Archief 745
Inventaris 745-330
Pagina 351
Dossier 44
Jaar 1940
Stadsarchief

Getypte ambtelijke brief/nota.

15 juni 1940. Van: L. Müller (handgeschreven signatuur rechtsboven). Waarschijnlijk een gemeentelijk afdelingshoofd of directeur van een gemeentelijke dienst. Aan: De Wethouder voor de Levensmiddelen, "Alhier" (ter plaatse).

Origineel

Getypte ambtelijke brief/nota. 15 juni 1940. L. Müller (handgeschreven signatuur rechtsboven). Waarschijnlijk een gemeentelijk afdelingshoofd of directeur van een gemeentelijke dienst. De Wethouder voor de Levensmiddelen, "Alhier" (ter plaatse). [Referentienummers linksboven]
464/22/2 N

[Kenmerk rechtsboven]
vE/G.

[Handtekening/Naam rechtsboven]
L. Müller

[Datum]
15 Juni 1940.

[Onderwerp]
Heffing registratie-recht
in Vischafslag.

[Adressering]
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r.

[Tekst]
Onder terugzending van het met Uw kantbrief d.d. 4 dezer om advies ontvangen stuk no. 530 L.M. 1940 heb ik de eer U te berichten, dat, krachtens artikel 55 van de Registratiewet 1917 een registratierecht van 0,6% (0,5% vermeerderd met 20 opcenten) is verschuldigd over het gezamenlyk bedrag van de kooppryzen met de lasten, onder meer terzake van verkoopingen, welke in het openbaar bij opbod, afslag of inschrijving worden gehouden of waarby aan te voren met de verkooping in kennis gestelde personen gelegenheid wordt gegeven om te bieden. In artikel 4 van het Koninklyk Besluit van 4 Mei 1917 (S. 384) worden nadere voorschriften gesteld, in geval visch of andere als voor bederf vatbaar, aangewezen goederen door of vanwege onder andere een gemeente in het openbaar worden verkocht. Voor zoo ver de visch rechtstreeks afkomstig is van visschers, die haar zelf hebben gevangen, is het recht niet verschuldigd; doch wel voor alle visch, die door handelaren aan den Afslag wordt gezonden.

Door den Vischafslag van myn dienst werd tot nu toe nimmer registratie-recht aan de verkoopers (-handelaren) in rekening gebracht, omdat werd aangenomen, dat de afslag alhier plaats vindt in de hal op de Vischmarkt, welke niet voor het publiek, doch alleen voor aanvoerders en wederverkoopers van visch en hun personeel toegankelyk is (artikel 37 lid 1 van het Reglement op de Markten); ook werd aangenomen, dat het feit, dat de afslag in den regel - namelyk als er visch is - op werkdagen plaats vindt, den afslag niet maakt tot een, waarby aan te voren met de verkooping in kennis gestelde personen gelegenheid wordt gegeven om te bieden; van te voren wordt niemand van den afslag in kennis gesteld. De Inspecteur der Successie en Registratie heeft nu thans medegedeeld, dat het begrip "openbaar" voor de toepassing der Registratiewet zeer ruim wordt opgevat en dat, naar zyn meening, de Vischafslag hier ter stede als een verkooping in het openbaar moet worden aangemerkt.

Indien dit standpunt, ook in hoogste instantie wordt aanvaard, is de Gemeente over de laatste twee jaren [tekst breekt af] * Kern van het document: Het document betreft een fiscaal-juridisch geschil over het al dan niet heffen van 0,6% registratierecht op verkopen bij de gemeentelijke visafslag.
* Juridische argumentatie: De auteur legt uit dat volgens de Registratiewet 1917 belasting verschuldigd is bij "openbare" verkopen. De gemeente meende voorheen dat hun afslag niet "openbaar" was omdat deze enkel toegankelijk was voor handelaren (niet voor het grote publiek) en er geen vooraankondiging van deelnemers plaatsvond. De Inspecteur der Successie en Registratie hanteert echter een ruimere definitie van "openbaar", waardoor de belasting alsnog betaald zou moeten worden.
* Uitzonderingsregel: Er wordt expliciet vermeld dat vis die direct door de vissers zelf wordt aangeboden, is vrijgesteld van dit recht. De discussie spitst zich toe op de vis die door tussenhandelaren via de afslag wordt verkocht.
* Taalgebruik: Typisch formeel ambtelijk Nederlands uit de vooroorlogse periode, met archaïsche spellingen zoals "visch", "kooppryzen" en "namelyk". * Historische context: De brief is gedateerd op 15 juni 1940, precies een maand na de Nederlandse capitulatie in de Tweede Wereldoorlog. Het toont aan dat het civiele bestuur en de belastingdienst ondanks de Duitse bezetting in eerste instantie volgens de bestaande Nederlandse wetgeving (zoals de Registratiewet 1917) bleven functioneren.
* Lokale context: Hoewel de specifieke stad niet in de tekst staat, wijst de term "Vischmarkt" en de aanwezigheid van een actieve visafslag op een stad met een sterke visserij-traditie of een groot handelscentrum voor vis (denk aan steden als Groningen, Leiden of kuststeden). De naam van de ondertekenaar "Müller" kan zowel Nederlands als Duits zijn, maar de brief is geschreven in de context van de reguliere Nederlandse bureaucratie.
* Bestuurlijke context: De brief is een reactie op een "kantbrief" (een formele aantekening of bijlage) van de Wethouder voor Levensmiddelen, die waarschijnlijk vragen had gekregen over de kostenstructuur of belastingafdrachten van de visafslag.

