Ambtelijk schrijven / Verslag (doorslag van een getypte brief).
Origineel
Ambtelijk schrijven / Verslag (doorslag van een getypte brief). Na 30 mei 1940 (verwijst naar deze datum in de verleden tijd). voorafgaande aan 30 Mei 1940 het registratierecht verschul-
digd (de vordering verjaart in twee jaren, krachtens artikel
98 der Wet), alsmede een boete gelyk aan het vyfvoud van het
recht (artikel 89 der Wet).
De Inspecteur der Successie en Registratie, met
wien ik het in den aanhef bedoelde stuk besprak, verklaarde
op myn desbetreffende vraag, dat de Minister, die krachtens
artikel 99 lid 3 der Wet bevoegd is in byzondere gevallen
kwytschelding van recht en boete te verleenen, zeer waar-
schynlyk bereid zal zyn in dit geval van deze bevoegdheid ge-
bruik te maken, aangezien uiteraard de goede trouw van de
Gemeente ten deze vaststaat. Juist omdat deze goede trouw
werd aangenomen, verzocht de Inspecteur in zyn brief, om hem
op te geven, welke personen in 1938, 1939 en de eerste maan-
den van 1940 visch - anders dan die door hen zelf werd ge-
vischt - in den afslag lieten verkoopen. De bedoeling was,
dat de Administratie zelf by deze verkoopers een navordering
van het recht zou indienen en dus niet de Gemeente terzake
zou belasten.
Ik deelde den Inspecteur echter mede, dat het voor
myn dienst een haast ondoenlyke opgave is, om uit de vele
duizenden afslagbriefjes van de laatste jaren uit te zoeken,
wie de eigenlyke verkoopers der verschillende partyen visch
zyn geweest.
Indien de Minister bereid is, om terzake aan de
Gemeente, die het recht formeel verschuldigd is, kwytschel-
ding te verleenen, zou deze uiterst omvangryke arbeid kunnen
worden bespaard. Ik stel dus voor een terzake strekkend re-
quest aan het Departement van Financiën te richten.
Naast deze aangelegenheid, die op het verleden be-
trekking heeft en van veel meer belang nog dan deze, is
evenwel de vraag, of voortaan het registratierecht door den
afslag aan de verkoopers (voor zoo ver dezen niet de vis-
schers zyn) moet worden berekend. Indien wordt aangenomen,
dat de afslag "openbaar" is, in den zin der Registratiewet
1917 zal aan de voorschriften van het bovenaangehaalde Ko-
ninklyk Besluit van 4 Mei 1917 (S. 384) moeten worden voldaan,
tenzy de Minister termen aanwezig acht voor het byzondere ge-
val van den Amsterdamschen, gemeentelyken vischafslag, krach-
tens artikel 99 lid 3 der Wet kwytschelding te verleenen. Ik
ben van meening, dat hiervoor zeer sterke motieven kunnen
worden aangevoerd.
De Vischafslag van Amsterdam werkt uitsluitend in
het algemeen belang. Ten bewijze hiervan diene, dat het ge-
meente-bedryf der Vischmarkt, waarvan de afslag verreweg het
belangrykste onderdeel is, jaarlyks een belangryken verlies-
post oplevert (in 1938 f 8.236,-; in 1939 f 8.212,-). De
voornaamste reden, waarom de afslag in stand wordt gehouden
is, om vele honderden Amsterdamsche vischventers, die niet
kapitaalkrachtig genoeg zyn om in IJmuiden te koopen (waar
onder andere een waarborgsom van f 200,- per kooper moet
worden gesteld), in staat te stellen zich van visch te voor-
zien. Zou de afslag verdwynen, hetgeen op grond van de be-
dryfsresultaten reeds is overwogen, dan zouden de vorenbe-
doelde vischventers op maatschappelyken steun zyn aangewezen.
De afslag heeft dan ook in de eerste plaats een sociale be-
teekenis. Dit document betreft een administratieve en juridische correspondentie over een geschil met de belastingdienst (Successie en Registratie) aangaande de Amsterdamse visafslag. De kernpunten zijn:
- Belastingplicht: Er is een discussie over onbetaald 'registratierecht' over de jaren 1938-1940. Dit recht moet betaald worden wanneer vis via de afslag wordt verkocht door derden (handelaren), in tegenstelling tot de vissers zelf.
- Kwijtschelding: Vanwege de 'goede trouw' van de gemeente is de Inspecteur bereid kwijtschelding van boetes voor te stellen aan de Minister.
- Administratieve last: De belastingdienst wilde een lijst van alle verkopers, maar de ambtenaar geeft aan dat dit onbegonnen werk is vanwege de duizenden "afslagbriefjes". Hij stelt voor om direct om algehele kwijtschelding te verzoeken via een 'request'.
- Sociale functie: Het document eindigt met een sterk argument voor het behoud van de afslag. Hoewel de visafslag verliesgevend is (ruim 8.000 gulden per jaar), is het essentieel voor de werkgelegenheid van honderden arme visventers die in IJmuiden niet terecht kunnen. Zonder de afslag zouden zij werkloos raken en afhankelijk worden van de bijstand ("maatschappelyken steun"). De tekst is geschreven in de vroege periode van de Duitse bezetting van Nederland, maar gaat over financiële verplichtingen uit de jaren direct daarvoor. Het illustreert de complexe bureaucratische processen van die tijd. De "Registratiewet 1917" was de juridische basis voor de belasting op openbare verkopen.
Interessant is het inkijkje in de Amsterdamse sociaaleconomische geschiedenis: IJmuiden was de grote, kapitaalintensieve concurrent waar een hoge waarborgsom werd gevraagd. De Amsterdamse vismarkt fungeerde als een soort sociale instelling van de gemeente om de lokale 'kleine man' (de visventer) aan het werk te houden, zelfs als dat de stad geld kostte.