Financieel overzicht / belastingafrekening (heffing registratierecht).
Origineel
Financieel overzicht / belastingafrekening (heffing registratierecht). 31 augustus 1940 (betreft de periode 25 t/m 31 augustus 1940). Heffing Registratie-recht 6 ‰.
over het tijdvak:
25 t/m 31 Aug. 1940.
| Datum | Hoofdsom | Geïnd Recht | Te heffen Recht | Verschil -/. | Verschil + |
|---|---|---|---|---|---|
| 26 | |||||
| 27 | 303,07 | 1,81 | 1,82 | - 01 | - |
| 28 | 472,33 | 2,83 | 2,83 | - | - |
| 29 | 727,36 | 4,37 | 4,36 | - | - 01 |
| 30 | 509,13 | 3,06 | 3,05 | - | - 01 |
| 31 | 328,72 | 1,96 | 1,97 | - 01 | - |
| Totaal | 2.340,61 | 14,03 | 14,03 | - 02 | - 02 |
Totaal te betalen over de week hierboven vermeld:
de somma van ƒ 14,04.
Amsterdam, 31 Aug. 1940.
[Handtekening] * Berekening: Het document toont een berekening van het registratierecht over verschillende bedragen (hoofdsommen). Het tarief bedraagt 6 per mille (6‰). In de tabel worden de dagelijkse bedragen berekend en vergeleken met het daadwerkelijk 'geïnde' recht. Kleine afrondingsverschillen (van 1 cent) worden genoteerd in de kolommen 'Verschil'.
* Afronding: Er is een interessant detail in de eindafrekening. De som van de dagelijks berekende rechten komt uit op ƒ 14,03. Echter, de berekening over de totale wekelijkse hoofdsom (2340,61 * 0,006 = 14,04366) leidt tot een afgerond bedrag van ƒ 14,04. Dit laatste bedrag wordt onderaan als het definitief te betalen bedrag vermeld.
* Marginalia: Aan de rechterzijde van het document zijn in potlood enkele kladberekeningen zichtbaar die deze totaalsom bevestigen (o.a. de vermenigvuldiging 2340,61 x 6).
* Administratieve stijl: Het document is met zorg opgesteld op geruit papier, kenmerkend voor de zakelijke administratie uit het midden van de 20e eeuw. * Historische periode: Het document dateert van augustus 1940, slechts enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hoewel de politieke situatie drastisch was veranderd, bleven de dagelijkse administratieve en fiscale processen, zoals het heffen van registratierechten door notarissen of belastingkantoren, grotendeels ongewijzigd doorgaan volgens de bestaande Nederlandse wetgeving.
* Registratierecht: Dit was (en is deels nog steeds) een belasting die verschuldigd is bij het registreren van bepaalde akten, zoals transportakten van onroerend goed of leningsovereenkomsten. In 1940 was dit een belangrijke bron van inkomsten voor de schatkist.
Samenvatting
- Berekening: Het document toont een berekening van het registratierecht over verschillende bedragen (hoofdsommen). Het tarief bedraagt 6 per mille (6‰). In de tabel worden de dagelijkse bedragen berekend en vergeleken met het daadwerkelijk 'geïnde' recht. Kleine afrondingsverschillen (van 1 cent) worden genoteerd in de kolommen 'Verschil'.
- Afronding: Er is een interessant detail in de eindafrekening. De som van de dagelijks berekende rechten komt uit op ƒ 14,03. Echter, de berekening over de totale wekelijkse hoofdsom (2340,61 * 0,006 = 14,04366) leidt tot een afgerond bedrag van ƒ 14,04. Dit laatste bedrag wordt onderaan als het definitief te betalen bedrag vermeld.
- Marginalia: Aan de rechterzijde van het document zijn in potlood enkele kladberekeningen zichtbaar die deze totaalsom bevestigen (o.a. de vermenigvuldiging 2340,61 x 6).
- Administratieve stijl: Het document is met zorg opgesteld op geruit papier, kenmerkend voor de zakelijke administratie uit het midden van de 20e eeuw.
Historische Context
- Historische periode: Het document dateert van augustus 1940, slechts enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hoewel de politieke situatie drastisch was veranderd, bleven de dagelijkse administratieve en fiscale processen, zoals het heffen van registratierechten door notarissen of belastingkantoren, grotendeels ongewijzigd doorgaan volgens de bestaande Nederlandse wetgeving.
- Registratierecht: Dit was (en is deels nog steeds) een belasting die verschuldigd is bij het registreren van bepaalde akten, zoals transportakten van onroerend goed of leningsovereenkomsten. In 1940 was dit een belangrijke bron van inkomsten voor de schatkist.