Archiefdocument
Origineel
7 augustus 1940 7 Augustus '40
Bespr. met d. H. v/d Hout
directeur gasfabriek
d. H. v/d Hout wil gaarne zaak
aanhouden tot terugkomst Weth.
Rustige van vacantie die
begin September.
Intusschen ieder concept-antwoord
maken en te zamen t.z.t. bespreken.
Daarbij op voorgrond stellen
a. Het is niet aan te nemen dat
hiervoor nog aan onderhoud
eenige honderden guldens per
jaar zou kosten.
b. Het gebruik van de weg ten
behoeve van verkeer v/d en
naar de losplaats-spoor is
practisch nihil.
c. Het is (niet onwaarschijnlijk) dat
binnen afzienbare tijd tot aanleg
van een weg (kosten onlangs geraamd
op f 10.000,-) zal moeten worden
overgegaan – juist in verband met
exploitatie van ons aan de losplaats
Haarlemmerweg grenzende terreingedeelte,
welke thans de terreinen der Mij. [Maatschappij]
om de Vaart nog niet met de losplaats
verbindt.
Voorstellen bij B. & W. vrij te stellen
van betaling aandeel onderhoud weg.
[In de kantlijn:]
vide
20/4/3 m
7 mei '40 De notitie betreft een zakelijk geschil over de verdeling van onderhoudskosten voor een weg nabij de gasfabriek en een spoorweglosplaats aan de Haarlemmerweg. De directeur van de gasfabriek, Van der Hout, verzoekt om de zaak aan te houden tot de terugkeer van de verantwoordelijke wethouder (Rustige).
De schrijver bereidt drie argumenten voor om een vrijstelling van betaling te bepleiten bij het college van Burgemeester en Wethouders (B&W):
1. Kosten: De geclaimde onderhoudskosten worden als onrealistisch hoog ingeschat.
2. Gebruik: Er is nauwelijks sprake van verkeer van en naar de betreffende losplaats via deze weg.
3. Toekomstplanning: Er is reeds een raming van f 10.000,- voor een nieuwe weg die nodig is voor de exploitatie van aangrenzende terreinen, waardoor investeren in de huidige situatie ondoelmatig wordt geacht. Het document is geschreven in augustus 1940, tijdens de eerste maanden van de Duitse bezetting van Nederland. Ondanks de oorlogssituatie bleven reguliere gemeentelijke processen en infrastructuurprojecten doorgang vinden. De verwijzing naar de Haarlemmerweg en een gasfabriek duidt zeer waarschijnlijk op de Westergasfabriek in Amsterdam. Wethouder Rustige (SDAP) was in die periode een prominent bestuurder in Amsterdam. De kanttekening "7 mei '40" suggereert dat dit dossier vlak voor de inval van 10 mei al in behandeling was en na de initiële chaos van de capitulatie weer is opgepakt. Rustige (Wethouder) Van der (De heer)
Samenvatting
De notitie betreft een zakelijk geschil over de verdeling van onderhoudskosten voor een weg nabij de gasfabriek en een spoorweglosplaats aan de Haarlemmerweg. De directeur van de gasfabriek, Van der Hout, verzoekt om de zaak aan te houden tot de terugkeer van de verantwoordelijke wethouder (Rustige).
De schrijver bereidt drie argumenten voor om een vrijstelling van betaling te bepleiten bij het college van Burgemeester en Wethouders (B&W):
1. Kosten: De geclaimde onderhoudskosten worden als onrealistisch hoog ingeschat.
2. Gebruik: Er is nauwelijks sprake van verkeer van en naar de betreffende losplaats via deze weg.
3. Toekomstplanning: Er is reeds een raming van f 10.000,- voor een nieuwe weg die nodig is voor de exploitatie van aangrenzende terreinen, waardoor investeren in de huidige situatie ondoelmatig wordt geacht.
Historische Context
Het document is geschreven in augustus 1940, tijdens de eerste maanden van de Duitse bezetting van Nederland. Ondanks de oorlogssituatie bleven reguliere gemeentelijke processen en infrastructuurprojecten doorgang vinden. De verwijzing naar de Haarlemmerweg en een gasfabriek duidt zeer waarschijnlijk op de Westergasfabriek in Amsterdam. Wethouder Rustige (SDAP) was in die periode een prominent bestuurder in Amsterdam. De kanttekening "7 mei '40" suggereert dat dit dossier vlak voor de inval van 10 mei al in behandeling was en na de initiële chaos van de capitulatie weer is opgepakt.