Brief (verzoekschrift).
Origineel
Brief (verzoekschrift). 28 maart 1940. C. Rooeman, Jacob Catskade 1, Amsterdam. De heer A. Haan, Directeur van het Marktwezen, Amsterdam. [Linksboven stempel:]
№ 46 A / 13 / 1 M. 1940 28/3
[Rechtsboven:]
Adam 28/3 1940
Aan den Wel Edele
Heer Hr A. Haan
Dir van Markwesen
Adam
Wel Edele Heer
[In de marge rechts:]
Dir
Inge[komen?]
Muller [onduidelijk]
Bij deze verzoekt ondergetekende
U beleefd om de 3 maanden Pakhuishuur
schuld die ik aan den Gem Vischafslag
heb mij te willen laten betalen in
3 volgende termijnen.
1 April de maand April zelfs
en " " een maand in betalen en zoo
ook in Mei en Juni hopende als dat
U Edele mij dit wil toestaan na deze
harde winter teeken ik met de meeste
Hoogachting
W J M de [?]
C Rooeman
Jac Catskade 1
Adam
[Rechtsonder in potlood:]
46 A In deze brief verzoekt de afzender, C. Rooeman, om een betalingsregeling voor een huurschuld van drie maanden. De schuld betreft de huur van een pakhuis bij de Gemeentelijke Visafslag in Amsterdam.
De schrijver stelt voor om de schuld in drie termijnen af te lossen in de maanden april, mei en juni 1940. In die maanden zou hij dan zowel de lopende huur als één maand van de achterstallige schuld betalen. De toon van de brief is uiterst beleefd en formeel, wat passend was voor correspondentie met een overheidsinstantie (de Directeur van het Marktwezen) in die tijd. De brief is geschreven op 28 maart 1940, slechts enkele weken voor de Duitse inval in Nederland op 10 mei 1940. De specifieke reden die Rooeman aanvoert voor zijn betalingsproblemen is de "harde winter". De winter van 1939-1940 staat inderdaad bekend als een van de strengste winters van de 20e eeuw in Nederland. Voor de visserijsector betekende dit dat wateren bevroren waren en de aanvoer van vis nagenoeg stil kwam te liggen, wat direct leidde tot financiële nood bij handelaren en pakhuisgebruikers die afhankelijk waren van de visafslag.
De Jacob Catskade in Amsterdam, waar de afzender woonde, ligt in de Staatsliedenbuurt, op relatief korte afstand van de toenmalige Centrale Markthallen en de visafslag. Het document bevat administratieve kenmerken (stempels en nummers) die erop wijzen dat het verzoek officieel is geregistreerd in het archief van de gemeentelijke dienst Marktwezen.
Samenvatting
In deze brief verzoekt de afzender, C. Rooeman, om een betalingsregeling voor een huurschuld van drie maanden. De schuld betreft de huur van een pakhuis bij de Gemeentelijke Visafslag in Amsterdam.
De schrijver stelt voor om de schuld in drie termijnen af te lossen in de maanden april, mei en juni 1940. In die maanden zou hij dan zowel de lopende huur als één maand van de achterstallige schuld betalen. De toon van de brief is uiterst beleefd en formeel, wat passend was voor correspondentie met een overheidsinstantie (de Directeur van het Marktwezen) in die tijd.
Historische Context
De brief is geschreven op 28 maart 1940, slechts enkele weken voor de Duitse inval in Nederland op 10 mei 1940. De specifieke reden die Rooeman aanvoert voor zijn betalingsproblemen is de "harde winter". De winter van 1939-1940 staat inderdaad bekend als een van de strengste winters van de 20e eeuw in Nederland. Voor de visserijsector betekende dit dat wateren bevroren waren en de aanvoer van vis nagenoeg stil kwam te liggen, wat direct leidde tot financiële nood bij handelaren en pakhuisgebruikers die afhankelijk waren van de visafslag.
De Jacob Catskade in Amsterdam, waar de afzender woonde, ligt in de Staatsliedenbuurt, op relatief korte afstand van de toenmalige Centrale Markthallen en de visafslag. Het document bevat administratieve kenmerken (stempels en nummers) die erop wijzen dat het verzoek officieel is geregistreerd in het archief van de gemeentelijke dienst Marktwezen.