Samenvatting

  • Kern van het document: Het document betreft een fiscaal-juridisch geschil over het al dan niet heffen van 0,6% registratierecht op verkopen bij de gemeentelijke visafslag.
  • Juridische argumentatie: De auteur legt uit dat volgens de Registratiewet 1917 belasting verschuldigd is bij "openbare" verkopen. De gemeente meende voorheen dat hun afslag niet "openbaar" was omdat deze enkel toegankelijk was voor handelaren (niet voor het grote publiek) en er geen vooraankondiging van deelnemers plaatsvond. De Inspecteur der Successie en Registratie hanteert echter een ruimere definitie van "openbaar", waardoor de belasting alsnog betaald zou moeten worden.
  • Uitzonderingsregel: Er wordt expliciet vermeld dat vis die direct door de vissers zelf wordt aangeboden, is vrijgesteld van dit recht. De discussie spitst zich toe op de vis die door tussenhandelaren via de afslag wordt verkocht.
  • Taalgebruik: Typisch formeel ambtelijk Nederlands uit de vooroorlogse periode, met archaïsche spellingen zoals "visch", "kooppryzen" en "namelyk".

Historische Context

  • Historische context: De brief is gedateerd op 15 juni 1940, precies een maand na de Nederlandse capitulatie in de Tweede Wereldoorlog. Het toont aan dat het civiele bestuur en de belastingdienst ondanks de Duitse bezetting in eerste instantie volgens de bestaande Nederlandse wetgeving (zoals de Registratiewet 1917) bleven functioneren.
  • Lokale context: Hoewel de specifieke stad niet in de tekst staat, wijst de term "Vischmarkt" en de aanwezigheid van een actieve visafslag op een stad met een sterke visserij-traditie of een groot handelscentrum voor vis (denk aan steden als Groningen, Leiden of kuststeden). De naam van de ondertekenaar "Müller" kan zowel Nederlands als Duits zijn, maar de brief is geschreven in de context van de reguliere Nederlandse bureaucratie.
  • Bestuurlijke context: De brief is een reactie op een "kantbrief" (een formele aantekening of bijlage) van de Wethouder voor Levensmiddelen, die waarschijnlijk vragen had gekregen over de kostenstructuur of belastingafdrachten van de visafslag.

Kooplieden in dit dossier 100

J. Izaks Waterlooplein 20,91
A. Dotsch Waterlooplein " 1,98
A. Dotsch Waterlooplein " 1,98
Abraham Prins Waterlooplein " -,58
Abraham Prins Waterlooplein " -,58
J. Premsela Waterlooplein 139,75
C. Beek Waterlooplein 23,46
J. Premsela Waterlooplein 605,63
P. Bond Waterlooplein 65,72
J. Premsela Waterlooplein 170,36
W.F. Siebert Waterlooplein 992,67
J. Cohen Nieuwmarkt 892,55
S. Cohen Zwanenburgwal 28,45
C. Puul Waterlooplein " 5,50
C. Puul Waterlooplein " 5,50
D. de Wit Waterlooplein " 18,36
D. de Wit Waterlooplein " 18,36
en Joh. Koning) Waterlooplein 53,24
J. Dotsch Waterlooplein 59,34
A. Dotsch Waterlooplein 328,62
D. den Dulk Waterlooplein 43,90
E. Zwaan Waterlooplein " -,52
J. Ferwerda Waterlooplein 99,45
V.V.Z. Roode Waterlooplein 522,67
F. Tuyp Waterlooplein " -,32
F. Tuyp Waterlooplein " -,32
Geverding (Suppletie) Waterlooplein 1,80
Geverding (Suppletie) Waterlooplein " 1,80
P. Gomes Waterlooplein 5063,71
geboren 29-10-1907 te Wijk aan Zee). + 2x Veiling + commissionair
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 6