Getypt ambtelijk afschrift van een brief.
Origineel
Getypt ambtelijk afschrift van een brief. 29 mei 1940. Gemeente Amsterdam, Afdeling Financiën (Wethouder voor de Financiën, W. Rustige). Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en Schoonmaak-, Bad- en zweminrichtingen. No. 79/4/4 M. 1940 3/6 AFSCHRIFT.
No. 440 L.M. 1940
GEMEENTE AMSTERDAM.
Afd. Fin. '40
No. 643/82.0.
Amsterdam, 29 Mei 1940.
Naar aanleiding van het mij om advies gezonden schrijven van den Directeur van het Marktwezen d.d. 7 Mei 1940, betreffende het beschikbaar stellen van een bedrag van f 1.200,- voor het bestraten van een weg, loopende van een deel van het reserveterrein der Centrale Markt, te huren door den brandstoffenhandelaar P. Hemelaar, naar den Haarlemmerweg, deel ik U mede, dat bij informatie bij het Grondbedrijf is gebleken, dat tengevolge van de gewijzigde omstandigheden, de Heer Hemelaar van het huren van het bovengenoemde terrein heeft afgezien.
Hiermede is derhalve het eigenlijke motief voor het uitvoeren van bedoelde bestratingswerkzaamheden komen te vervallen. In verband met het vorenstaande moet ik, gezien de bijzondere tijdsomstandigheden, tegen de uitvoering van dit werk bezwaar maken.
Wat betreft de opvatting van den Directeur, dat het vereischte bedrag ad f 1.200,- ten laste van het Marktkrediet van 22 October 1926 No. 663 zou kunnen worden gebracht, ben ik van meening, dat dit krediet feitelijk als afgesloten moet worden beschouwd.
De Wethouder voor de
Financiën,
w.g. Rustige.
Aan den Heer Wethouder voor de
Levensmiddelen, Wasch- en Schoon-
maak-, Bad- en zweminrichtingen.
Kennisgenomen:
De Directeur van het Marktwezen,
w.g. Dr. A.v.d. Laan. Dit document betreft een administratieve afwikkeling van een geannuleerd project op het terrein van de Centrale Markt in Amsterdam. Een brandstoffenhandelaar, de heer P. Hemelaar, was voornemens een deel van het reserveterrein te huren, waarvoor een toegangsweg bestraat moest worden (begroot op 1.200 gulden).
De kern van de brief is dat de huurder zich heeft teruggetrokken, waardoor de noodzaak voor de bestrating vervalt. Interessant is de financiële opmerking aan het eind: de Wethouder van Financiën wijst het voorstel af om dit uit een oud krediet uit 1926 te betalen, met de mededeling dat dit krediet als gesloten beschouwd moet worden. De datum van de brief, 29 mei 1940, is historisch zeer significant. Nederland was op dat moment pas twee weken gecapituleerd en de Duitse bezetting was net begonnen. In de tekst wordt hier indirect naar verwezen met de termen "gewijzigde omstandigheden" en "bijzondere tijdsomstandigheden".
Deze eufemismen verklaren waarom de brandstoffenhandelaar waarschijnlijk van de huur afzag: de onzekerheid over de toekomst en de economische ontwrichting door de inval maakten nieuwe investeringen riskant. Het document laat zien hoe de gemeentelijke bureaucratie in de eerste weken na de inval doorwerkte, maar direct beïnvloed werd door de nieuwe politieke en economische realiteit van de bezetting.