Ambbtelijke brief/nota.
Origineel
Ambbtelijke brief/nota. 23 maart 1936 (verzonden 24 maart 1936). Waarschijnlijk een ambtenaar namens het college, getekend door "Mr. Müller". Mr. Müller
VP/HG.
46/53/1 M.
Verzonden 24/3
23 Maart 1936.
Verpachting koffiehuis enz.
Vischmarkt.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Hiermede heb ik de eer U te berichten, dat de op
15 Mei 1934 met E. van Meekeren gesloten overeenkomst,
betreffende verpachting van het koffiehuis enz. op de
Vischmarkt alhier, op 31 Mei a.s. eindigt. In afwijking
van het dienaangaande in bovenbedoelde overeenkomst
bepaalde, bedroeg de door E. van Meekeren verschuldigde
pachtsom $f$ 1500,- per jaar, zulks ingevolge het besluit
van Burgemeester en Wethouders d.d. 28 December 1934
(no. 415 L.M. 1934).
Ik heb met Van Meekeren besprekingen gevoerd,
betreffende vernieuwing der overeenkomst. Hierbij bleek,
dat hij niet bereid was om een hoogere pachtsom dan $f$ 1500,-
per jaar te betalen. Nochtans heb ik hem bewogen, om in
een pachtsom van $f$ 1600,- per jaar toe te stemmen, Daar-
tegenover heeft hij den wensch geuit, dat hem een tap-
vergunning voor het onderhavige koffiehuis wordt verleend.
Ik heb hem toegezegd, dat dit zal worden onderzocht, doch
ik heb tevens afgesproken, dat - afgezien van de vergun-
ning - de pachtsom in elk geval $f$ 1600,- per jaar zal
moeten bedragen. Aangezien de vergunning in geen geval
voor 1 Juni a.s. kan zijn verleend (vide mijn rapport
no. 46/48/2 M. d.d. heden) en aangezien het voorts
geenszins vaststaat, dat het desbetreffende verzoek zal
worden ingewilligd, heb ik de eer U voor te stellen, dat Deze brief betreft een ambtelijke rapportage en voorstel aan de Wethouder voor de Levensmiddelen over de verlenging van de pacht van een gemeentelijk koffiehuis aan de Vischmarkt. De huidige pachter, E. van Meekeren, wiens contract op 31 mei 1936 afloopt, stemt na onderhandeling in met een huurverhoging van $f$ 1500,- naar $f$ 1600,- per jaar.
In ruil voor deze verhoging vraagt de pachter om een tapvergunning (alcoholvergunning). De ambtenaar (Mr. Müller) stelt echter heldere voorwaarden: de huurverhoging staat vast, ongeacht of de vergunning wordt verleend. Hij benadrukt dat de verlening van de vergunning onzeker is en sowieso niet voor de start van het nieuwe pachtjaar geregeld zal zijn. Het document breekt af aan het einde van de pagina, net voordat het concrete voorstel aan de wethouder wordt geformuleerd. De brief dateert uit 1936, een periode van economisch herstel na de Grote Depressie, wat de poging tot huurverhoging vanuit de gemeente verklaart. De Vischmarkt is een historisch plein dat in veel Nederlandse steden voorkomt (zoals Groningen, Dordrecht of Leiden); de afkorting "L.M." in de kenmerken verwijst waarschijnlijk naar de afdeling "Levensmiddelen".
Het beheer van horecagelegenheden op centrale marktplaatsen was een taak van de gemeente, waarbij de Wethouder voor de Levensmiddelen verantwoordelijk was voor zaken die direct de bevoorrading of de openbare markten aangingen. De strikte scheiding tussen de pachtovereenkomst en de vergunningverlening is een klassiek voorbeeld van ambtelijke zorgvuldigheid om de schijn van belangenverstrengeling of "gekochte" vergunningen te voorkomen.