Officiële brief van de Gemeente Amsterdam.
Origineel
Officiële brief van de Gemeente Amsterdam. 6 april 1940. De Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen (namens deze ondertekend). De Directeur van den Dienst van het Marktwezen te Amsterdam. [Paars stempel linksboven:] Nº 46A/12/5 [Blauw stempel middenboven:] M. 1940 9/4
GEMEENTE AMSTERDAM
AFD. L.M. AMSTERDAM, 6 April 1940.
No. 339/-1940-
BIJLAGEN [Handschrift in potlood:] niet dit NL mijn dit [onleesbaar]
MEN WORDT VERZOCHT BIJ HET ANTWOORD NAUWKEURIG HET NUMMER EN DE AFDEELING VAN DIT SCHRIJVEN TE VERMELDEN.
In antwoord op Uw schrijven d.d. 1 April j.l., No.46A 12/13 M deel ik U mede, dat art.14 van het door U aangehaalde Reglement op dit geval niet van toepassing is. Daar Groenteman geen toegangsbewijs heeft, kunt U hem als ieder ander, die in deze positie verkeert, den toegang weigeren.
vM
μ [Handgeschreven:] η De Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen,
[Grote handtekening]
[Handgeschreven aantekening linksonder:]
(Aldus door Mr Reitsma met mij telephonisch besproken)
[Paraaf]
Aan den heer Directeur van den Dienst van het Marktwezen.
Model G. A. 5
25.000-9-'37 De brief is een formeel juridisch-administratief antwoord over de interpretatie van marktreglementen. De kernboodschap is dat een individu genaamd "Groenteman" de toegang tot een marktlocatie geweigerd mag worden omdat hij niet over het vereiste toegangsbewijs beschikt. De afzender stelt dat artikel 14 van het betreffende reglement, waar de directeur blijkbaar naar verwees, in dit specifieke geval niet van toepassing is.
Opvallend is de handgeschreven kanttekening onderaan, die aangeeft dat de inhoud van de brief vooraf telefonisch is afgestemd tussen een zekere "Mr. Reitsma" en de opsteller/ondertekenaar. Dit duidt op een zorgvuldige interne afstemming over de beslissing. De datum van de brief, 6 april 1940, is saillant: het is slechts ruim een maand voor de Duitse inval in Nederland. In deze periode was de Dienst van het Marktwezen in Amsterdam zeer strikt in het handhaven van verordeningen.
De naam "Groenteman" is een veelvoorkomende Joodse achternaam in Amsterdam, vaak verbonden aan de markthandel. Hoewel de brief strikt bureaucratisch van aard lijkt en over de geldigheid van documenten gaat, past het in de bredere context van de toenemende regulering en administratieve controle op de Amsterdamse markten vlak voor de bezetting. De afdeling Levensmiddelen (L.M.) speelde een cruciale rol in de distributie en controle van voedselstromen in de stad.
Samenvatting
De brief is een formeel juridisch-administratief antwoord over de interpretatie van marktreglementen. De kernboodschap is dat een individu genaamd "Groenteman" de toegang tot een marktlocatie geweigerd mag worden omdat hij niet over het vereiste toegangsbewijs beschikt. De afzender stelt dat artikel 14 van het betreffende reglement, waar de directeur blijkbaar naar verwees, in dit specifieke geval niet van toepassing is.
Opvallend is de handgeschreven kanttekening onderaan, die aangeeft dat de inhoud van de brief vooraf telefonisch is afgestemd tussen een zekere "Mr. Reitsma" en de opsteller/ondertekenaar. Dit duidt op een zorgvuldige interne afstemming over de beslissing.
Historische Context
De datum van de brief, 6 april 1940, is saillant: het is slechts ruim een maand voor de Duitse inval in Nederland. In deze periode was de Dienst van het Marktwezen in Amsterdam zeer strikt in het handhaven van verordeningen.
De naam "Groenteman" is een veelvoorkomende Joodse achternaam in Amsterdam, vaak verbonden aan de markthandel. Hoewel de brief strikt bureaucratisch van aard lijkt en over de geldigheid van documenten gaat, past het in de bredere context van de toenemende regulering en administratieve controle op de Amsterdamse markten vlak voor de bezetting. De afdeling Levensmiddelen (L.M.) speelde een cruciale rol in de distributie en controle van voedselstromen in de stad.