Getypte brief met handgeschreven kanttekeningen en parafen.
Origineel
Getypte brief met handgeschreven kanttekeningen en parafen. 27 april 1940. De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markthallen, gezien het adres Jan van Galenstraat 14). [Links boven, getypt:]
46A/12/6 M.
[Midden boven, getypt:]
DV.
[Midden boven, handgeschreven in inkt:]
Verzonden 27/4-'40.
[Rechts boven, getypt:]
27 April 1940.
[Rechts boven, adresregel:]
den Heer A. Groenteman,
Jodenbreestraat 62 II,
Amsterdam-C.
Wijk 2.
[Hoofdtekst, getypt:]
Hiermede verzoek ik U Maandag 29 April a.s. te 9 1/2 uur v.m. te mijnen kantore, Jan van Galenstraat 14 te komen.
[Rechts onder de tekst, getypt:]
De Directeur,
[Onder de getypte tekst, handgeschreven in inkt:]
Groenteman ziet in, dat hij erg verkeerd heeft gehandeld.
Hij zal dat aan de Heeren Stam en Huisman meedeelen op 30-4-'40.
Ik stond hem toe dan een toegangskaart te mogen gaan koopen.
[Links onderaan, handgeschreven handtekening/paraaf:]
Th. de Mare t.k.
[Rechts onderaan, handgeschreven paraaf en datum:]
GvB. 29/4 '40 [onleesbaar]
[Schuin onderaan in het midden, handgeschreven:]
Gezien
29-4-'40
[Paraaf] Het document is een officiële oproep aan de heer A. Groenteman om te verschijnen op het kantoor van de directeur aan de Jan van Galenstraat 14 (het adres van de Centrale Markthallen in Amsterdam). Uit de handgeschreven toevoegingen onderaan blijkt dat het gesprek heeft plaatsgevonden op 29 april 1940.
De inhoud van deze aantekeningen suggereert een tuchtmaatregel of een berisping: Groenteman erkent dat hij "verkeerd heeft gehandeld". Hij moet dit tevens gaan melden aan de heren Stam en Huisman (waarschijnlijk opzichters of functionarissen op de markt). Als gevolg van het gesprek en zijn schuldbekentenis krijgt hij weer toestemming om een toegangskaart te kopen, wat erop wijst dat zijn toegang tot de markt tijdelijk ontzegd was. De datum van de brief, 27 april 1940, is saillant: dit is minder dan twee weken voor de Duitse inval in Nederland (10 mei 1940). De geadresseerde, de heer Groenteman, woonde in de Jodenbreestraat, het hart van de toenmalige Joodse buurt in Amsterdam. Hoewel de brief op zichzelf een zakelijke markt-aangelegenheid betreft over marktregels, plaatst de naam en het adres het document in de context van de Joodse geschiedenis van Amsterdam vlak voor het uitbreken van de oorlog. De Jan van Galenstraat was en is de locatie van de Amsterdamse groothandelsmarkt voor levensmiddelen, waar veel Joodse handelaren werkzaam waren. A. Groenteman C.
Samenvatting
Het document is een officiële oproep aan de heer A. Groenteman om te verschijnen op het kantoor van de directeur aan de Jan van Galenstraat 14 (het adres van de Centrale Markthallen in Amsterdam). Uit de handgeschreven toevoegingen onderaan blijkt dat het gesprek heeft plaatsgevonden op 29 april 1940.
De inhoud van deze aantekeningen suggereert een tuchtmaatregel of een berisping: Groenteman erkent dat hij "verkeerd heeft gehandeld". Hij moet dit tevens gaan melden aan de heren Stam en Huisman (waarschijnlijk opzichters of functionarissen op de markt). Als gevolg van het gesprek en zijn schuldbekentenis krijgt hij weer toestemming om een toegangskaart te kopen, wat erop wijst dat zijn toegang tot de markt tijdelijk ontzegd was.
Historische Context
De datum van de brief, 27 april 1940, is saillant: dit is minder dan twee weken voor de Duitse inval in Nederland (10 mei 1940). De geadresseerde, de heer Groenteman, woonde in de Jodenbreestraat, het hart van de toenmalige Joodse buurt in Amsterdam. Hoewel de brief op zichzelf een zakelijke markt-aangelegenheid betreft over marktregels, plaatst de naam en het adres het document in de context van de Joodse geschiedenis van Amsterdam vlak voor het uitbreken van de oorlog. De Jan van Galenstraat was en is de locatie van de Amsterdamse groothandelsmarkt voor levensmiddelen, waar veel Joodse handelaren werkzaam waren.