Doorslag van een officiële brief.
Origineel
Doorslag van een officiële brief. 23 mei 1940 (verzonden op 24 mei 1940). De Directeur (van een niet nader genoemde overheids- of controle-instantie). De Nederlandsche Visscherij Centrale, 's-Gravenhage. [Handgeschreven, rechtsboven:]
ter. M. de Boer
ter. Vischmarkt.
VP/HG.
46B/17/1 M.
[Handgeschreven, midden:]
Verzonden 24/5 - '40
[Getypt, rechts:]
23 Mei 1940.
de Nederlandsche Visscherij
Centrale,
Juliana van Stolbergplein 3/4,
's - G r a v e n h a g e .
Refereerende aan het telefonische onderhoud, dat de klerk-kassier A.H. Drukker van mijn dienst op 2 Februari 1940 met een Uwer ambtenaren heeft gehad, heb ik de eer U te berichten, dat Uwerzijds nog geen officieele bevestiging werd ontvangen, dat de fa. W. Geys, te Amsterdam, geplaatst dient te worden onder het hoofd "Garnalen" op de lijst van exporteurs, die gemachtigd zijn tot den uitvoer van visch.
Tevens verzoek ik U mij eenige groote enveloppen, voorzien van portvrijdom, te doen toekomen.
De Directeur, De brief is een zakelijke herinnering betreffende een administratieve handeling die is blijven liggen. De schrijver (de Directeur) refereert aan een telefoongesprek van maanden daarvoor (februari 1940) tussen zijn medewerker, de heer A.H. Drukker, en de Nederlandsche Visscherij Centrale.
De kern van de zaak is de registratie van de firma W. Geys uit Amsterdam. Deze firma moet officieel toegevoegd worden aan de lijst van gemachtigde visexporteurs, specifiek onder de categorie "Garnalen". Blijkbaar is de bevestiging hiervan na ruim drie maanden nog niet binnen. De brief sluit af met een pragmatisch verzoek om nieuwe enveloppen met "portvrijdom" (vrijstelling van portokosten), wat gebruikelijk was voor officiële correspondentie tussen semi-overheidsinstanties. De datering van de brief is historisch zeer relevant: 23 mei 1940. Dit is slechts negen dagen na de Nederlandse capitulatie aan nazi-Duitsland (14/15 mei 1940) en het bombardement op Rotterdam.
De brief illustreert hoe de ambtelijke molen in de eerste dagen van de bezetting schijnbaar onverstoord doordraaide. Terwijl het land in shock verkeerde en de bezetter de macht overnam, hielden instanties zoals de Nederlandsche Visscherij Centrale (een publiekrechtelijke organisatie die de visserijsector reguleerde) zich nog steeds bezig met de dagelijkse administratie rondom exportvergunningen en kantoorbenodigdheden. De Nederlandsche Visscherij Centrale zou gedurende de oorlog een cruciale rol blijven spelen in de voedselvoorziening en de controle op de visserij onder toezicht van de bezetter. A.H. Drukker M. de Boer W. Geys