Archiefdocument
Origineel
15 juni 1940. Dienst Marktwezen Amsterdam (VP/HG). MARKTWEZEN AMSTERDAM VP/HG.
TELEFOONNUMMER 85151
No. 46A/22/2 M.
BIJLAGE 1
ONDERWERP: Heffing registratie-recht in Vischafslag.
AMSTERDAM (W.) 15 Juni 1940.
JAN VAN GALENSTRAAT 14
AAN den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, A l h i e r .
[Handgeschreven bovenaan:] 15/6 -'40 [paraaf]
Onder terugzending van het met Uw kantbrief d.d. 4 dezer om advies ontvangen stuk no. 530 L.M.1940 heb ik de eer U te berichten, dat, krachtens artikel 55 van de Registratiewet 1917 een registratierecht van 0,6% (0,5% vermeerderd met 20 opcenten) is verschuldigd over het gezamenlijk bedrag van de koopprijzen met de lasten, [handgeschreven tussenvoeging: onder meer] terzake van verkoopingen, welke in het openbaar bij opbod, afslag of inschrijving worden gehouden. [Handgeschreven tussenvoeging in de kantlijn:] Of waarbij om te vormen met de verkooping aan kennisgestelde personen gelegenheid wordt gegeven om te bieden, In artikel 4 van het Koninklijk Besluit van 4 Mei 1917 (S.384) worden nadere voorschriften gesteld, in geval visch of andere als voor bederf vatbaar, aangewezen goederen door of vanwege onder andere een gemeente in het openbaar worden verkocht. Voor zoo ver de visch rechtstreeks afkomstig is van visschers, die haar zelf hebben gevischt, is het recht niet verschuldigd; doch wel voor alle visch, die door handelaren aan den afslag wordt gezonden.
Door den Vischafslag van mijn dienst werd tot nu toe nimmer registratie-recht aan de verkoopers (-handelaren) in rekening gebracht, omdat werd aangenomen, dat de afslag alhier plaats vindt in de hal op de Vischmarkt, welke niet voor het publiek, doch alleen voor aanvoerders en wederverkoopers van visch en hun personeel toegankelijk is (artikel 37 lid 1 van het Reglement op de Markten). [Handgeschreven toevoeging onderaan:] ook werd aangenomen, dat het feit, dat de afslag in den regel [doorgestreept] plaats vindt, [doorgestreept] - nl. als er visch is - van te voren wordt niemand van den afslag in kennis gesteld. De Inspecteur der Successie en Registratie heeft mij thans meegedeeld, dat het begrip "openbaar" voor de toepassing der Registratiewet zeer ruim wordt opgevat en dat, naar zijn meening, de Vischafslag hier ter stede als een verkooping in het openbaar moet worden aangemerkt.
Indien dit standpunt, ook in hoogste instantie wordt aanvaard, is de Gemeente over de laatste twee jaren voorafgaande aan 30 Mei 1940 het registratierecht verschuldigd (de vordering verjaart in twee jaren, krachtens artikel 98 der Wet), alsmede een boete gelijk aan het vijfvoud van het recht. (artikel 89 der Wet) Dit document betreft een fiscaal-juridisch geschil tussen de gemeente Amsterdam (Dienst Marktwezen) en de belastingautoriteiten (Inspecteur der Successie en Registratie). De kern van het conflict draait om de definitie van een "openbare verkoping" onder de Registratiewet van 1917.
Belangrijkste punten:
* Belastingclaim: De belastingdienst stelt dat de visafslag een openbare verkoop is, waardoor 0,6% registratierecht over de koopprijzen moet worden betaald.
* Verweer van de Dienst: Men stelt dat de afslag besloten is, aangezien alleen erkende handelaren toegang hebben en het publiek wordt geweerd conform het marktreglement.
* Handgeschreven toevoegingen: Deze lijken concepten voor een juridisch verweerschrift. Er wordt gepoogd aan te tonen dat de verkoop niet "openbaar" is door te wijzen op het ontbreken van voorafgaande kennisgeving over de veilingen.
* Financieel risico: Indien de gemeente verliest, dreigt een naheffing over twee jaar plus een forse boete van 500%. Het document is geschreven op 15 juni 1940, slechts één maand na de Nederlandse capitulatie aan Duitsland. Ondanks de prille bezettingstijd toont dit stuk aan dat het dagelijks ambtelijk apparaat en de belastingtechnische discussies tussen verschillende overheidsinstanties in eerste instantie gewoon doorgingen.
De locatie van de afzender, Jan van Galenstraat 14, verwijst naar de Centrale Markthallen (tegenwoordig het Food Center Amsterdam). Dit was het logistieke hart van de voedselvoorziening in de hoofdstad. De discussie over belasting op vis (een essentieel voedingsmiddel) was economisch van groot belang, zeker in een tijd waarin de voedselvoorziening onder druk begon te staan door de oorlogsomstandigheden.