Ambtsbericht / Brief (doorslag).
Origineel
Ambtsbericht / Brief (doorslag). 3 mei 1940. De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markt Amsterdam). 1 3 Mei 1940
70/3/2 den Heer Wethouder voor de
Alhier. Levensmiddelen,
op het met groene kleur op de teekening aangeduide terrein,
voor rekening van de koopster, uiterlijk binnen vier maanden
na het verlijden van de onder ten sevende bedoelde acte van
verkoop en koop, aan te sluiten aan een ontworpen markt-
spoorweg en verbindt zich, voor het gebruik van den door dat
aansluitspoor in te nemen gemeentegrond geenerlei vergoeding
in rekening te brengen." Op vervolgblad 4 van mijn rapport
d.d. 4 Augustus 1937 (No. 68/4/10 M.) deelde ik als mijn
meening mede, dat de Gemeente door het bedoelde verkoops-
contract niet wordt verplicht om den marktspoorweg ten
eeuwigen dage in stand te houden. Wanneer het gemeentebelang
opheffing van den marktspoorweg zou vorderen, dan staat het
vorenbedoelde verkoopscontract daaraan mijns inziens niet in
den weg.
Ik ben dan ook van meening, dat een soortgelijke
bepaling zonder bezwaar ook in het nieuwe verkoopscontract
kan worden opgenomen. Teneinde ten deze elke mogelijkheid
van twijfel op te heffen zou het wellicht overweging ver-
dienen in de bepaling te doen uitkomen, dat de Gemeente zich
verbindt de bedoelde aansluiting kosteloos te gedoogen, on-
verminderd haar bevoegdheid den marktspoorweg op te heffen,
wanneer daaraan voor de Centrale Markt geen behoefte meer
zou bestaan. Nu evenwel in het contract van 1932 een derge-
lijke verduidelijkende aanvulling niet voorkomt, is het
minder raadzaam om de bepaling in het nieuwe contract anders
te doen luiden, omdat daaruit zou kunnen worden afgeleid,
dat door het contract van 1932 wèl de verplichting is ont-
staan om den marktspoorweg in stand te houden.
Ik geef U mitsdien beleefd in overweging ten deze
het voorstel van mijn Ambtgenoot voor de Publieke Werken
ongewijzigd te aanvaarden.
De Directeur, * **Juridische haarkloverij:** Het document illustreert een klassiek bureaucratisch dilemma: het verduidelijken van een nieuwe overeenkomst kan met terugwerkende kracht een ongunstige interpretatie werpen op een oude overeenkomst. De directeur adviseert om een minder duidelijke formulering aan te houden, enkel om de continuïteit met een contract uit 1932 te waarborgen en te voorkomen dat de gemeente onbedoeld een permanente instandhoudingsplicht op zich neemt.
- Terminologie: Het gebruik van termen als "verlijden van de acte" en "ten dezen" duidt op een formeel-juridische context. De "koopster" suggereert dat de wederpartij een vrouwelijke ondernemer of een rechtspersoon (vennootschap) is.
- Interdepartementale samenwerking: Er wordt verwezen naar een voorstel van de "Ambtgenoot voor de Publieke Werken", wat wijst op nauwe afstemming tussen verschillende gemeentelijke diensten bij de uitgifte van terreinen. * Locatie: De vermelding van de "Centrale Markt" en de "Wethouder voor de Levensmiddelen" plaatst dit document vrijwel zeker in Amsterdam. De Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat beschikten over een uitgebreid eigen spoornetwerk dat was aangesloten op het landelijke spoorwegnet.
- Historisch moment: De brief is gedateerd op 3 mei 1940. Dit is slechts zeven dagen voor de Duitse inval in Nederland. Terwijl de oorlogsdreiging op haar hoogtepunt was, hield het gemeentelijk apparaat zich nog steeds bezig met de details van verkoopcontracten voor bedrijfsterreinen.
- Spoorweginfrastructuur: De marktspoorweg was cruciaal voor de aanvoer van goederen naar de hallen. De discussie over de "opheffing" ervan in de toekomst laat zien dat men toen al rekening hield met veranderende logistieke behoeften (zoals de opkomst van vrachtwagenvervoer).