Archief 745
Inventaris 745-330
Pagina 350
Dossier 44
Jaar 1940
Stadsarchief

Getypte brief / ambtelijke correspondentie.

15 juni 1940. Van: De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markthallen of de visafslag).

Origineel

Getypte brief / ambtelijke correspondentie. 15 juni 1940. De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markthallen of de visafslag). 1 15 Juni 40
46A/22/2 den Heer Wethouder voor de
Alhier. Levensmiddelen

    Een nieuwe heffing van 0,6% zou den aanvoer in den

afslag ongunstig beinvloeden, aangezien de verkoopers, die
hun goederen in den afslag zenden, ongetwyfeld naar andere
middelen zullen zoeken, om deze belasting niet te behoeven
te betalen. Het is mogelyk, dat zy een deel hunner visch aan
de grossiers, die op het buitenterrein der markt "uit de
hand" verkoopen, in consignatie zullen geven; waarschynlyker
is, dat zy zullen trachten hun visch elders, buiten de
Vischmarkt - en dus buiten de venters - om, in Amsterdam,
rechtstreeks aan winkeliers of consumenten te verkoopen.
Hierdoor zou de bestaansmogelykheid der venters ernstig wor-
den bedreigd.

    Ik geef U mitsdien beleefd in overweging aan het

Departement van Financiën te requestreeren, dat de Visch-
markt, op grond van het bovenstaande van de heffing van het
registratierecht wordt vrygesteld.

                                De Directeur, In deze brief spreekt de directeur zijn zorgen uit over een nieuwe belastingheffing van 0,6% (registratierecht) op de aanvoer bij de visafslag. De kern van het argument is dat deze belasting zal leiden tot belastingontwijking door de handelaren. Zij zouden de officiële afslag gaan omzeilen door:
  1. Direct ("uit de hand") te verkopen aan grossiers op de buitenterreinen.
  2. De vismarkt geheel te vermijden en rechtstreeks te leveren aan winkels en consumenten.

De directeur waarschuwt dat dit de positie van de visventers (kleine straathandelaren die afhankelijk zijn van de centrale markt) ernstig in gevaar brengt. Hij verzoekt de wethouder om bij het Departement van Financiën aan te dringen op een vrijstelling voor de vismarkt. Het document dateert van 15 juni 1940, precies één maand na de Nederlandse capitulatie in de Tweede Wereldoorlog. In deze vroege fase van de bezetting probeerde het Nederlandse ambtenarenapparaat de voedselvoorziening en de economische structuren zo goed mogelijk draaiende te houden onder toezicht van de bezetter. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" in Amsterdam (waarschijnlijk de heer W.A. de Vlugt of zijn opvolger in de overgangsfase) had een cruciale rol in het beheersen van de schaarste en de distributie. De zorg om de "bestaansmogelykheid der venters" toont aan dat men vreesde voor sociale onrust en het instorten van de fijnmazige distributieketen in de stad als gevolg van nieuwe fiscale maatregelen.

Samenvatting

In deze brief spreekt de directeur zijn zorgen uit over een nieuwe belastingheffing van 0,6% (registratierecht) op de aanvoer bij de visafslag. De kern van het argument is dat deze belasting zal leiden tot belastingontwijking door de handelaren. Zij zouden de officiële afslag gaan omzeilen door:
1. Direct ("uit de hand") te verkopen aan grossiers op de buitenterreinen.
2. De vismarkt geheel te vermijden en rechtstreeks te leveren aan winkels en consumenten.

De directeur waarschuwt dat dit de positie van de visventers (kleine straathandelaren die afhankelijk zijn van de centrale markt) ernstig in gevaar brengt. Hij verzoekt de wethouder om bij het Departement van Financiën aan te dringen op een vrijstelling voor de vismarkt.

Historische Context

Het document dateert van 15 juni 1940, precies één maand na de Nederlandse capitulatie in de Tweede Wereldoorlog. In deze vroege fase van de bezetting probeerde het Nederlandse ambtenarenapparaat de voedselvoorziening en de economische structuren zo goed mogelijk draaiende te houden onder toezicht van de bezetter. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" in Amsterdam (waarschijnlijk de heer W.A. de Vlugt of zijn opvolger in de overgangsfase) had een cruciale rol in het beheersen van de schaarste en de distributie. De zorg om de "bestaansmogelykheid der venters" toont aan dat men vreesde voor sociale onrust en het instorten van de fijnmazige distributieketen in de stad als gevolg van nieuwe fiscale maatregelen.

Kooplieden in dit dossier 100

J. Izaks Waterlooplein 20,91
A. Dotsch Waterlooplein " 1,98
A. Dotsch Waterlooplein " 1,98
Abraham Prins Waterlooplein " -,58
Abraham Prins Waterlooplein " -,58
J. Premsela Waterlooplein 139,75
C. Beek Waterlooplein 23,46
J. Premsela Waterlooplein 605,63
P. Bond Waterlooplein 65,72
J. Premsela Waterlooplein 170,36
W.F. Siebert Waterlooplein 992,67
J. Cohen Nieuwmarkt 892,55
S. Cohen Zwanenburgwal 28,45
C. Puul Waterlooplein " 5,50
C. Puul Waterlooplein " 5,50
D. de Wit Waterlooplein " 18,36
D. de Wit Waterlooplein " 18,36
en Joh. Koning) Waterlooplein 53,24
J. Dotsch Waterlooplein 59,34
A. Dotsch Waterlooplein 328,62
D. den Dulk Waterlooplein 43,90
E. Zwaan Waterlooplein " -,52
J. Ferwerda Waterlooplein 99,45
V.V.Z. Roode Waterlooplein 522,67
F. Tuyp Waterlooplein " -,32
F. Tuyp Waterlooplein " -,32
Geverding (Suppletie) Waterlooplein 1,80
Geverding (Suppletie) Waterlooplein " 1,80
P. Gomes Waterlooplein 5063,71
geboren 29-10-1907 te Wijk aan Zee). + 2x Veiling + commissionair
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 6