Handgeschreven financiële berekening / begroting.
Origineel
Handgeschreven financiële berekening / begroting. 4/
Bouwkosten rond f 6000.-
Afschrijving stel 4 % f 240.-
Rente gemiddeld 2 % 120.-
Onderhoud stel 40.-
Diversen, onvoorz. 100.-
f 500.-
Grond 56 m² à f 2.- 112.-
f 612.-
Eenv. centrale verw. installatie
Installatie kosten rond f 1000.-
Afschrijving stel 10 % f 100.-
Rente gemiddeld 2 % " 20.-
Onderhoud stel " 10.-
Diversen onvoorz. stel " 8.-
f 138.-
Totaal f 750.-
meerdere pacht te stellen op rond f 900.- per jaar.
(Omcirkeld gedeelte:)
Indien geen centrale verwarm. (installatie)
dan te stellen op rond f 750.-
per jaar. Het document bevat een gedetailleerde exploitatieberekening. De auteur verdeelt de kosten in twee hoofdcategorieën:
1. De basis-bouwkosten: Uitgaande van een investering van 6000 gulden, worden de jaarlijkse lasten (afschrijving, rente, onderhoud en onvoorzien) berekend op 500 gulden. Hier worden de grondkosten (56 m² voor 2 gulden per meter, totaal 112 gulden) bij opgeteld, wat leidt tot een basisbedrag van 612 gulden per jaar.
2. Centrale verwarmingsinstallatie: Een extra investering van 1000 gulden brengt jaarlijks 138 gulden aan extra lasten met zich mee (door een hogere afschrijving van 10%).
De totale jaarlijkse lasten voor het pand inclusief verwarming bedragen 750 gulden. Op basis hiervan stelt de auteur voor om de pacht (huur) op 900 gulden per jaar vast te stellen. In de kanttekening (omcirkeld) wordt geadviseerd om, indien er geen verwarming wordt aangelegd, de pacht op 750 gulden te stellen. In beide scenario's wordt een marge aangehouden bovenop de berekende lasten. Dit document is een typisch voorbeeld van vastgoedbeheer of bouwadvies uit de tijd dat centrale verwarming nog als een moderne en optionele luxe werd beschouwd. De gehanteerde rentestanden (gemiddeld 2%) en afschrijvingspercentages geven inzicht in de toenmalige economische normen voor vastgoedbeleggingen. Het gebruik van het woord 'pacht' kan duiden op een agrarische context of een meer algemene term voor huur van onroerend goed. De handgeschreven notitie '4/' linksboven suggereert dat dit blad onderdeel uitmaakt van een groter dossier of een reeks berekeningen.
Samenvatting
Het document bevat een gedetailleerde exploitatieberekening. De auteur verdeelt de kosten in twee hoofdcategorieën:
1. De basis-bouwkosten: Uitgaande van een investering van 6000 gulden, worden de jaarlijkse lasten (afschrijving, rente, onderhoud en onvoorzien) berekend op 500 gulden. Hier worden de grondkosten (56 m² voor 2 gulden per meter, totaal 112 gulden) bij opgeteld, wat leidt tot een basisbedrag van 612 gulden per jaar.
2. Centrale verwarmingsinstallatie: Een extra investering van 1000 gulden brengt jaarlijks 138 gulden aan extra lasten met zich mee (door een hogere afschrijving van 10%).
De totale jaarlijkse lasten voor het pand inclusief verwarming bedragen 750 gulden. Op basis hiervan stelt de auteur voor om de pacht (huur) op 900 gulden per jaar vast te stellen. In de kanttekening (omcirkeld) wordt geadviseerd om, indien er geen verwarming wordt aangelegd, de pacht op 750 gulden te stellen. In beide scenario's wordt een marge aangehouden bovenop de berekende lasten.
Historische Context
Dit document is een typisch voorbeeld van vastgoedbeheer of bouwadvies uit de tijd dat centrale verwarming nog als een moderne en optionele luxe werd beschouwd. De gehanteerde rentestanden (gemiddeld 2%) en afschrijvingspercentages geven inzicht in de toenmalige economische normen voor vastgoedbeleggingen. Het gebruik van het woord 'pacht' kan duiden op een agrarische context of een meer algemene term voor huur van onroerend goed. De handgeschreven notitie '4/' linksboven suggereert dat dit blad onderdeel uitmaakt van een groter dossier of een reeks berekeningen.