Getypte ambtelijke brief met handgeschreven aantekening.
Origineel
Getypte ambtelijke brief met handgeschreven aantekening. 25 juli 1940. Directie van het Marktwezen, Amsterdam. (Handgeschreven bovenaan:)
verzonden 25/7
(Getypt:)
DIRECTIE VAN HET MARKTWEZEN.
No.64/12/5 M. Amsterdam-West, 25 Juli 1940.
Jan van Galenstraat 14.
Aan F.Draaisma, Pakh.D 12
Gebr.v.d.Mey " D 5
P.J.Hesterman D 22
H.Kroes " D 18
H.Meentz " D 13
In bijlage dezes heb ik de eer U het geregistreerde huurcon-
tract betreffende een door U gehuurde pakhuisafdeeling op de Centra-
le Markt te doen toekomen.
Ik verzoek U beleefd rekening te houden met het feit, dat,
ingevolge het bepaalde in artikel 1619 van het Burgerlijk Wetboek re-
paratiën, zooals van rolluiken, ruiten, sloten, enz., voor Uw reke-
ning zijn.
Tevens breng ik, voor zoo ver noodig, in herinnering, dat ar-
tikel 8 van het contract verbiedt om reclamemiddelen of aankondi-
gingen te Uwen behoeve of ten behoeve van derden aan of op het ge-
huurde aan te brengen, zonder mijn schriftelijke toestemming. U gelie-
ve zich in alle gevallen, waarin U tot het aanbrengen van eenig bord
of andere aanduiding wenscht over te gaan, vóóraf met mij te verstaan.
De Directeur, Deze brief is een formeel schrijven van de Directie van het Marktwezen aan een groep huurders op de Centrale Markt in Amsterdam. De inhoud is puur administratief en juridisch van aard:
- Geleidebrief: Het dient als bewijs van toezending van de officiële huurcontracten voor specifieke pakhuisafdelingen (sectie D).
- Onderhoudsplicht: De directeur wijst de huurders nadrukkelijk op hun wettelijke verantwoordelijkheid voor klein onderhoud (reparaties aan ruiten, sloten en rolluiken), gebaseerd op het toenmalige Burgerlijk Wetboek.
- Regulering van de buitenruimte: Er wordt herinnerd aan de strikte regels omtrent reclameborden. Huurders mogen niet eigenhandig uitingen plaatsen; hiervoor is expliciete toestemming nodig om de orde en uniformiteit van het marktterrein te bewaren.
De brief getuigt van een strikte, bureaucratische omgang met de huurders van de gemeentelijke faciliteiten. De brief is gedateerd 25 juli 1940, slechts twee maanden na de Nederlandse capitulatie en het begin van de Duitse bezetting. Ondanks de turbulente politieke situatie ging het dagelijks beheer van de stad Amsterdam, waaronder de voedselvoorziening en de Centrale Markt, in eerste instantie op de oude voet door onder het bestaande Nederlandse ambtenarenapparaat.
De Centrale Markt aan de Jan van Galenstraat was in die tijd de belangrijkste spil voor de handel in aardappelen, groenten en fruit voor de regio Amsterdam. De geadresseerden waren ondernemers (grossiers) die opslagruimte huurden in de grote markthallen. De verwijzing naar artikel 1619 van het Burgerlijk Wetboek (over kleine herstellingen die voor rekening van de huurder komen) laat zien dat het civiele recht gedurende de beginperiode van de bezetting ongewijzigd van kracht bleef voor dit soort zakelijke transacties. F. Draaisma H. Kroes H. Meentz M. Amsterdam P.J. Hesterman Marktwezen