Getypte brief (doorslag of kopie) op grijs papier met handgeschreven annotaties.
Origineel
Getypte brief (doorslag of kopie) op grijs papier met handgeschreven annotaties. 2 januari 1941. De Directeur (van een niet nader genoemde gemeentelijke dienst, gelet op de adressering aan het Raadhuis). Bovenaan staat de handgeschreven naam "h. Müller". Den Heer Directeur der Publieke Werken, Raadhuis, Alhier. [Handgeschreven: h. Müller]
[Paars rond stempel, onleesbaar]
S/G.
68/20/2 M [Handgeschreven rood: 1140]
2 Januari 1941.
den Heer Directeur der
Publieke Werken,
Raadhuis,
A l h i e r.
In antwoord op Uw brief d.d. 18 December jl. No. Grb.4220/Doss.524 heb ik de eer U mede te deelen, dat in verband met het verplaatsen van het bedoelde gereedschapshuisje het d.d. 8 December 1939 met de N.V. Nederlandsche Spoorwegen gesloten contract niet behoeft te worden gewyzigd; wel echter de bij het bedoelde contract behoorende teekening, waarop de plaats van het gereedschapshuisje is aangegeven.
Waar de verplaatsing van bedoeld huisje, dat indertyd onder de directie van Uwen dienst werd gebouwd, uiteraard ook vanwege Uwen dienst zal moeten geschieden, verzoek ik U terzake van het aanwyzen van een nieuwe plaats overleg te doen plegen met de betrokken afdeeling der Nederlandsche Spoorwegen, in welk overleg vanwege myn dienst dan kan worden betrokken de Hoofdopzichter T. Jonkman.
Ik stel my voor U te zyner tyd te berichten, wanneer met de uitvoering van het werk kan worden begonnen.
De Directeur, Deze ambtelijke correspondentie gaat over de technische en administratieve afhandeling van de verplaatsing van een gereedschapshuisje. Het document is een antwoord op een eerdere brief van de Dienst der Publieke Werken.
De kernpunten uit de brief zijn:
1. Contractuele status: Een bestaand contract met de NS uit 1939 hoeft juridisch niet te worden aangepast voor de verplaatsing, maar de bijbehorende situatietekening wel.
2. Verantwoordelijkheid: Omdat Publieke Werken het huisje destijds heeft gebouwd, moeten zij ook de verplaatsing uitvoeren.
3. Coördinatie: Er moet overleg plaatsvinden tussen Publieke Werken en de NS over de nieuwe locatie. De afzender wijst Hoofdopzichter T. Jonkman aan als contactpersoon vanuit zijn dienst.
4. Taalgebruik: Het document hanteert de destijds gebruikelijke formele spelling ("indertyd", "gewyzigd", "teekening") en beleefdheidsvormen ("heb ik de eer U mede te deelen"). De brief is gedateerd op 2 januari 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. Desondanks vertoont de brief het beeld van een reguliere, bijna onverstoorde bureaucratische gang van zaken binnen een gemeentelijk apparaat. De aanduiding "Alhier" suggereert dat zowel de zendende dienst als de Dienst der Publieke Werken in hetzelfde raadhuis of in dezelfde stad (waarschijnlijk een grote gemeente zoals Amsterdam, Rotterdam of Den Haag) gevestigd waren. De betrokkenheid van de N.V. Nederlandsche Spoorwegen onderstreept het belang van afstemming tussen civiele werken en de nationale infrastructuur, die ook tijdens de bezetting operationeel moest blijven. De rode aantekening "1140" is vermoedelijk een registratienummer van de inkomende post bij de ontvangende dienst.