Getypte brief op officieel briefpapier.
Origineel
Getypte brief op officieel briefpapier. 21 augustus 1936. De Nederlandsche Bond van Groothandelaren in het Vischbedrijf, "DE N. E. B. O.", gevestigd te Amsterdam (Adres: Willem de Zwygerlaan 112). Den Heer Directeur van het Marktwezen, Amsterdam.W. [Briefhoofd links]
DE NEDERLANDSCHE BOND
VAN GROOTHANDELAREN
IN HET VISCHBEDRIJF,
"DE N. E. B. O."
GEVESTIGD TE AMSTERDAM.
Adres ADMINISTRATIE,
Willem de Zwygerlaan 112.
[Briefhoofd rechts]
Nº 46/1271/ M. 1936 [handgeschreven: 22/8]
AMSTERDAM, den 21 Augustus 193 6
IV No. 76
Bijlage
Antwoord op schrijven
van den
No.
[Bestemming rechts]
Aan den Heer Directeur
van het Marktwezen.
A m s t e r d a m.W.
[Handgeschreven aantekeningen rechtsboven: onduidelijke initialen en parafen, o.a. "M. Dir", "vS", "Gvb"]
Weledele Heer,
Hiermede brengen wy Ued. ter kennis, dat zo de opzet van het
Café gelegen aan de Amsterdamse Vismarkt eertyds reeds te klein was,
deze inrichting heden ten dage niet meer aan de behoeften voldoet,
gezien de oppervlakte van het lokaal te klein is om alle bezoekers
behoorlyk in de gelegenheid te stellen hun zaken op rustige manier
te behartigen.
Zoals het Ued. bekend is, wordt op heden uitsluitend door de
venters van dit Café gebruik gemaakt, terwyl er velen zyn die een
andere pleisterplaats zoeken, daar de ruimte niet voldoende is om
alle bezoekers op te nemen.
Onze leden kunnen echter van deze gelegenheid geen gebruik ma-
ken omdat de drukte door de venters veroorzaakt niet anders dan sto-
rend werkt op de ten uitvoer te brengen werkzaamheden en deze dus
noodgedwongen gebruik moeten maken van het Café " de Ruyter "terwyl
de vissers waarmede onze leden zaken doen er over klagen, dat by een
bezoek aan het café van Meekeren geen alcoholhoudende dranken te ver-
krygen zyn.
Dit laatste betreuren wy niet indien de werkzaamheden van deze
vissers dusdanig zyn, dat aan een borrel werkelyk geen behoeften zou
zyn, doch daar de vissers by nacht en onty op het water zyn is het
zeer wenselyk, dat een vergunning voor het verstrekken van sterke
drank aan den vergunninghouder wordt uitgereikt.
Gezien de leden onzer vereniging zeer grote last ondervinden,
dat zy niet op het terrein zelve hun administratieve werkzaamheden
kunnen verrichten en mede in verband dat nog vele anderen er belang
by hebben, dat het Café aan het marktterrein uitbreiding ondergaat,
verzoeken wy Ued. beleefd maatregelen te willen treffen opdat binnen
niet al te lange tyd deze gelegenheid vergroot wordt ten bate zowel
van vissers, venters als onze leden.
Inmiddels verblyven wy.
Hoogachtend,
voor het bestuur,
[Handtekening: H. (...) ]
Administrateur.
[Rechtsonder handgeschreven: 46] In deze brief beklaagt de Nederlandse Bond van Groothandelaren in het Visbedrijf (N.E.B.O.) zich bij de directeur van het Amsterdamse Marktwezen over de faciliteiten op de vismarkt. De kern van het probleem is de ontoereikende omvang van het aanwezige café.
De bond voert drie hoofdredenen aan voor uitbreiding:
1. Ruimtegebrek en Overlast: Het café wordt volledig in beslag genomen door "venters" (straatverkopers), waardoor de groothandelaren (de leden van de bond) er geen rustige plek hebben om hun administratie bij te werken of zaken te doen.
2. Uitwijkgedrag: Door het gebrek aan ruimte moeten leden uitwijken naar andere gelegenheden zoals Café De Ruyter, wat inefficiënt is omdat dit buiten het eigenlijke marktterrein ligt.
3. Sociale behoeften van vissers: Er wordt gepleit voor een drankvergunning (voor sterke drank) in het café. Hoewel de bond formeel zegt alcoholgebruik niet per se aan te moedigen, stellen zij dat vissers die nachtdiensten en onregelmatige uren ("onty") draaien, behoefte hebben aan een "borrel". Op dat moment kon men bij "café van Meekeren" blijkbaar geen alcohol krijgen.
De toon is zakelijk en dwingend, waarbij de economische belangen van de groothandelaren centraal staan. De brief dateert uit 1936, een periode waarin de Amsterdamse vismarkt een cruciale rol speelde in de voedselvoorziening van de stad. Het Marktwezen was de gemeentelijke instantie die toezicht hield op de Centrale Markthallen (geopend in 1934 in Amsterdam-West). De groothandelaren die in de N.E.B.O. verenigd waren, vormden de schakel tussen de vissers (de producenten) en de venters (de detailhandel die de vis in de stad uitventte).
De brief illustreert de hiërarchie en de spanningen op de werkvloer van de markt: de groothandelaren zagen zichzelf als zakelijke gebruikers die een rustige werkplek nodig hadden, terwijl zij de venters als een hinderlijke bron van drukte beschouwden.
Daarnaast raakt de brief aan de toenmalige regelgeving rondom alcoholverstrekking en de publieke moraal; het verzoek om een vergunning voor sterke drank voor arbeiders die zwaar en onregelmatig werk verrichtten (vissers), was een vaker terugkerend discussiepunt in die tijd. De locatie van de administratie van de bond aan de Willem de Zwijgerlaan 112 plaatst de organisatie fysiek in de directe nabijheid van de toenmalige Centrale Markthallen. M. Dir Marktwezen