Zakelijke brief (doorslag van een uitgaand schrijven).
Origineel
Zakelijke brief (doorslag van een uitgaand schrijven). 10 januari 1940. Onbekend (ondertekend door "De Directeur", waarschijnlijk een overheidsinstantie of visserij-instelling). De Directeur van de Rijksdienst ter uitvoering van de Zuiderzeesteunwet, Rokin 149, Amsterdam-C. [Rechtsboven, handgeschreven:]
les. Kr. Müller
[Linksboven, getypt:]
VB/DV. [handgeschreven:] extra
46A/1/2 M.
[Rechts, getypt:]
10 Januari 1940
den Heer Directeur van den
Rijksdienst ter uitvoering
van de Zuiderzeesteunwet,
Rokin 149,
Amsterdam-C.
Wijk 3.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 3 Januari j.l.
(Dossier 5740-1) inzake besommingen door het vaartuig U.K.45
in 1918 gemaakt, moet ik U tot mijn spijt mededeelen niet aan
Uw verzoek te kunnen voldoen, aangezien de benoodigde gege-
vens niet te mijner beschikking staan.
De Directeur, In deze brief reageert een directeur (van een niet nader genoemde instantie) op een verzoek om informatie van de Rijksdienst ter uitvoering van de Zuiderzeesteunwet. Het verzoek betrof de "besommingen" (de bruto opbrengst van de visvangst) van de kotter U.K. 45 (Urk 45) uit het jaar 1918.
De toon van de brief is formeel en kortaf. De afzender geeft aan dat hij niet aan het verzoek kan voldoen omdat de benodigde gegevens niet in zijn bezit zijn. De handgeschreven aantekening "extra" suggereert dat dit document mogelijk een bijzondere status had of buiten de reguliere poststroom om behandeld werd. De brief is gedateerd op 10 januari 1940, slechts enkele maanden voor de Duitse inval in Nederland. De historische context is echter vooral verbonden met de gevolgen van de Zuiderzeewerken.
De Zuiderzeesteunwet (1925) was in het leven geroepen om vissers te compenseren die door de afsluiting van de Zuiderzee (voltooid in 1932 met de Afsluitdijk) hun inkomsten zagen dalen of hun beroep moesten opgeven. Om de hoogte van de steun of schadevergoeding te bepalen, waren historische gegevens over de vangstopbrengsten (besommingen) essentieel.
Dat er in 1940 nog steeds werd gevraagd naar gegevens uit 1918 (het laatste oorlogsjaar van de Eerste Wereldoorlog), duidt op langlopende procedures of herbeoordelingen van steunaanvragen voor Urker vissers. De U.K. 45 was een vaartuig uit Urk, een gemeenschap die zeer zwaar getroffen werd door de transformatie van de Zuiderzee naar het IJsselmeer. C.
Samenvatting
In deze brief reageert een directeur (van een niet nader genoemde instantie) op een verzoek om informatie van de Rijksdienst ter uitvoering van de Zuiderzeesteunwet. Het verzoek betrof de "besommingen" (de bruto opbrengst van de visvangst) van de kotter U.K. 45 (Urk 45) uit het jaar 1918.
De toon van de brief is formeel en kortaf. De afzender geeft aan dat hij niet aan het verzoek kan voldoen omdat de benodigde gegevens niet in zijn bezit zijn. De handgeschreven aantekening "extra" suggereert dat dit document mogelijk een bijzondere status had of buiten de reguliere poststroom om behandeld werd.
Historische Context
De brief is gedateerd op 10 januari 1940, slechts enkele maanden voor de Duitse inval in Nederland. De historische context is echter vooral verbonden met de gevolgen van de Zuiderzeewerken.
De Zuiderzeesteunwet (1925) was in het leven geroepen om vissers te compenseren die door de afsluiting van de Zuiderzee (voltooid in 1932 met de Afsluitdijk) hun inkomsten zagen dalen of hun beroep moesten opgeven. Om de hoogte van de steun of schadevergoeding te bepalen, waren historische gegevens over de vangstopbrengsten (besommingen) essentieel.
Dat er in 1940 nog steeds werd gevraagd naar gegevens uit 1918 (het laatste oorlogsjaar van de Eerste Wereldoorlog), duidt op langlopende procedures of herbeoordelingen van steunaanvragen voor Urker vissers. De U.K. 45 was een vaartuig uit Urk, een gemeenschap die zeer zwaar getroffen werd door de transformatie van de Zuiderzee naar het IJsselmeer.