Ambtelijk typoscript (doorslag of origineel op kantoorpapier).
Origineel
Ambtelijk typoscript (doorslag of origineel op kantoorpapier). 6 april 1940. De Directeur (vermoedelijk van een gemeentelijke dienst, zoals Marktwezen of Grondzaken). [Bovenaan gecentreerd]
1
[Rechtsboven]
6 April 1940
[Links]
46A/10/4
Alhier.
[Rechts]
den Heer Wethouder voor de
Levensmiddelen,
terrein der Vischmarkt wordt verhuurd aan E.van Meekeren,
tegen een jaarlijkschen huurprijs van ƒ 1300,-, zulks voor
den tijd van één jaar, met ingang van 1 Juni 1940. Het con-
tract dient overigens gelijk te zijn aan dat, behoorende bij
het bovenaangehaalde besluit van Burgemeester en Wethouders
d.d. 22 April 1938 (No.244 I.M.1938), aangezien dit overeen-
stemt met de destijds door den Gemeenteraad vastgestelde
"voorwaarden der verpachting van het koffiehuis met boven-
woning" enz. (Gemeenteblad 1925 Afd.1 Volgno.803).
De Directeur, Het document betreft een formele bevestiging of voorstel voor de verhuur van een perceel aan de "Vischmarkt". De huurder is E. van Meekeren, die voor een bedrag van 1300 gulden per jaar de beschikking krijgt over het terrein voor de duur van één jaar, ingaande op 1 juni 1940.
Juridisch-administratief is het document interessant omdat het expliciet verwijst naar continuïteit in beleid: het nieuwe contract moet identiek zijn aan een besluit uit 1938, dat op zijn beurt weer gebaseerd is op algemene voorwaarden uit het Gemeenteblad van 1925. De vermelding van een "koffiehuis met bovenwoning" geeft aan dat de verhuur waarschijnlijk betrekking heeft op een horecagelegenheid op of direct grenzend aan de markt. De adressering aan de Wethouder voor de Levensmiddelen bevestigt dat de markt en de bijbehorende faciliteiten onder dit specifieke beleidsterrein vielen. De datum van het document, 6 april 1940, is historisch relevant. Het is geschreven slechts vijf weken voor de Duitse inval in Nederland (10 mei 1940). Het toont aan dat het dagelijks gemeentelijk bestuur en de administratieve processen — zoals het verlengen van huurcontracten voor de komende zomerperiode — op dat moment nog onverstoord doorgingen, ondanks de internationale spanningen.
De "Vischmarkt" wijst op een centrumlocatie in een Nederlandse stad; gezien de structuur van de bronnen (verwijzing naar Gemeenteblad en specifieke wethoudersportefeuilles) betreft dit waarschijnlijk een grotere gemeente zoals Groningen, Utrecht of Leiden. De jaarhuur van 1300 gulden was voor die tijd een aanzienlijk bedrag, wat duidt op een commercieel gunstige ligging. De referentie naar 1925 illustreert de stabiliteit van de lokale verordeningen in het interbellum.