Officieel typoscript (ambtelijke brief/memorandum).
Origineel
Officieel typoscript (ambtelijke brief/memorandum). 26 september 1940. De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markt of de betreffende gemeentelijke dienst). [Rechtsboven handgeschreven:] M. Dixon(?) / M. Müller
[Rechtsboven getypt:] VP/G.
[Linksboven getypt:] 70/9/5 M.
[Midden boven handgeschreven:] Verzonden 26/9
[Rechts getypt:] 26 September 1940.
n a [niet nader gespecificeerd kenmerk]
Verzoek van den Amsterdamsche Korfbalbond om te mogen beschikken over reserveterrein van de Centrale Markt.
den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen,
A l h i e r.
Onder terugzending van het met Uw kantbrief d.d. 21 September jl. om spoedig advies ontvangen stuk no. 813 L.M.1940 heb ik de eer U te berichten, dat ik mij met den inhoud van het onderhavige stuk verenig. Het is de bedoeling, dat aan adressant wordt verhuurd een gedeelte van het reserveterrein van de Centrale Markt, dat ook wordt gebruikt als oefenterrein voor de Bereden Politie en wel met dien verstande, dat adressant het terrein in den regel mag gebruiken des zomersavonds, des Zaterdagsmiddags en des Zondags den geheelen dag; zou de Politie een enkelen keer het terrein willen gebruiken op een voor adressant gereserveerden dag, dan zal adressant daartegen geen bezwaar maken.
Het door adressant te huren terreins-gedeelte is op bijgaande teekening door een groene lijn aangegeven; de oppervlakte bedraagt ± 15.000 m2, zoodat terzake ƒ 375,- per jaar aan de Centrale Markt zal moeten worden betaald.
Dezerzijds moet als eisch worden gesteld, dat adressant het terrein terstond zal ontruimen en opleveren, wanneer de Gemeente daarover ten behoeve van de markt wenscht te beschikken; bovendien moet de adressant zorgen voor een goede afrastering van het terrein, opdat wordt voorkomen, dat van daaruit de Centrale Markt wordt betreden. Voorts moet adressant zorgen voor een behoorlijk afsluitbaar draaihek, toegang gevende van het door hem te huren terrein naar de Van Hogendorpstraat; dit hek moet steeds afgesloten zijn, als het terrein niet in gebruik is.
Ik geef U beleefd in overweging de onderhavige stukken te zenden aan Uw Ambtgenoot voor de Publieke Werken, met verzoek, dat door de afdeeling Rentegevende Eigendommen terzake van de onderhavige verhuring een contract wordt opgemaakt, waarbij met het bovenstaande wordt rekening gehouden en dat overigens hetzelfde kan zijn als de contracten, die door de bedoelde afdeeling in het algemeen met betrekking tot de verhuring van sportterreinen worden opgemaakt.
De Directeur, * Taalgebruik: Het document is opgesteld in het formele, ambtelijke Nederlands van voor de spellingshervorming van Marchant (vandaar spellingen als "den", "zoodat", "teekening").
* Kern van de zaak: De Amsterdamsche Korfbalbond wil een terrein huren bij de Centrale Markt. Dit terrein heeft een dubbelbestemming: het is een reserveterrein voor de markt en een oefenveld voor de Bereden Politie.
* Condities: De huurprijs is vastgesteld op 375 gulden per jaar voor 15.000 m2. Er zijn strikte voorwaarden verbonden aan de beveiliging (afrastering en een afgesloten hek aan de Van Hogendorpstraat) om te voorkomen dat onbevoegden het marktterrein zelf betreden.
* Bestuurlijke procedure: De Directeur adviseert de Wethouder voor Levensmiddelen (verantwoordelijk voor de markt) om de zaak over te dragen aan de Wethouder Publieke Werken voor de feitelijke contractafhandeling via de afdeling "Rentegevende Eigendommen". Dit document stamt uit september 1940, slechts enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Ondanks de oorlogssituatie ging het civiele en ambtelijke leven in Amsterdam in eerste instantie door volgens de bestaande bureaucratische paden.
De locatie, nabij de Van Hogendorpstraat in de Staatsliedenbuurt, verwijst naar het terrein van de Centrale Markthallen (tegenwoordig het Food Center Amsterdam). Het feit dat de Bereden Politie daar oefende, was gebruikelijk vanwege de ruimte. Dat sportverenigingen zoals de korfbalbond in die tijd moeite hadden om aan geschikte velden te komen en daarom uitweken naar ongebruikte gemeentelijke gronden, was een vaker voorkomend fenomeen in de groeiende stad. De betrokkenheid van de "Wethouder voor de Levensmiddelen" onderstreept het strategische belang van het marktterrein voor de voedselvoorziening van de stad, zeker in oorlogstijd.