Archiefdocument
Origineel
Bevat data "18/1 20" (18 januari 1920) en "14/6 24" (14 juni 1924). Spoorwegen
ontvangen
van Kas: 13 848 30
Sum Giro: 2 336 29
v. Kas: 1 115 36
5 --
Sum: 17 304 95
200 --
17 504 95
uitgave
van Kas: 204 58
netto saldo: 17 300 37
17 504 95
met spoor afgerekend saldo: 17 300 37
6 543 76
9 706 25
1 173 02
17 423 03
nog te betalen aan spoor
90 55
negatieven opbrengst: 3 92
94 47
17 517 50
nog te ontv. van
Kramer: 137 21 v/h 18/1 20
Belgen [omcirkeld]: 200 -- v/h 14/6 24
17 517 50
[Notities onderaan in potlood:]
17 300 37
17 423 03
53 46 [?]
137 21
83 75 -
53 46 Dit document is een boekhoudkundige reconciliatie. De opsteller probeert verschillende geldstromen (contant geld uit de kas en girale betalingen) in kaart te brengen die verband houden met transportkosten of afrekeningen met de spoorwegen.
Het bovenste deel stelt een balans vast waarbij het netto saldo (17.300,37) het verschil is tussen de totale ontvangsten en een kleine kasuitgave. In het middelste gedeelte wordt dit saldo vermeerderd met drie andere bedragen, wat leidt tot een tussenstand van 17.423,03.
Het onderste deel specificeert openstaande posten. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen "nog te betalen" (aan de spoorwegen) en "nog te ontvangen" (van derden zoals Kramer). De post "Belgen" is omcirkeld en voorzien van een latere datum (1924), wat kan betekenen dat dit een uitzondering of een nagekomen post betrof. De potloodaantekeningen onderaan lijken kladberekeningen te zijn om specifieke verschillen tussen posten te verklaren. In de vroege 20e eeuw was de administratie rondom spoorwegtransport zeer arbeidsintensief. Bedrijven die veel goederen verzonden, hielden nauwgezet dergelijke overzichten bij om facturen van de spoorwegmaatschappijen te controleren tegenover hun eigen kas- en giro-uitgaven. De vermelding van "Giro" is interessant; de Postcheque- en Girodienst werd in Nederland in 1918 opgericht, wat aansluit bij de datum 1920 in het document. Dit blad weerspiegelt de administratieve praktijk van een kleine ondernemer of expediteur uit die periode.
Samenvatting
Dit document is een boekhoudkundige reconciliatie. De opsteller probeert verschillende geldstromen (contant geld uit de kas en girale betalingen) in kaart te brengen die verband houden met transportkosten of afrekeningen met de spoorwegen.
Het bovenste deel stelt een balans vast waarbij het netto saldo (17.300,37) het verschil is tussen de totale ontvangsten en een kleine kasuitgave. In het middelste gedeelte wordt dit saldo vermeerderd met drie andere bedragen, wat leidt tot een tussenstand van 17.423,03.
Het onderste deel specificeert openstaande posten. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen "nog te betalen" (aan de spoorwegen) en "nog te ontvangen" (van derden zoals Kramer). De post "Belgen" is omcirkeld en voorzien van een latere datum (1924), wat kan betekenen dat dit een uitzondering of een nagekomen post betrof. De potloodaantekeningen onderaan lijken kladberekeningen te zijn om specifieke verschillen tussen posten te verklaren.
Historische Context
In de vroege 20e eeuw was de administratie rondom spoorwegtransport zeer arbeidsintensief. Bedrijven die veel goederen verzonden, hielden nauwgezet dergelijke overzichten bij om facturen van de spoorwegmaatschappijen te controleren tegenover hun eigen kas- en giro-uitgaven. De vermelding van "Giro" is interessant; de Postcheque- en Girodienst werd in Nederland in 1918 opgericht, wat aansluit bij de datum 1920 in het document. Dit blad weerspiegelt de administratieve praktijk van een kleine ondernemer of expediteur uit die periode.