Archiefdocument
Origineel
[Briefhoofd]
N.V. v/h C. DEN DULK
REEDERIJ, HARINGHANDEL EN ROOKERIJ
BANKVERBINDING:
DE TWENTSCHE BANK N.V.
KATWIJK AAN ZEE
POSTREKENING No. 1331
TELEGRAM-ADRES:
„CORDULK” KATWIJKAANZEE
TELEFOON No. 36
(VAN 12-2 EN NA 6 UUR NO. 300)
KATWIJK AAN ZEE, 29 Maart 1940
POSTBUS 2
[Kenmerkstempel/Handgeschreven]
№ 46 A/15 // M.1940 30/3
[Adressering]
Aan het Marktwezen,
Afd. Informaties,
A M S T E R D A M .
[Handgeschreven notitie rechtsboven]
ni Sec.
[Brieftekst]
Mijne Heeren,
Zeer gaarne zouden wij van U, indien mogelijk, de ^van navolgende haringventers adressen ontvangen, nl.:
J. Vermaas — Amsterdam
F. Groothuis — id.
J. Heida — Standplaats Haarlemmerplein A’dam.
J. Koolbergen — Amsterdam.
J. Spruyt — id.
J. Bommels — id.
Koenra — id.
Daniëls Marnixstr.?? — id.
W. van Twigt Junior — id.
U bij voorbaat vriendelijk dankend,
Hoogachtend,
N.V. v/h C. DEN DULK
[Handtekening]
[Initialen rechtsonder]
WbA * Doel van de brief: Het bedrijf Den Dulk uit Katwijk vraagt aan de Amsterdamse dienst Marktwezen om de exacte adressen van negen specifieke haringventers in Amsterdam. Dit is vermoedelijk voor facturatie of acquisitie.
* Vorm: Getypte brief op officieel briefpapier met voorgedrukte bedrijfsgegevens. De correctie (toevoeging van "van") en de vraagtekens bij "Marnixstr.??" duiden op een zorgvuldige maar pragmatische administratie.
* Administratieve sporen: De paarse stempel met het nummer 46 A/15 en de datum "30/3" (30 maart) is het ingekomen-stukkenstempel van de gemeente Amsterdam. De handgeschreven notitie "ni Sec." (waarschijnlijk "niet Secretarie") duidt op een interne routing binnen de gemeentelijke diensten. * Tijdsbeeld: De brief dateert van 29 maart 1940, slechts zes weken voor de Duitse inval in Nederland. Het toont de normale voortgang van de handel in die periode.
* De Afzender: N.V. Cornelis den Dulk was een prominente rederij en haringhandel uit Katwijk. Katwijkse bedrijven waren grote toeleveranciers van de Amsterdamse visdetailhandel en straathandel.
* De Ontvanger: De Afdeling Informaties van het Marktwezen beheerde de registers van markt- en straathandelaren. In een tijd zonder digitale registers was dit de aangewezen plek voor een groothandel om klantgegevens te verifiëren.
* Haringventers: De lijst met namen bevat typische Amsterdamse kleine ondernemers (haringventers) die vaak een vaste standplaats hadden of met een kar door de wijken trokken. Het noemen van het "Haarlemmerplein" en de "Marnixstraat" bevestigt hun werkgebied in de stad. C. den Dulk F. Groothuis J. Bommels J. Heida J. Koolbergen J. Spruyt J. Vermaas N.V. Cornelis W. van Twigt Gemeente Amsterdam Marktwezen
Samenvatting
- Doel van de brief: Het bedrijf Den Dulk uit Katwijk vraagt aan de Amsterdamse dienst Marktwezen om de exacte adressen van negen specifieke haringventers in Amsterdam. Dit is vermoedelijk voor facturatie of acquisitie.
- Vorm: Getypte brief op officieel briefpapier met voorgedrukte bedrijfsgegevens. De correctie (toevoeging van "van") en de vraagtekens bij "Marnixstr.??" duiden op een zorgvuldige maar pragmatische administratie.
- Administratieve sporen: De paarse stempel met het nummer 46 A/15 en de datum "30/3" (30 maart) is het ingekomen-stukkenstempel van de gemeente Amsterdam. De handgeschreven notitie "ni Sec." (waarschijnlijk "niet Secretarie") duidt op een interne routing binnen de gemeentelijke diensten.
Historische Context
- Tijdsbeeld: De brief dateert van 29 maart 1940, slechts zes weken voor de Duitse inval in Nederland. Het toont de normale voortgang van de handel in die periode.
- De Afzender: N.V. Cornelis den Dulk was een prominente rederij en haringhandel uit Katwijk. Katwijkse bedrijven waren grote toeleveranciers van de Amsterdamse visdetailhandel en straathandel.
- De Ontvanger: De Afdeling Informaties van het Marktwezen beheerde de registers van markt- en straathandelaren. In een tijd zonder digitale registers was dit de aangewezen plek voor een groothandel om klantgegevens te verifiëren.
- Haringventers: De lijst met namen bevat typische Amsterdamse kleine ondernemers (haringventers) die vaak een vaste standplaats hadden of met een kar door de wijken trokken. Het noemen van het "Haarlemmerplein" en de "Marnixstraat" bevestigt hun werkgebied in de stad.