Getypte brief (vervolgpagina van een verzoekschrift).
Origineel
Getypte brief (vervolgpagina van een verzoekschrift). 16 augustus 1940. Chr. L. Nabbe Jr., wonende aan de Frans Halsstraat 75 huis te Amsterdam (Zuid). Den Wethouder van Levensmiddelen te Amsterdam - 16/8 '40 -
- 2 -
zonder eenige bybetaling en hierop geen aanspraken meer kan maken,
13e. dat hy, door zyn zwakken gezondheidstoestand tot ruiling gedwon-
gen, UEd. alsnog beleefd, doch dringend verzoekt, hem de standplaats-
vergunning te willen verleenen,
14e. dat hy, mocht by UEd. nog eenige twyfel over de goede trouw van
deze transactie bestaan, hy er op vertrouwt, een uitnoodiging tot een
mondelinge toelichting te mogen ontvangen,
Hetwelk doende, enz.
Met verschuldigden eerbied,
Chr.L.Nabbe Jr.
Frans Halsstraat 75 hs.
AMSTERDAM(Z)
Hoogachtend
UEd. d.w.d.
[Handtekening: C. Nabbe] Dit document betreft de tweede pagina van een formeel verzoekschrift gericht aan de Amsterdamse Wethouder van Levensmiddelen. De indiener, de heer Nabbe Jr., voert een zwakke gezondheidstoestand aan als reden waarom hij gedwongen was tot een bepaalde "ruiling" (vermoedelijk van een nering of standplaats).
De toon van de brief is uiterst formeel en eerbiedig, kenmerkend voor de administratieve correspondentie van die tijd. Er wordt gebruikgemaakt van archaïsche beleefdheidsvormen zoals "UEd." (Uw Edelheid) en de afsluiting "UEd. d.w.d." (Uw Edelheids dienstwillige dienaar). De juridische formulering "Hetwelk doende, enz." is een standaardformule in verzoekschriften om aan te geven dat de verzoeker bereid is tot nadere medewerking of verdere argumentatie. De datum van de brief, 16 augustus 1940, plaatst het document in de beginfase van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het ambt van de Wethouder van Levensmiddelen was in deze periode van cruciaal belang vanwege de toenemende schaarste en de invoering van het distributiestelsel.
Een "standplaatsvergunning" was essentieel voor de uitoefening van straathandel. Het feit dat de verzoeker zijn gezondheid aanvoert, duidt erop dat hij probeert een uitzonderingspositie of een nieuwe vergunning te verkrijgen op basis van sociale/medische gronden (hardheidsclausule). In de Frans Halsstraat in Amsterdam (De Pijp) woonden in die tijd veel kleine neringdoenden en arbeidersgezinnen, voor wie een dergelijke vergunning vaak het enige middel van bestaan vormde.
Samenvatting
Dit document betreft de tweede pagina van een formeel verzoekschrift gericht aan de Amsterdamse Wethouder van Levensmiddelen. De indiener, de heer Nabbe Jr., voert een zwakke gezondheidstoestand aan als reden waarom hij gedwongen was tot een bepaalde "ruiling" (vermoedelijk van een nering of standplaats).
De toon van de brief is uiterst formeel en eerbiedig, kenmerkend voor de administratieve correspondentie van die tijd. Er wordt gebruikgemaakt van archaïsche beleefdheidsvormen zoals "UEd." (Uw Edelheid) en de afsluiting "UEd. d.w.d." (Uw Edelheids dienstwillige dienaar). De juridische formulering "Hetwelk doende, enz." is een standaardformule in verzoekschriften om aan te geven dat de verzoeker bereid is tot nadere medewerking of verdere argumentatie.
Historische Context
De datum van de brief, 16 augustus 1940, plaatst het document in de beginfase van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het ambt van de Wethouder van Levensmiddelen was in deze periode van cruciaal belang vanwege de toenemende schaarste en de invoering van het distributiestelsel.
Een "standplaatsvergunning" was essentieel voor de uitoefening van straathandel. Het feit dat de verzoeker zijn gezondheid aanvoert, duidt erop dat hij probeert een uitzonderingspositie of een nieuwe vergunning te verkrijgen op basis van sociale/medische gronden (hardheidsclausule). In de Frans Halsstraat in Amsterdam (De Pijp) woonden in die tijd veel kleine neringdoenden en arbeidersgezinnen, voor wie een dergelijke vergunning vaak het enige middel van bestaan vormde.