Zakelijke brief/kennisgeving.
Origineel
Zakelijke brief/kennisgeving. 9 juli 1940 (verzonden op 10 juli 1940). De Directeur (vermoedelijk van een veiling of gemeentelijke instantie). Den Heer Stationschef, Station Oostenburgergracht, Amsterdam-Centrum. [Handgeschreven aantekening bovenaan:] verzonden 10/7
den Heer Stationschef,
Station Oostenburgergracht,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 15.
HG.
68/5/7
9 Juli 1940.
In antwoord op Uw schrijven d.d. 24 Juni 1940 A No. 3689 heb ik de eer U te berichten, dat een doos planten 12 kg. en een doosje bloemen 1 1/4 kg. die zich bevonden in wagon 21766 moesten worden vernietigd, aangezien voor deze goederen geen koopers op de veiling gevonden konden worden.
De Directeur, Deze brief is een formeel antwoord op een eerdere correspondentie van de stationschef van station Oostenburgergracht. De kern van de boodschap is administratief van aard: het verantwoorden van goederen die niet verkocht konden worden. Het betreft een kleine zending planten en bloemen (totaal 13,25 kg) uit een specifieke spoorwegwagon (no. 21766). Omdat er op de veiling geen kopers voor waren gevonden, zijn de producten vernietigd. De brief hanteert de destijds gebruikelijke beleefdheidsvormen ("heb ik de eer U te berichten"). De datum van de brief, juli 1940, plaatst het document in de eerste maanden van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hoewel de inhoud strikt zakelijk en alledaags lijkt, toont het de voortgang van de civiele logistiek en handel onder de nieuwe omstandigheden.
Station Oostenburgergracht in Amsterdam was een belangrijk knooppunt voor goederenvervoer. Dat dergelijke bederfelijke waar (bloemen en planten) werd vernietigd bij gebrek aan kopers, kan wijzen op een verstoring in de markt of simpelweg op de beperkte houdbaarheid van de producten na transport. Dit soort documenten is vaak terug te vinden in archieven van de Nederlandse Spoorwegen of gemeentelijke marktinstituten.
Samenvatting
Deze brief is een formeel antwoord op een eerdere correspondentie van de stationschef van station Oostenburgergracht. De kern van de boodschap is administratief van aard: het verantwoorden van goederen die niet verkocht konden worden. Het betreft een kleine zending planten en bloemen (totaal 13,25 kg) uit een specifieke spoorwegwagon (no. 21766). Omdat er op de veiling geen kopers voor waren gevonden, zijn de producten vernietigd. De brief hanteert de destijds gebruikelijke beleefdheidsvormen ("heb ik de eer U te berichten").
Historische Context
De datum van de brief, juli 1940, plaatst het document in de eerste maanden van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hoewel de inhoud strikt zakelijk en alledaags lijkt, toont het de voortgang van de civiele logistiek en handel onder de nieuwe omstandigheden.
Station Oostenburgergracht in Amsterdam was een belangrijk knooppunt voor goederenvervoer. Dat dergelijke bederfelijke waar (bloemen en planten) werd vernietigd bij gebrek aan kopers, kan wijzen op een verstoring in de markt of simpelweg op de beperkte houdbaarheid van de producten na transport. Dit soort documenten is vaak terug te vinden in archieven van de Nederlandse Spoorwegen of gemeentelijke marktinstituten.