatie. In deze periode trachtte het Duitse bestuur, onder leiding van Reichskommissar Arthur Seyss-Inquart, de Nederlandse bevolking voor zich te winnen door zich soms sociaal op te stellen tegenover de "kleine man".

De aanwezigheid van een Beauftragter (gemachtigde) die toezicht hield op gemeentelijke diensten was kenmerkend voor de 'nazificatie' van het apparaat. Voor winkeliers was de situatie precair: zij kampten met strenge regels en belastingen, terwijl de illegale straathandel door de economische malaise en de veranderende machtsverhoudingen toenam. De brief laat zien hoe de gemeentelijke hiërarchie (wethouder-directeur-ambtenaar) onder druk kwam te staan door de parallelle Duitse bevelstructuur.

Samenvatting

Deze brief illustreert de directe bemoeienis van de Duitse bezettingsmacht met het lokale Nederlandse bestuur, zelfs in kleinschalige zaken zoals straathandel.

  • Conflict: Bloemenhuis "Godetia" klaagt over oneerlijke concurrentie van illegale straatverkopers (venters) voor de deur. De directeur erkent de klacht, maar wordt van bovenaf beperkt in zijn handelen.
  • Duitse inmenging: Een functionaris van de Reichskommissar (de hoogste Duitse autoriteit in Nederland) grijpt in ten gunste van de venters. De motivatie is ogenschijnlijk sociaal: deze arme mensen moeten niet worden lastiggevallen door ijverige ambtenaren als ze even stilstaan.
  • Strategie van de Directeur: De directeur kiest voor een diplomatieke weg. Hij zegt de Duitse functionaris formeel toe zijn beleid te versoepelen, maar trekt tegelijkertijd de controle naar zich toe: voortaan mag geen enkel proces-verbaal meer worden uitgeschreven zonder zijn persoonlijke toestemming. Dit is een typisch voorbeeld van 'meebuigen om niet te barsten' in de vroege bezettingsjaren.

Historische Context

Het document is gedateerd op 20 juli 1940, slechts twee maanden na de Nederlandse capitulatie. In deze periode trachtte het Duitse bestuur, onder leiding van Reichskommissar Arthur Seyss-Inquart, de Nederlandse bevolking voor zich te winnen door zich soms sociaal op te stellen tegenover de "kleine man".

De aanwezigheid van een Beauftragter (gemachtigde) die toezicht hield op gemeentelijke diensten was kenmerkend voor de 'nazificatie' van het apparaat. Voor winkeliers was de situatie precair: zij kampten met strenge regels en belastingen, terwijl de illegale straathandel door de economische malaise en de veranderende machtsverhoudingen toenam. De brief laat zien hoe de gemeentelijke hiërarchie (wethouder-directeur-ambtenaar) onder druk kwam te staan door de parallelle Duitse bevelstructuur.

Kooplieden in dit dossier 100

J. Izaks Waterlooplein 20,91
A. Dotsch Waterlooplein " 1,98
A. Dotsch Waterlooplein " 1,98
Abraham Prins Waterlooplein " -,58
Abraham Prins Waterlooplein " -,58
J. Premsela Waterlooplein 139,75
C. Beek Waterlooplein 23,46
J. Premsela Waterlooplein 605,63
P. Bond Waterlooplein 65,72
J. Premsela Waterlooplein 170,36
W.F. Siebert Waterlooplein 992,67
J. Cohen Nieuwmarkt 892,55
S. Cohen Zwanenburgwal 28,45
C. Puul Waterlooplein " 5,50
C. Puul Waterlooplein " 5,50
D. de Wit Waterlooplein " 18,36
D. de Wit Waterlooplein " 18,36
en Joh. Koning) Waterlooplein 53,24
J. Dotsch Waterlooplein 59,34
A. Dotsch Waterlooplein 328,62
D. den Dulk Waterlooplein 43,90
E. Zwaan Waterlooplein " -,52
J. Ferwerda Waterlooplein 99,45
V.V.Z. Roode Waterlooplein 522,67
F. Tuyp Waterlooplein " -,32
F. Tuyp Waterlooplein " -,32
Geverding (Suppletie) Waterlooplein 1,80
Geverding (Suppletie) Waterlooplein " 1,80
P. Gomes Waterlooplein 5063,71
geboren 29-10-1907 te Wijk aan Zee). + 2x Veiling + commissionair
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 6