Archiefdocument
Origineel
23 januari 1936 De Directeur (vermoedelijk van de Gemeentelijke Vischmarkt/Marktwezen). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen. VM.
[Handgeschreven: Extra]
46/9/4 M.
1
23 Januari 1936.
Vordering op
B.Groenteman.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen
A l h i e r .
De vischhandelaar B. Groenteman, Lange Houtstraat 34 II
Amsterdam, heeft op 9 Januari j.l. voor een bedrag van
ƒ 152.68 visch gekocht in den Gemeentelyken Vischafslag,
overeenkomstig de specificatie, die in bylage I hierby wordt
overgelegd. In stryd met het voorschrift van art.9 lid 1
van het Reglement op den afslag in de Gemeente Vischhal op
de Vischmarkt heeft Groenteman de koopsom niet voldaan; doch
hy heeft wel de visch meegenomen.
Op den zelfden datum is voor Groenteman voornoemd als
inzender in den Gemeentelyken afslag, visch verkocht tot een
totaal bedrag van ƒ 81.88 (zooals in bylage II is gespecifi-
ceerd), welk bedrag, ingevolge art. 25 lid 1 der Verordening
op de heffing van markt-, standplaats- en ventgelden, moet
worden verminderd met 5%, zynde ƒ 4.10. Groenteman heeft dus
van de Gemeente een bedrag van ƒ 77.78 te vorderen; tenge-
volge hiervan blyft hy pro resto de somma van ƒ 74.90 aan de
Gemeente verschuldigd. Hy is aangemaand om dit bedrag te vol-
doen, doch hy heeft verklaard, dat hy alleen bereid is hier-
op de somma van hoogstens ƒ 2.50 per week af te betalen. Ik
acht dit niet toelaatbaar, weshalve ik de eer heb U beleefd
te verzoeken wel te willen bevorderen, dat terzake door den
heer Gemeente-advocaat tot het nemen van rechtsmaatregelen
tegen B. Groenteman voornoemd wordt overgegaan.
De Directeur, Dit document is een ambtelijk schrijven waarin wordt verzocht om juridische stappen te ondernemen tegen een wanbetaler. De kern van het geschil is dat visboer B. Groenteman vis heeft meegenomen van de gemeentelijke afslag zonder direct te betalen, hetgeen in strijd is met het geldende reglement (Art. 9 lid 1).
De brief bevat een nauwkeurige financiële verrekening:
* Schuld van Groenteman aan de gemeente: ƒ 152,68.
* Tegoed van Groenteman (vanwege verkoop van eigen vis): ƒ 81,88.
* Inhouding van 5% heffing op zijn verkoop: ƒ 4,10.
* Netto tegoed van Groenteman: ƒ 77,78.
* Eindtotaal verschuldigd bedrag: ƒ 74,90.
Het conflict escaleert omdat de debiteur een afbetalingsregeling van slechts ƒ 2,50 per week voorstelt. De directeur van de dienst wijst dit voorstel af als zijnde ontoelaatbaar en vraagt de wethouder om de gemeenteadvocaat in te schakelen voor rechtsmaatregelen. De brief dateert uit januari 1936, een periode midden in de Grote Depressie. De economische crisis raakte kleine zelfstandigen, zoals visboeren, hard. Het adres van de betrokkene (Lange Houtstraat in Amsterdam) lag in de Jodenbuurt; B. Groenteman was waarschijnlijk een van de vele Joodse marktkooplieden in die wijk.
Het document biedt een inkijkje in de strikte handhaving van gemeentelijke marktverordeningen en de bureaucratische processen van die tijd. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" was verantwoordelijk voor de voedselvoorziening en de marktfaciliteiten in de stad. De toon van de brief is formeel en onverbiddelijk, wat typerend is voor de bestuurscultuur van de jaren '30, waarin de overheid ondanks de economische malaise strikt de regels handhaafde met betrekking tot openstaande vorderingen.