Handgeschreven brief (correspondentie)
Origineel
Handgeschreven brief (correspondentie) 2 februari 1941 G. Bakker Gz., Vishandel te Callantsoog Callantsoog. 2 Februari 1941
M.
uw schrijven van 27/12 1940
№ 4604/63/2 M. heb
ik goede nota van genomen
er is tot heden toe niets
te vangen onder de kust.
maar als ik mocht visschen
en vangen, wil ik de visch
hoofdzakelijk bot afzenden
zoals in uw schrijven
van u (27/12) vermeld.
Bij voorbaat mijn dank
voor uw inlichtingen.
uw. Dw. Dnr
G Bakker Gz. A 56
Vishandel
Callantsoog. In deze korte, zakelijke brief reageert vishandelaar G. Bakker op eerdere correspondentie van een officiële instantie (mogelijk een Rijksbureau of de gemeente). Hij bevestigt de ontvangst van de instructies of inlichtingen van december 1940. De kern van de brief is tweeledig:
1. Bakker meldt dat er op dat moment ("tot heden toe") geen vangst mogelijk is in de kustwateren bij Callantsoog.
2. Hij bevestigt zijn bereidheid om, zodra er weer gevist kan worden, de gevangen vis (met name bot) af te leveren conform de afspraken in de eerder genoemde brief.
De afsluiting "uw. Dw. Dnr" staat voor "Uw Dienstwillige Dienaar", een destijds gebruikelijke formele afsluiting in correspondentie met de overheid. De brief dateert uit februari 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. De visserijsector stond in deze periode onder streng toezicht. Vanwege de kustverdediging (de bouw van de Atlantikwall) en de gecontroleerde voedseldistributie moesten vissers en vishandelaren zich houden aan strikte verordeningen. Men mocht vaak alleen op bepaalde tijden en in specifieke zones vissen, en de vangst moest vaak verplicht worden aangeboden aan centrale distributiepunten. De "bot" (een platvis) was een van de belangrijkste vissoorten die in de ondiepe kustwateren van Noord-Holland werd gevangen. De referentienummers wijzen op een bureaucratische afhandeling van visserijrechten of leveringsplichten in oorlogstijd. G. Bakker Rijksbureau
Samenvatting
In deze korte, zakelijke brief reageert vishandelaar G. Bakker op eerdere correspondentie van een officiële instantie (mogelijk een Rijksbureau of de gemeente). Hij bevestigt de ontvangst van de instructies of inlichtingen van december 1940. De kern van de brief is tweeledig:
1. Bakker meldt dat er op dat moment ("tot heden toe") geen vangst mogelijk is in de kustwateren bij Callantsoog.
2. Hij bevestigt zijn bereidheid om, zodra er weer gevist kan worden, de gevangen vis (met name bot) af te leveren conform de afspraken in de eerder genoemde brief.
De afsluiting "uw. Dw. Dnr" staat voor "Uw Dienstwillige Dienaar", een destijds gebruikelijke formele afsluiting in correspondentie met de overheid.
Historische Context
De brief dateert uit februari 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. De visserijsector stond in deze periode onder streng toezicht. Vanwege de kustverdediging (de bouw van de Atlantikwall) en de gecontroleerde voedseldistributie moesten vissers en vishandelaren zich houden aan strikte verordeningen. Men mocht vaak alleen op bepaalde tijden en in specifieke zones vissen, en de vangst moest vaak verplicht worden aangeboden aan centrale distributiepunten. De "bot" (een platvis) was een van de belangrijkste vissoorten die in de ondiepe kustwateren van Noord-Holland werd gevangen. De referentienummers wijzen op een bureaucratische afhandeling van visserijrechten of leveringsplichten in oorlogstijd.