Handgeschreven financiële aantekeningen / exploitatiebegroting.
Origineel
Handgeschreven financiële aantekeningen / exploitatiebegroting. 1930 (gebaseerd op tekstuele inhoud). 3/
Expl. begrooting te hand cijfers 1930
(rapport Rosenburg)
[Rechterkolom:]
f 15000.-
of " 9000.-
Bruto ontvangsten blijft " 6000.-
Ontvangsten
pachten
Pacht f 1300.-
alg onk 1930 f 3200.-
af pacht 1075.-
premie 220.-
meubilair 175.- / f 1510.-
blijft f 1690.- ~ f 1700.-
loon raad f 300.-
f 3300.-
Afschrijving invent " 500.- [Rechterkolom:] f 3800.-
restant f 2200.-
voor de meubels incl. + vrij
wonen als " 400.-
vorig jaar -------------------
f 2600.-
Bij vergroting zullen stijgen
Personele belasting met f 150.-
gas + electriciteit met stel 300.-
diversen met stel 150.- / f 600.-
Bruto saldo ontvangsten minus pachten
zal moeten stijgen met
hoogere pacht f 900.-
" onkosten " 600.-
" inkomsten v. meubels stel 750.-
Totaal f 2250.- Het document is een interne berekening of een uittreksel van een exploitatiebegroting ("Expl. begrooting"). De opsteller analyseert de financiële gevolgen van een voorgenomen "vergroting".
Belangrijke punten in de berekening:
1. Basiscijfers: Er wordt uitgegaan van bruto ontvangsten van f 6.000,- (na aftrek van f 9.000,- van een totaal van f 15.000,-).
2. Kostenposten: Er wordt rekening gehouden met algemene onkosten, verzekeringspremies ("premie"), en meubilair. Opvallend is de post "vrij wonen als vorig jaar", gewaardeerd op f 400,-.
3. Toekomstverwachting: Bij een eventuele uitbreiding wordt een stijging van de vaste lasten verwacht (f 600,- in totaal voor belastingen en energie). Om dit te compenseren en de winstgevendheid te behouden, stelt de auteur dat het saldo van de inkomsten met f 2.250,- moet stijgen, onderverdeeld in hogere pacht, hogere onkostenvergoedingen en inkomsten uit meubilair. Dit document stamt uit 1930, het begin van de Grote Depressie. In deze periode was nauwkeurige budgettering cruciaal voor ondernemingen en instellingen in Nederland. De naam "Rosenburg" kan verwijzen naar een specifiek adviesbureau of een accountant, of mogelijk naar een specifieke locatie (bijvoorbeeld de psychiatrische inrichting Rosenburg in Den Haag, hoewel de context hier eerder lijkt te wijzen op vastgoed of een hotel-achtig bedrijf gezien de termen "pacht", "meubels" en "vrij wonen").
De gebruikte munteenheid is de Nederlandse gulden (f). De bedragen geven aan dat het om een middelgrote exploitatie gaat; ter vergelijking: een gemiddeld jaarsalaris voor een arbeider lag in 1930 rond de f 1.100,- à f 1.500,-. Een post van f 400,- voor "vrij wonen" was dus een aanzienlijk deel van een inkomen.
Samenvatting
Het document is een interne berekening of een uittreksel van een exploitatiebegroting ("Expl. begrooting"). De opsteller analyseert de financiële gevolgen van een voorgenomen "vergroting".
Belangrijke punten in de berekening:
1. Basiscijfers: Er wordt uitgegaan van bruto ontvangsten van f 6.000,- (na aftrek van f 9.000,- van een totaal van f 15.000,-).
2. Kostenposten: Er wordt rekening gehouden met algemene onkosten, verzekeringspremies ("premie"), en meubilair. Opvallend is de post "vrij wonen als vorig jaar", gewaardeerd op f 400,-.
3. Toekomstverwachting: Bij een eventuele uitbreiding wordt een stijging van de vaste lasten verwacht (f 600,- in totaal voor belastingen en energie). Om dit te compenseren en de winstgevendheid te behouden, stelt de auteur dat het saldo van de inkomsten met f 2.250,- moet stijgen, onderverdeeld in hogere pacht, hogere onkostenvergoedingen en inkomsten uit meubilair.
Historische Context
Dit document stamt uit 1930, het begin van de Grote Depressie. In deze periode was nauwkeurige budgettering cruciaal voor ondernemingen en instellingen in Nederland. De naam "Rosenburg" kan verwijzen naar een specifiek adviesbureau of een accountant, of mogelijk naar een specifieke locatie (bijvoorbeeld de psychiatrische inrichting Rosenburg in Den Haag, hoewel de context hier eerder lijkt te wijzen op vastgoed of een hotel-achtig bedrijf gezien de termen "pacht", "meubels" en "vrij wonen").
De gebruikte munteenheid is de Nederlandse gulden (f). De bedragen geven aan dat het om een middelgrote exploitatie gaat; ter vergelijking: een gemiddeld jaarsalaris voor een arbeider lag in 1930 rond de f 1.100,- à f 1.500,-. Een post van f 400,- voor "vrij wonen" was dus een aanzienlijk deel van een inkomen.