Getypte zakelijke brief (doorslag).
Origineel
Getypte zakelijke brief (doorslag). 4 april 1940. Onbekend (ondertekend door "De Directeur", mogelijk van een visafslag of een hiermee belaste overheidsinstantie). [Handgeschreven rechtsboven:] Hr. M. Müller
[Handgeschreven midden boven:] extra
DV.
46A/14/2 M.
1
4 April 1940.
den Heer Accountant,
Hoofd van het 2de Bureau van den
Accountantsdienst van Rijks
Directe Belastingen,
Zuid Binnensingel 216,
's-GRAVENHAGE.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 27 Maart jl. (No.
205) heb ik de eer U in bijlage dezes de gewenschte gegevens be-
treffende den vischafslag te doen toekomen.
De Directeur, * Inhoud: Het document is een formeel begeleidend schrijven bij een bijlage met gegevens over een visafslag. Het is een reactie op een eerdere informatieaanvraag van de belastingdienst van 27 maart 1940.
* Vorm en Stijl: De brief is opgesteld in de uiterst beleefde en formele ambtelijke stijl van die tijd ("heb ik de eer U... te doen toekomen"). Het gebruik van de 'sch' in "gewenschte" en "vischafslag" duidt op de spelling-Marchant, die destijds de norm was.
* Administratieve context: De brief is gericht aan de Rijks Accountantsdienst, wat wijst op een financieel-administratieve controle of gegevensverzameling door de rijksoverheid met betrekking tot de visserijsector. Dit document stamt uit de periode van de Nederlandse mobilisatie, slechts vijf weken voor de Duitse inval op 10 mei 1940. Het laat zien dat de reguliere ambtelijke molen en de controle op economische activiteiten (zoals de visafslag) tot kort voor het uitbreken van de oorlog in Nederland gewoon doorgingen. De genoemde locatie, Zuid Binnensingel 216 in Den Haag, huisvestte in die jaren inderdaad verschillende onderdelen van het Ministerie van Financiën en de belastingdienst. De visafslag was een cruciaal onderdeel van de Nederlandse voedselvoorziening en economie, waardoor nauwkeurige verslaglegging aan de staat vereist was.
Samenvatting
- Inhoud: Het document is een formeel begeleidend schrijven bij een bijlage met gegevens over een visafslag. Het is een reactie op een eerdere informatieaanvraag van de belastingdienst van 27 maart 1940.
- Vorm en Stijl: De brief is opgesteld in de uiterst beleefde en formele ambtelijke stijl van die tijd ("heb ik de eer U... te doen toekomen"). Het gebruik van de 'sch' in "gewenschte" en "vischafslag" duidt op de spelling-Marchant, die destijds de norm was.
- Administratieve context: De brief is gericht aan de Rijks Accountantsdienst, wat wijst op een financieel-administratieve controle of gegevensverzameling door de rijksoverheid met betrekking tot de visserijsector.
Historische Context
Dit document stamt uit de periode van de Nederlandse mobilisatie, slechts vijf weken voor de Duitse inval op 10 mei 1940. Het laat zien dat de reguliere ambtelijke molen en de controle op economische activiteiten (zoals de visafslag) tot kort voor het uitbreken van de oorlog in Nederland gewoon doorgingen. De genoemde locatie, Zuid Binnensingel 216 in Den Haag, huisvestte in die jaren inderdaad verschillende onderdelen van het Ministerie van Financiën en de belastingdienst. De visafslag was een cruciaal onderdeel van de Nederlandse voedselvoorziening en economie, waardoor nauwkeurige verslaglegging aan de staat vereist was.