Handgeschreven brief / correspondentiekaart.
Origineel
Handgeschreven brief / correspondentiekaart. 18 oktober 1940. Amsterdam
18.10.40
M. M. Th. Müller
Hiermede laat ik U
weten, dat ik in 1940
voor ongeveer f 10 visch
aan de Vischmarkt te
Amsterdam verkocht
heb. Dit is dus geen
f 134, 36. Mogelijk
bent U met een ander
in de war en is het
verschuldigde f 0, 81 ook
niet voor mij Het document is een kort, zakelijk schrijven waarin een individu (mogelijk M. Th. Müller, afhankelijk van of de naam bovenaan de afzender of geadresseerde is) een financiële claim aanvecht.
* Kern van het geschil: De schrijver reageert op een vordering van f 134,36. Hij stelt dat hij in het betreffende jaar (1940) slechts voor een fractie van dat bedrag (ca. 10 gulden) aan vis heeft verkocht op de Amsterdamse vismarkt.
* Toon: De toon is beleefd doch beslist. De schrijver suggereert een persoonsverwisseling ("bent U met een ander in de war") als oorzaak van de administratieve fout.
* Bedragen: Naast het hoofdbedrag van f 134,36 wordt ook een klein bedrag van f 0,81 genoemd dat eveneens wordt betwist. Dit wijst mogelijk op een administratieve heffing of centenbelasting die bij de oorspronkelijke claim hoorde. De brief is geschreven in oktober 1940, tijdens de eerste maanden van de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog.
* Handelscontroles: In deze periode werd de handel, inclusief de vismarkt, steeds strenger gereguleerd door de bezettingsautoriteiten en Nederlandse instanties om zwarte handel tegen te gaan en de voedselvoorziening te controleren. Nauwkeurige administratie van verkoopvolumes was cruciaal.
* Monetaire waarde: Een bedrag van f 134,36 was in 1940 aanzienlijk (vergelijkbaar met een koopkracht van ruim 1000 euro vandaag de dag). Voor een kleine handelaar die slechts voor een tientje omzet draaide, was een dergelijke vordering een zware financiële last, wat de noodzaak van deze schriftelijke betwisting verklaart. M. Th
Samenvatting
Het document is een kort, zakelijk schrijven waarin een individu (mogelijk M. Th. Müller, afhankelijk van of de naam bovenaan de afzender of geadresseerde is) een financiële claim aanvecht.
* Kern van het geschil: De schrijver reageert op een vordering van f 134,36. Hij stelt dat hij in het betreffende jaar (1940) slechts voor een fractie van dat bedrag (ca. 10 gulden) aan vis heeft verkocht op de Amsterdamse vismarkt.
* Toon: De toon is beleefd doch beslist. De schrijver suggereert een persoonsverwisseling ("bent U met een ander in de war") als oorzaak van de administratieve fout.
* Bedragen: Naast het hoofdbedrag van f 134,36 wordt ook een klein bedrag van f 0,81 genoemd dat eveneens wordt betwist. Dit wijst mogelijk op een administratieve heffing of centenbelasting die bij de oorspronkelijke claim hoorde.
Historische Context
De brief is geschreven in oktober 1940, tijdens de eerste maanden van de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog.
* Handelscontroles: In deze periode werd de handel, inclusief de vismarkt, steeds strenger gereguleerd door de bezettingsautoriteiten en Nederlandse instanties om zwarte handel tegen te gaan en de voedselvoorziening te controleren. Nauwkeurige administratie van verkoopvolumes was cruciaal.
* Monetaire waarde: Een bedrag van f 134,36 was in 1940 aanzienlijk (vergelijkbaar met een koopkracht van ruim 1000 euro vandaag de dag). Voor een kleine handelaar die slechts voor een tientje omzet draaide, was een dergelijke vordering een zware financiële last, wat de noodzaak van deze schriftelijke betwisting verklaart.